Jeltsin: nog altijd veel tienen en veel knokken

MOSKOU, 27 AUG. De revolutionair heeft gewonnen. Boris Nikolajevitsj Jeltsin, de barricade-politicus, de sansculotte, heeft in een paar dagen het communistische reformisme én de reactie verslagen.

Staande op de tank voor zijn Witte Huis, het Russische parlementsgebouw, beleefde hij vorige week maandag zijn eerste mooie uur in de augustus-revolutie die qua vorm veel weg heeft van de bolsjewistische omwenteling uit 1917. Zittend in zijn werkkamer smaakte hij zondagavond, tijdens een interview met directeur Oleg Poptsov van zijn eigen Russische televisie, het genoegen van de uitgekristalliseerde macht. In nog geen zeven dagen heeft Jeltsin zijn twee gezichten laten zien: dat van de oppositieleider en dat van de staatsman. Halverwege, toen de door hem bevrijde Sovjet-president in zijn parlement moest verschijnen, toonde hij ook nog even zijn derde gezicht: dat van de rancune jegens zijn gemankeerde politieke vader Gorbatsjov.

Inderdaad, de president van Rusland en nieuwe machthebber in de Sovjet-Unie is een gecompliceerde persoonlijkheid. Dat is tot nu toe zijn kracht geweest. Juist die welhaast principiële oppositiecultuur die Jeltsin uitstraalt, heeft hem tot de geduchte tegenstander van het apparaat gemaakt die hij vorige bleek te zijn. Want Jeltsin kent het partijleven als geen ander. Hij is er zelf het produkt van. Anders dan in bijvoorbeeld Tsjechoslowakije of Polen is de Russische revolutie niet het werk geweest van mensen die vanuit een principiële "dissidentie' politicus werden maar van bolsjewisten die een voor een afvallig werden. Jeltsin was een van de eersten en is daarom nu hun leider. Hij heeft dan ook niet het charisma van de voormalige politieke gevangene, stakingsleider of de compromisloze schrijver. Hij is omgeven met het aureool van de ex-communist die weet dat je de kameraden niet kunt vertrouwen zolang ze nog opgesloten zitten in het systeem van het leninistische denken.

Een groot deel van dit geheim moet gezocht worden in zijn persoonlijke geschiedenis. Jeltsin komt uit de Oeral, de zware industriegordel tussen Europa en het "wilde oosten'. Daar, in de buurt van Sverdlovsk (binnenkort weer Jekaterinaburg geheten) werd hij zestig jaar geleden geboren.

Als scholier was hij naar eigen zeggen getalenteerd: alleen maar tienen en veel knokken op straat. Na een illegale tocht door het halve land, die slecht begon omdat hij met kaarten onmiddellijk het horloge van zijn grootvader verspeelde, ging hij in Sverdlovsk aan het Polytechnisch Instituut voor ingenieur studeren.

Ook daar viel hij allereerst op door de brutaliteit waarmee hij zich door de examens sloeg, examens die in de jaren vijftig natuurlijk niet zozeer gingen over de praktische aspecten van het differentiaalrekenen als wel over de hoe dan ook onbegrijpelijke theorie van Marx, de tendentiële daling van de winstvoet en met name Lenins interpretatie daarvan. En er was natuurlijk zijn passie voor de volleybalsport. Kortom, reeds in Sverdlovsk zijn de twee essentialia te vinden waarop Jeltsin nu nog steeds voortborduurt: tegendraadsheid en leiderschap.

Pag.5:

Jeltsin man van het offensief; Naarmate Jeltsin het harder te verduren kreeg, groeide aantal aanhangers

Beide eigenschappen is hij vervolgens niet meer kwijtgeraakt. Want in het wat rauwe Sverdlovsk waren dat nuttige karaktertrekken. De lokale partijbonzen herkenden dan ook iets in hem toen Jeltsin op dertigjarige leeftijd lid werd van de CPSU. In 1968 mocht hij toetreden tot het partij-apparaat van Sverdlovsk en acht jaar later werd hij zowaar eerste secretaris van het districtscomité.

Jeltsin kweet zich op een bijzondere wijze van die taak. Als we zijn eigen autobiografie mogen geloven, in Nederland verschenen onder de titel Getuigenis van een opposant, werd hij daar in Sverdlovsk voor het eerst geconfronteerd met de onzin van de communistische bestuurscultuur. Onder zijn formele verantwoordelijkheid werd toen het zogenaamde Ipatjev-huis, de woning waar in 1918 tsaar Nikolaas II en zijn familie werden geëxecuteerd, op een nacht onverhoeds afgebroken. Jeltsin werd er op aangekeken, hoewel het gebeurde op last van een geheime oekaze van de partijcentrale in Moskou. Jeltsin bleef echter aan en wist met veel branie meer voor elkaar te krijgen dan menig collega elders.

Het was Gorbatsjov die hem in juni 1985 op advies van het Siberische duo Jegor Ligatsjov (oud-partijsecretaris uit Novosibirsk en Tomsk, later tweede man in het politburo) en Nikolaj Ryzjkov (directeur van het industriële concern Oeralmasj, daarna premier) naar Moskou haalde als secretaris van het Centraal Comité. Dezelfde Gorbatsjov posteerde hem nog geen half jaar later als Moskouse partijchef, in welke functie Jeltsin de belangrijkste CPSU-afdeling van het land onder zijn hoede kreeg.

En toen ging het mis tussen beiden. Jeltsin ging in Moskou tekeer zoals hij ook in Sverdlovsk had gedaan. In de Oeral was dat geen probleem geweest, in Moskou sloeg de communistische elite echter de schrik om het hart. Een partijsecretaris die zich met de metro en de tram verplaatste en niet in een zwarte Wolga, een communistische leider die de journalisten van zijn eigen krant Moskovskaja Pravda stimuleerde om maatschappelijke problemen uit te diepen in plaats van ze toe te dekken, die de corruptie en privileges van de bonzen hekelde, dat kwam te dichtbij.

Jeltsin voelde het aankomen en koos voor het offensief. Op een zitting van het Centraal Comité in november 1987 viel hij openlijk zijn oude beschermheer Ligatsjov aan en kraakte hij indirect ook wat harde noten over Gorbatsjov en meer in het bijzonder de Christian Dior-passie van zijn eega Raisa. Jeltsin exit.

Hij mocht nog wel een paar honoraire baantjes vervullen. Jeltsin sloot zich echter niet op, maar vocht terug. In 1989 plukte hij daarvan de vruchten. Met maar liefst 89,6 procent van de stemmen werd hij in dat voorjaar, bij de eerste min of meer vrije verkiezingen in de Sovjet-Unie, in de volksvertegenwoordiging gekozen. Rondom hem heen groepeerde zich vervolgens de interregionale fractie die uiteindelijk de kern van de nieuwe democratische politieke beweging zou worden.

In het Sovjet-parlement zelf liet Jeltsin zich echter weinig zien. Zijn speerpunt werd een jaar later het Russische parlement, waarin hij in het voorjaar van 1990 met een bijna even groot percentage werd gekozen. In juni van dat jaar werd niet de orthodoxe Ligatjsov-epigoon Ivan Polozkov maar hij met een minimale meerderheid als voorzitter van dat parlement gekozen, toen nog de belangrijkste functie in het staatsbestel van Rusland. Zijn tegenstanders in de partij probeerden in het daarop volgende jaar nog wel een paar keer de rijzende ster op weg naar het formele presidentschap uit zijn baan te schieten, maar alle pogingen bleken contraproduktief. Jeltsin werd er alleen maar populairder door. Het wilde maar niet tot de bonzen doordringen dat de haat jegens hen en de partij veel groter was dan de scepsis over de bestuurlijke betrouwbaarheid van Jeltsin.

Sterker naarmate er harder op het hoofd van Jeltsin werd geslagen stroomde de aanhang toe. Vanaf begin dit jaar, toen Jeltsin alert reageerde op de militaire interventie in Vilnius, begon zelfs de intelligentsia (die typisch Russische mythe die desondanks van enorm belang is in de publieke opinie) haar schroom te overwinnen. De overeenkomst over het nieuwe unieverdrag die Jeltsin in april met Gorbatsjov sloot - de Russische president mag dan wel rancuneus zijn, hij weet dat gemoed op de goede politieke momenten altijd weer af te knijpen - was de apotheose van dat proces.

Wat een jaar geleden nog nauwelijks meer was dan een volkse beweging werd aldus een maatschappelijke coalitie van ouden van dagen, uitgetreden communisten, intellectuelen en jonge, ambitieuze bestuurders. Alleen de jeugd liet verstek gaan. Een mislukte staatsgreep loste vorige week uiteindelijk ook dat probleem op. De wat bedaagdere intellectuelen hadden er de laatste dagen wat moeite mee. De "meute' op straat boezemde hun onmiddellijk een soort natuurlijke angst in. Maar het panki protiv tankov (punkers tegen tanks), dat was afgelopen dinsdagnacht misschien wel een van de beslissende factoren voor het fiasco van de junta van Janajev c.s. Mede dankzij de "panki' werd Jeltsin de held die hij nu is, de leider die bijna tsaar mag zijn.

Het topje van die beweging is echter minder gevarieerd dan de straat zou doen vermoeden. Het politieke spectrum van Jeltsins coalitie Democratisch Rusland (zijn achterban in het parlement) is met de "communisten voor de democratie' van vice-president Aleksandr Roetskoj, de sociaal-democraten van de 30-jarige politicoloog Oleg Roemjantsev, de liberaal-conservatieven van de ex-communisten Stanislav Sjatalin en Nikolaj Travkin, de burgemeesters Anatoli Sobtsjak van Leningrad en Gavriil Popov van Moskou en onafhankelijken als de econoom Grigori Javlinski of voormalige dissidenten als Sergej Kavoljov nog redelijk rijk geschakeerd. Maar de inner circle rondom de leider is veel minder kleurrijk.

Die bestaat bijna zonder uitzondering uit geestverwanten die tot voor kort, net als Jeltsin zelf, allemaal nog lid waren van de CPSU. Premier Ivan Silajev was het tot een paar weken geleden, vice-president Aleksandr Roetskoj ook. Waarnemend parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov verkoos vorig jaar de CPSU te verlaten. Minister van informatie Michail Poltoranin (oud-hoofdredacteur van de Moskovskaja Pravda), de Russische televisiechef Oleg Poptsov en Jeltsins persoonlijke kabinetschef en campagneleider Gennadi Boerboelis waren in een niet zo'n grijs verleden eveneens partijlid.

Zij waren de krachtpatsers die de putschisten er vorige week wisten uit te bluffen: stuk voor stuk mensen die hadden geleerd hoe je met het apparaat moet omgaan. Het is deze clan die nu de democratisch-burgerlijke samenleving moet zien op te bouwen waar Jeltsin naar zegt te streven.

Of de door hen vorige week geëtaleerde kracht misschien ook een zwakte in zich zou kunnen bergen, dat is een vraag die vandaag aan de orde is.