Krickstein straft Agassi keer op keer af

NEW YORK, 27 AUG. Voor Andre Agassi duurde de US Open gisteren exact 112 minuten. In die tijd showde de Amerikaanse tennisser zijn nieuwste, pimpelpaarse kleding. En een volslagen gebrek aan balgevoel. De rockstar onder de tennissers ramde de ballen over het hele centre court, maar zelden binnen de lijnen. Met 7-5, 7-6 en 6-2 joeg Aaron Krickstein, de kleinzoon van een rabbi, hem lijkbleek het Louis Armstrong Stadion uit.

Voor Mark Koevermans duurde zijn tweede US Open niet veel langer. Hij arriveerde pas zondagavond in gezelschap van zijn trainer Frits Don in New York, verloor mede door de jetlag in drie sets (4-6, 6-7 en 2-6) van Jim Grabb en ging pijlsnel bij de kassier langs voor het loon (12.OOO gulden) van de verliezer. Met Koevermans verdween Stephanie Rottier. De 17-jarige Zeeuwse had zich via de kwalificaties in het hoofdtoernooi gewerkt. Vooral door haar machtige dubbelhandige backhand. Sarah Gomer was op de hoogte. De Engelse zocht consequent de forehand van Rottier. Die bleek nogal kwetsbaar. Na 48 minuten was haar debuut over, 3-6 en 1-6.

Jan Siemerink stond eveneens voor de eerste keer op het hardcourt van Flushing Meadow. De met honkbalpet uitgeruste Nederlander vocht meer tegen zichzelf dan tegen de stugge Poljakov uit de Sovjet-Unie. In de loop van de vierde set leek hij dat gevecht in zijn voordeel te beslissen. Hij sloeg de achterstand van 5-7, 7-5 en 3-6 weg met 6-4 en raasde in de vijfde set in een ruk door naar 5-0 en 40-0. Voor het laatste punt trok hij een dik kwartier uit. De concentratie verdween en de uitgetelde Poljakov, 108ste op de wereldranglijst, krabbelde zonder iets speciaals te doen terug naar 5-4. Daar werd zelfs bondscoach Franker knap nerveus van. “Doe er eens wat aan, Jan”, riep hij geërgerd. Siemerink probeerde inderdaad wat. Al was het niet veel. Op het zesde matchpunt maakte hij een einde aan de zelfkwelling: hij scoorde 6-4.

In de tweede ronde stuit Siemerink op Guy Forget, de als zevende geplaatste Fransman. Zijn overwinning op baan 14 werd slechts gadegeslagen door een handjevol toeschouwers. De massa volgde met veel leedvermaak de strafexpeditie van Krickstein tegen Agassi.

De rock 'n roll tennisser is absoluut niet populair in de Big Apple. De Newyorkers vinden hem maar een eigenaardige punker. De tieners daarentegen dragen zijn kleren, vinden zijn commercial op de hardrock van de Red Hot Chili Peppers buitengewoon gaaf en verafgoden hun idool. Met ''Just do it'', hanteerden zij de slogan van de commercial als aanmoediging. ''Just try it'', hoonden de Newyorkers op matchpunt voor Krickstein. Agassi, de yuppie uit Las Vegas, speelde zonder hart. De bonus van twee miljoen gulden, die zijn sponsor Nike in het vooruitzicht had gesteld bij een overwinning van het Grand Slam toernooi, het verbeterde contract met zeven nullen, werkte geenszins inspirerend. De fut was er uit bij de witte tornado van Wimbledon. Zijn resultaten in de zomer waren zo bedroevend, dat hij veronderstelde geplaagd te worden door een mysterieus virus. Hij liet zich medisch binnenstebuiten keren, zijn bloed onderzoeken, maar alles was in orde. Tegen Krickstein was Agassi geen schim van de agressieve tennisser. Hij speelde afwachtend, sloeg 61 ongedwongen fouten en werd keer op keer door Krickstein afgestraft. De 24-jarige speler uit Grosse Pointe in Michigan, laste regelmatig tempowisselingen in, varieerde uitstekend en zette zijn opponent herhaaldeijk op het verkeerde been.

De twee kenden elkaar door en door. Krickstein groeide met Agassi op in de tennisacademie van Nick Bolletieri, mister burned-out, zoals ze de hem noemen in Amerika wegens de snelheid waarmee hij zijn pupillen afbrandt. Krickstein kwam snel, werd in 1983 in Tel Aviv met zijn 16 jaar de jongste speler ooit die een Grand Prix toernooi won en leek op weg naar een grote carrière. In '85 stond hij even zevende op de wereldranglijst, toen blessures een vrije val inluidden. Stressfracturen in beide voeten, pols en knie dwongen hem tot een lange rustpauze. Twee jaar later was hij op de terugweg toen hij betrokken was bij een autobotsing. Fysiek viel de schade, een paar gebroken ribben, nog wel mee, psychisch was hij er erger aan toe.

Na vele maanden pakte hij het racket weer op. Hij brak met commando Bolletieri en ging verder met Tim Gullikson, die hem naar vier van zijn zeven GP-overwinningen leidde. De US Open was altijd zijn toernooi. In de laatste drie jaar bereikte hij twee keer de kwartfinales en een keer de laatste vier, in 1989. “Voor mij is een soort wereldkampioenschap”, lachte hij na zijn overwinning op Agassi. “Veel spelers haten dit toernooi. Het is rommelig, chaotisch. De toeschouwers schreeuwerig alsof ze bij de Yankees zitten. Ik hou van dit toernooi. Ik zou er wel mijn achtertuin van willen maken.”

Titelverdediger Pete Sampras deed wat hem werd verwacht. Hij opende even indrukwekkend als Stephanie Graf en Jennifer Capriati. Sampras pakte in het kunstlicht tegen Christo van Rensburg, de dubbelpartner van Siemerink in New York, de eerste negen games, sloeg dertien aces met 192 kilometer per uur en stapte vrolijk (6-0, 6-3 en 6-2) de tweede ronde binnen.