Nationale Garde legt het af tegen Servische milities en maakt nog minder kans tegen leger; Kroatië kan alleen nog winnen bij erkenning van onafhankelijkheid

LJUBLJANA, 27 AUG. In de stafkamer van het bureau van de president in Zagreb neemt men tegenwoordig nog slechts met enige tegenzin de hoorn op. Het is bijna altijd slecht nieuws dat de Kroatische leiding te horen krijgt.

Gisteren: Kijevo, een Kroatische enclave in Krajina waar voornamelijk Serviërs wonen en waarvan de Kroatische leiders vorige week nog zeiden dat het voor geen enkele prijs in Servische handen mocht vallen, werd gistermiddag door het leger ingenomen en aan de Serviërs overgedragen. Slecht nieuws ook uit Pakrac, honderd kilometer ten zuiden van Zagreb. Het stadje is weliswaar nog in handen van de Kroatische Nationale Garde, maar tijdens de gevechten vluchtte de bevolking en nu is Pakrac niet veel meer dan een spookstadje. Slecht nieuws uit Baranja, in het noordoosten van Kroatië, direct aan de grens met Servië, dat ingenomen werd door de Serviërs.

Gisteravond meldde de Kroatische televisie met enige opgewektheid dat de Nationale Garde twintig tanks buiten werking had gesteld en vijf vliegtuigen had neergehaald. De vreugde was van korte duur: het federale leger nam uit wraak de stad Osijek en de Kroatische dorpen in Oost-Slavonië met tanks, mortieren en vliegtuigen onder vuur. Het door Servische officieren gedomineerde federale leger heeft de afgelopen dagen niet eens meer geprobeerd de schijn te wekken dat het optreedt om de vechtende partijen te scheiden. “De legerleiding heeft blijkbaar de indruk gekregen dat nu de aandacht in de wereld op de Sovjet-Unie is gericht, zij straffeloos kan afrekenen met Kroatië”, was gisteren de conclusie van een Westerse diplomaat.

Branko Kostic, de Joegoslavische vice-president en voorzitter van de commissie die de naleving van het staakt-het-vuren van 7 augustus controleert, gaf gisteren toe dat er weinig uitzicht is dat het werkelijk tot een wapenstilstand zal komen. “De waarnemers die wij naar Kroatië hebben gestuurd zitten in schuilkelders terwijl de gevechten in alle hevigheid doorgaan”, aldus Kostic. Voor de vice-voorzitter van het federale parlement, Irfan Ajanovic, was dat gisteren een reden uit de bestandscommissie te stappen. Hij stelde de Servische leiding en het leger verantwoordelijk voor de escalatie in Kroatië.

Intussen lijkt de Kroatische president, Franjo Tudjman, voor steeds meer voldongen feiten te staan. Het is duidelijk dat de radicale vleugel in zijn partij, de Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ), en de leiding van de Nationale Garde hebben besloten de confrontaties met het leger niet meer uit de weg te gaan. Men wil niet wachten tot het door Tudjman gestelde ultimatum eind deze week afloopt en het leger in Kroatië als een "bezettingsmacht" geldt: de hoop dat het leger zich terugtrekt in de kazernes is allang vervlogen.

In Zagreb is steeds meer kritiek op Tudjman te horen. Zijn weifelende houding ten opzichte van het leger en het staatspresidium stuit op weerstand. De chef van de crisisstaf voor Oost-Slavonië, Vladimir Seks, een radicale nationalist, en de commandanten van de Nationale Garde, Ivan Bobetko en Zdravko Sokic, worden steeds populairder en trekken zich nog weinig aan van de richtlijnen uit Zagreb. Vorige week besloten zij zonder daarvoor de toestemming van Tudjman te vragen een brug over de Sava op te blazen. Om te laten merken dat hij er nog bij hoort reisde Tudjman zondag naar Banië, waar de afgelopen weken fel is gevochten. Getooid in een camouflagepak en een kogelvrij vest vertoonde de ex-generaal zich voor het eerst aan de frontlijn.

Tudjman heeft het moeilijk. Zijn slecht getrainde en bewapende Nationale Garde is geen serieuze partij voor het federale leger. Erger nog: de afgelopen twee maanden zijn de Kroatische eenheden er niet in geslaagd het offensief van de Servische nationalisten te stoppen en kregen die een steeds groter deel van het Kroatische grondgebied onder controle. Ook aan de onderhandelingstafel is er voor de Kroatische president weinig eer te behalen. De Servische vertegenwoordiger Borisav Jovic liet hem vrijdag tijdens de vergadering van het staatspresidium duidelijk weten dat Servië voorlopig niet bereid is serieus te praten over een vreedzame oplossing van het Kroatisch-Servische conflict.

Met de successen op het slagveld lijkt de Servische leiding niet bereid aan de onderhandelingstafel plaats te nemen. Nog minder is Servië van plan buitenlandse waarnemers of "blauwhelmen' te accepteren in de crisisgebieden in Kroatië. De Serviërs weten dat Europa weinig begrip heeft voor hun aanspraken op Kroatisch grondgebied. Omdat Servië met zijn vertegenwoordiger van de voormalige autonome provincies Kosovo en Vojvodina en de steun van de vertegenwoordiger van Montenegro elke besluitvorming in het acht leden tellende staatspresidium kan blokkeren, zal dit hoogste staatsorgaan evenmin met een actieve rol van de EG instemmen.

Dit kan, nu het op 7 augustus afgekondigde staakt-het-vuren is mislukt en de Joegoslavische leiders niet in staat zijn een politieke oplossing te vinden voor het Kroatisch-Servische conflict, ernstige gevolgen hebben. Tudjman heeft er de afgelopen weken geen misverstand over laten bestaan dat alleen een diplomatieke erkenning van Kroatië nog een mogelijkheid biedt om de Servische agressie een halt toe te roepen. Een zelfstandige Kroatische staat kan dan hulp van buiten inroepen om het Joegoslavische leger en de Servische vrijwilligers uit Kroatië te krijgen. In Zagreb hoopt men nu dat de gebeurtenissen in de Sovjet-Unie en de bereidheid de Baltische staten te erkennen ook zullen leiden tot de erkenning van Kroatië en Slovenië.

De kans dat de smeekbede van Tudjman wordt beloond lijkt met de toenemende agressie van de kant van het leger steeds groter. Duitsland, Oostenrijk en Italië hebben de afgelopen dagen Servië en de federatie gewaarschuwd dat als het geweld voortduurt zij zullen overgaan tot de erkenning van Kroatië en Slovenië. De Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken, Alois Mock, verklaarde gisteren dat de erkenning van Kroatië en Slovenië “geen optie meer is maar een doel”. Mock beloofde zijn Sloveense collega, Rupelj, dat hij zich de komende dagen actief zal inzetten voor een snelle erkenning van Kroatië en Slovenië.

De steun van Duitsland en Oostenrijk aan Kroatië en Slovenië wordt in Belgrado gelijkgesteld met de Duitse bezetting van Joegoslavië tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de Servische pers is te lezen dat Servië opnieuw het slachtoffer is van de “Duitse grootheidswaan, die vijftig jaar geleden bijna leidde tot de vernietiging van Europa”. De Servische president, Milosevic, zo weet men in Belgrado te vertellen, rekent er nog steeds op dat een erkenning van Kroatië en Slovenië niet op korte termijn te verwachten is en dat hem nog voldoende tijd rest zijn gebiedsaanspraken - “elke meter grond waar een Serviër leeft” - in Kroatië en Bosnië te realiseren.