Krabbe zorgt op 100 meter voor grote sensatie

TOKIO, 27 AUG. Twee maanden lang hield de Nederlandse manager Jos Hermens zijn 21-jarige pupil Katrin Krabbe uit de publiciteit. Rust had ze nodig na een periode van zware mentale druk, waarin ze zelfs met de dood werd bedreigd. Vanmorgen zorgde ze op de wereldkampioenschappen atletiek in Tokio voor een enorme sensatie door de 100 meter op haar naam te schrijven. Voor de Amerikaanse Gwen Torrence en de Jamaïcaanse favoriete Merlene Ottey, die opnieuw slechts brons haalde.

Ottey is sinds de Olympische Spelen van 1988 in Seoul ongeslagen op de kortste sprint. De 30-jarige atlete heeft in haar carrière vrijwel alles gewonnen, maar nog nooit een groot outdoor kampioenschap. Dit moest haar titelstrijd worden en dat besefte ze ook. “Ik wist dat ze enorm gespannen was”, zei Krabbe, “maar niet dat ik kon winnen. Ik wilde alleen mijn persoonlijke record verbeteren.” Door de tegenwind van drie meter per seconde haalde ze die 10,89 niet, maar met 10,99 was ze wel de enige die onder de 11 seconden bleef. Dat ze ook gewonnen had drong pas echt tot haar door toen ze de laatste meters van de race nog een keer op het enorme televisiescherm in het stadion had bekeken. “Dat ik snel kon gaan had ik al gevoeld in de serie en in de halve finale”, glunderde ze.

Sinds ze in Split op de Europese titelstrijd voor het laatst in het lichtblauw had geschitterd voor de DDR is Krabbe in de Duitse media gebruikt als het voorbeeld van wat de hereniging kon betekenen. Hoe talent te gelde kon worden gemaakt. Aantrekkelijk, supersnel en in korte tijd puissant rijk jubelden de bladen. Het leidde tot furieuze reacties in het voormalige Oost-Duitsland, waarbij zelfs schriftelijk werd gedreigd haar sportzaak in Neubrandenburg op te blazen. Tenminste als zij binnen zou zijn. De mentale druk werd zo groot dat haar prestaties terugliepen. Hermens: “Katrin heeft nodig dat alles in orde is. Sprinters zijn van nature een beetje lui en ze werken hun trainingsprogramma pas echt gemotiveerd af als alle kleine dingetjes kloppen. Dat hebben we gelukkig net op tijd kunnen bereiken. Haar trainer, haar vader, haar vriend... iedereen heeft daaraan bijgedragen.”

Een dag eerder domineerde de Kenianen de tien kilometer. Richard Chelimo, die dit jaar in Hengelo de op één na snelste tijd ooit op deze afstand liep (27.11,18), ging na minder dan een kilometer al op avontuur uit. In een tempo dat ver onder het wereldrecordschema zat. De 18-jarige liet op vijf kilometer een tijd van 13.30,27 noteren. Het duurde nog twee kilometer voordat zijn landgenoot Moses Tanui zich bij hem aansloot. Achter dat tweetal hield Thomas Osano zich aan de opdracht de achtervolgers in toom te houden. In die fase daalde ook het tempo danig, wat gezien het ongelooflijke begin bij een temperatuur van 26 graden en de hoge luchtvochtigheid (66%) niet verwonderlijk was.

De snelle opening van Chelimo was dan ook niet bedoeld om een aanval te doen op het wereldrecord, maar vooral om de concurrentie en vooral Khalid Skah te slopen. De Marokkaan rekende in de slotfase op steun van de Italiaan Salvatore Antibo, maar door een verkoudheid viel die terug. Skah kwam ondanks zijn nog indrukwekkende eindrush niet meer in aanmerking voor het goud. Dat was voor Taunui, die in de sprint Chelimo achter zich liet. “Ik heb me laten verrassen”, zei Skah, “de Kenianen hebben twee jaar lang niet van me gewonnen en nu op deze belangrijke wedstrijd wel. Op de vijf kilometer heeft Marokko drie lopers. Dan zullen ze nog eens wat anders zien.”

Niet bekend

De zevenkamp raakte gisteren de grote ster kwijt: Jackie Joyner-Kersee. De Amerikaanse, die bij het door haar gewonnen verspringen al haar enkel blesseerde, liep tijdens de 200 meter een spierblessure op.