Indiase CP blijft van Stalin houden

“Wat er ook in de wereld gebeurt, wij zijn meer dan ooit vastbesloten het marxisme-stalinisme door te voeren”, zei Jyoti Basu, de sterke man van de Indiase communistische partij CPM, gisteren. Basu is niet de leider van een marginale club van politieke hobbyisten, hij is de democratisch gekozen premier van de deelstaat West-Bengalen, hoofdstad Calcutta, met 60 miljoen onderdanen. De 77-jarige Jyoti Basu reageerde op de ineenstorting van het communisme in de Sovjet-Unie met de woorden: “Wij zijn de grote overlevers van het communisme”.

Het politburo van de CPM, dat in New Delhi, bijeenkwam noemde de president van de Russische federatie, Boris Jeltsin, een potentaat die “zijn persoonlijke dictatuur oplegt aan het Russische en Sovjet-volk”. Als typerend voor het “reactionaire offensief” zien de Indiase communisten het van zijn sokkel halen, vorige week in Moskou, van het standbeeld van Feliks Dzerzjinski, “de gerespecteerde leider van de bolsjevieken en een collega van Lenin”.

De CPM heeft nooit een geheim gemaakt van haar bewondering voor Jozef Stalin. Twee jaar geleden nog juichte de CPM de bloedige onderdrukking door de Chinese communistische regering van de democratische beweging van harte toe. Gisteren beschuldigde de CPM in een verklaring Boris Jeltsin van “samenwerking met imperialistische krachten”.

Communisme in India is een verhaal apart. Dank zij de democratie kent het land een hele reeks partijen en partijtjes die zich in meer of mindere mate communistisch noemen, elkaar bestrijden en, soms, samenwerken. De twee belangrijkste formaties ontstonden door een schisma, in 1965, binnen de Communistische Partij van India. De Moskou-aanhangers gingen door onder de naam CPI, terwijl een maoïstische vleugel de naam Marxistische CPI (CPM) aannam. De CPM is de sterkste van de twee, met een relatief jong kader, de CPI bestaat vooral uit oude mannetjes.

De twee partijen hebben op landelijk niveau nooit een rol van betekenis kunnen spelen, al kunnen ze sinds de jaren zestig op een vrij constant aantal stemmen van tien procent rekenen. Bij de verkiezingen in juni kregen de CPM en CPI samen 54 van de 545 te zetels in de Lok Sabha, het Indiase Lagerhuis.

In een aantal deelstaten vormen de communisten sinds jaar en dag een geduchte machtsfactor. In het zuidelijke Kerala en in Tripura, bij de grens met Birma, zaten de communistische partijen in de deelstaatregering, tot ze er dit jaar de regionale verkiezingen verloren.

Het bolwerk bij uitstek van de CPM is, al veertien jaar lang, West-Bengalen. Jyoti Basu werd in 1977 voor het eerst gekozen door de Bengaalse bevolking en driemaal achtereen herkozen. In juni behaalde het Linkse Front in de deelstaat, een coalitie van negen communistische en andere linkse partijen onder aanvoering van de CPM, een zeer grote overwinning. De CPM kreeg een absolute meerderheid met 187 van de 291 zetels.

Een merkwaardige partij is de CPM, met een opmerkelijke leider. De alledaagse politiek van Jyoti Basu is namelijk verre van radicaal. Terwijl de partij in naam te hoop loopt tegen de “imperialistische agenten van het neokolonialisme”, zoals multinationals worden genoemd, haalde Basu als CPM-premier met open armen het "grootkapitaal' binnen. “Er zijn goede multinationals en slechte”, zei de communist deze week in een vraaggesprek met Newsweek. Het blad noemt hem treffend “een links-radicaal met een kapitalistische glans”.

Calcutta was jarenlang een stad, of beter een aaneenschakeling van sloppenwijken, die in alle opzichten in een kwade reuk stond bij particuliere ondernemers. Onder Basu's eerste regering bleef dat ook zo, maar de ervaren politicus zag snel in dat retoriek en praktisch handelen best samen kunnen gaan. Hij begon een Umwertung aller Werte en in amper tien jaar kreeg Calcutta een investeringsklimaat waar de bedrijven op af kwamen als vliegen op de stroop. In de vastgelopen dubbele economie van India, met zijn grote staatsbemoeienis, presenteerde West-Bengalen zich als het alternatief, een vrijmarkt. De deelstaat wordt nu aan de borst gedrukt door de kapitalisten, ook al omdat de CPM de enige partij is die de machtige Indiase vakbonden kan beteugelen.

Basu is een handig politicus, die niet voor niets zo geliefd is bij de Bengaalse arbeiders en boeren. De communisten voerden, zonder de grootgrondbezitters al te zeer tegen de haren in te strijken, een beperkte landhervorming door, zodat meer dan twee miljoen vroegere landloze boeren, onder wie veel leden van de laagste kasten, zich nu tot hun grote tevredenheid eigenaar van een klein stukje grond mogen noemen.

De graanproduktie is daardoor als een komeet omhoog geschoten en de lonen in de landbouw zijn verviervoudigd. Behalve het aantrekken van grote bedrijven, stimuleerden de communisten, dwars tegen alle marxistische leerregels in, ook het opzetten van kleine ondernemingen, een aantal dat steeg van 88.000 in 1977 tot 335.000 vandaag.

Het pragmatisme van Basu en de zijnen is verbluffend. “Wij zeggen wel tegen de mensen dat we communisten zijn, maar dat geldt alleen voor de toekomst, misschien voor over zeventig jaar.” Daarmee calculeert hij gemakshalve meteen in dat er ook mindere tijden voor het Indiase communisme kunnen aanbreken.

De nederlagen in Kerala en Tripura geven de CPM te denken en ook de hervormingsplannen van de huidige nationale regering van Narasimha Rao voorspellen weinig goeds voor de communisten. Rao lijkt ten langen leste haast te willen maken met het saneren van het ambtenarenapparaat en het aantrekken van buitenlands kapitaal, maatregelen die slechts voorzichtig onder zijn voorgangers in gang waren gezet.

Jyoti Basu prijst zich gelukkig dat zijn partij met gedoogsteun Rao's Congrespartij in de regeringszetel houdt, maar zijn inhoudelijke kritiek is mager. “Ik geloof niet dat grote ondernemingen staan te dringen om naar India te komen”, zegt Basu tegen Newsweek, maar bezwaar heeft hij uiteraard niet. De CPM-leider waarschuwt premier Rao ervoor hem niet te passeren als het gaat om het inwinnen van advies, anders trekt hij zijn gedoogsteun in.

Waar de Congrespartij mee bezig is, komt neer op het imiteren van zijn politiek. En als het Indiase electoraat van andere partijen dezelfde materiële welvaart krijgt als van de CPM, door Indiërs vaak schertsend "Capital Party of Marxists' genoemd, is er geen reden meer de communisten te steunen.