Den Haag: plechtige bijeenkomst voor collectieve erkenning Balten

DEN HAAG, 27 AUG. Minister Van den Broek wilde als voorzitter van de EG-Ministerraad vanmiddag in Brussel aan zijn collega's voorstellen om volgende week tijdens een plechtige bijeenkomst in Brussel collectief tot erkenning van Estland, Letland en Litouwen over te gaan. Bij die bijeenkomst zullen dan vertegenwoordigers van alle twaalf lidstaten, van de Europese Commissie en van de Baltische staten aanwezig zijn.

Hoewel landen als Denemarken, Duitsland en Engeland al hadden aangekondigd tot erkenning te zullen overgaan, en ook Den Haag geen bezwaren heeft tegen deze erkenning, wil Van den Broek met deze bijeenkomst de eenheid en het gezamenlijke optreden van de Europese Gemeenschap benadrukken. Bij de bijeenkomst zou tevens met de vertegenwoordigers van de Baltische staten gesproken kunnen worden over een aantal voorwaarden en vragen die het Nederlandse voorzitterschap nog ten aanzien van een definitieve erkenning heeft.

De belangrijkste daarvan is de vraag op welke wijze de economische "boedelscheiding' tussen de Sovjet-Unie en de drie republieken tot stand zal komen. In Den Haag wordt erop gewezen dat men weliswaar tot erkenning over gaat, maar men eigenlijk niet weet wat voor landen men erkent in economische zin.

In een uitvoerig "positionpaper', dat het Nederlandse voorzitterschap heeft voorbereid voor de bijzondere ministersbijeenkomst vanmiddag in Brussel, staat duidelijk dat erkenning van de drie landen niet meer is tegen te houden. Eerder bestond het risico van een ingrijpen van het Rode leger, maar die kans is nu zeer klein geworden. Een andere reden voor voorzichtigheid was het eventuele negatieve effect op de discussie over het nieuwe Unieverdrag. Ook dat is nu ook geheel veranderd.

De Baltische regeringen oefenen effectief gezag uit over hun territorium; het probleem op dit moment is nog dat er afspraken gemaakt zullen moeten worden over terugtrekking van de Sovjet-troepen en opheffing van militaire bases. Ook voor de positie van het nu wat in het gedrang rakende stukje Rusland rondom Kaliningrad, het voormalige Koningsbergen, moet nog een oplossing worden gevonden.

Van den Broek zou zijn collega's voorhouden dat erkenning van de drie Baltische staten niet per definitie een precedent schept voor erkenning van andere deelrepublieken van de Sovjet-Unie die zich onafhankelijk willen maken. Als het criterium is dat ze ooit eerder onafhankelijk zijn geweest, zoals dat met de Baltische staten het geval is, dan zouden ook Georgië, Armenië en Moldavië moeten worden erkend. Maar over andere criteria, zoals dat de bevolking het ermee eens is en dat het grondgebied ook inderdaad wordt gecontroleerd door een wettige regering, bestaat op dit moment nog onzekerheid.

Ook ziet minister Van den Broek geen precedent voor erkenning van de Joegoslavische republieken Slovenië en Kroatië. Slovenië en Kroatië zijn nooit onafhankelijk geweest, tenzij men de periode van Kroatië van 1939 tot 1945 onder auspiciën van de Gestapo als zodanig zou erkennen. Bovendien heeft in Joegoslavië niet als in de Sovjet-Unie erkenning van het onafhankelijkheidsstreven door het centrale gezag plaats gevonden. Wat Joegoslavië betreft zal de EG volgens het Nederlandse voorzitterschap moeten blijven zoeken naar een oplossing die is gericht op onderhandelingen tussen de deelrepublieken over een andere onderlinge relatie. Nederland wilde vanmiddag de EG voorstellen om het CVSE-crisismechanisme nu in werking te stellen ten aanzien van Joegoslavië.

De Nederlandse ambassadeur in Parijs, Henri Wijnaendts is vandaag weer naar Joegoslavië vertrokken voor gesprekken met vertegenwoordigers van de diverse partijen daar. Zijn opdracht is erop aan te dringen dat toch vooral tot onderhandelingen worden over gegaan. De Gemeenschap, aldus een woordvoerder van minister Van den Broek in Den Haag vanmorgen, zal nooit een gebiedsuitbreiding door de Serven met twintig procent van Kroatië erkennen.