Parijs geeft Baltisch goud terug

PARIJS, 27 AUG. Sinds zestig jaar bewaart de Banque de France drie ton goud, eigendom van de toenmalige onafhankelijke republieken Letland en Litouwen. Zodra deze landen weer formeel onafhankelijk zijn en bepaalde juridische voorwaarden zijn vervuld, zal Frankrijk dit goud - 2,2 ton van Litouwen en een ton van Letland - teruggeven. Met deze boodschap is een functionaris van het ministerie van buitenlandse zaken gisteren naar Vilnius en Riga vertrokken.

Aan de vooravond van het Ribbentrop-Molotov-pact van 23 augustus l939, dat Stalin "de vrije hand' gaf in de drie Baltische republieken, deponeerde de regering van Litouwen haar reserves aan goud bij de Bank voor internationale betalingen, die het onderbracht bij een aantal centrale banken. Letland gaf tussen 1926 en 1932 in totaal een ton goud in bewaring bij de Franse nationale bank.

Na de annexatie van de drie republieken in 1940 heeft de Sovjet-Unie Parijs herhaaldelijk om overdracht van het Baltische goud gevraagd. Frankrijk heeft dat steeds geweigerd omdat het de annexatie nooit heeft erkend.

De Baltische goudstaven die in de kluizen van de nationale Franse bank zijn ondergebracht vertegenwoordigen tegen de huidige koers van 69.000 francs per staaf van een kilo een bedrag van 220 miljoen francs. Voor de Banque de France is dat maar een kleinigheid: haar goudreserves zijn 172 miljard francs waard. De vraag is alleen hoe de 160 tot 180 Baltische goudstaven te vinden tussen de ongeveer 150.000 "broodjes' van het edele metaal die in de kluizen zijn opgeslagen.