Zwolle neemt wankelend WK-goud in ontvangst

WENEN, 26 AUG. De boomlange roeier Henk Jan Zwolle nam wankelend zijn gouden medaille op de wereldkampioenschappen roeien in ontvangst. Met Nico Rienks veroverde hij het afgelopen weekeinde de wereldtitel in de zware dubbeltwee. “We kwamen zo gemakkelijk op kop, dat ik pas na de wedstrijd merkte dat ik nog nooit zo diep ben gegaan,” zei Zwolle. “Het kost me nog moeite te zeggen dat ik wereldkampioen ben.”

In hun superieure sprint naar het erevlot gebruikten Rienks en Zwolle de Australische dubbeltwee als springplank. Als knechten brachten Day en Powell de wedloop op tempo, om later terug te vallen naar een roemloze vijfde plaats. Met hun terugval schoven de Russen en Duitsers naar voren, in het volle zicht van slagman Rienks, die op de kritieke momenten Zwolle verder wist op te zwepen. Rienks (29) en Zwolle (26) boekten de overwinning van de degelijkheid. Beider leven staat in dienst van het roeien. Uitspattingen, tenzij op het sportieve vlak, zijn strijdig met de aard van de Zwollenaren van geboorte. Zeer vroeg, afgelopen winter al, maakten zij een onomwonden keuze voor de dubbeltwee. Kalm en onverstoorbaar werd de roeitechniek geperfectioneerd en werden de lange halen op elkaar afgestemd.

Rienks gaat als roeier beredeneerd te werk. Hij doorgrondt de sport als weinig anderen in Nederland. Zwolle daarentegen gaat voor zijn wedstrijden uit van een optelsom van kracht, trainingskilometers en strakke roeitechniek. Rienks voegde daar in de aanloop naar de wereldtitel het vermogen tot ontspannen en relativeren aan toe. Rienks, nu regerend wereld- en Olympisch kampioen, zal volgend jaar proberen met Zwolle zijn Olympische titel te verlengen.

De nieuwe wereldkampioenen werden dit seizoen vaak bestormd door de skullers Ariz, Kelderman, Maasdijk en Florijn. De eerste drie zijn oud-wereldkampioenen in de dubbelvier (1989), Florijn is met Rienks Olympisch kampioen in de dubbeltwee. Dezen vielen terug in de wk-dubbelvier. Met ongebluste strijdlust, zo bleek gisteren. Hun voorbereiding op het toernooi was rommelig en hun techniek ongepolijst. Ook de eerste kilometer van hun niet zonder slag of stoot bereikte wk-finale was verre van ideaal. Langzaam op gang komend raakten zij verzeild in het vuile water van de hard gestarte Amerikanen en zelfs naast de achterop komende scheidsrechterboot. Bruut doordouwen leverde brons op, vooral ten koste van de verbijsterde en uitgeputte Duitse dubbelvier. De medaille komt de ploeg, een jaar voor de Olympische Spelen, uiterst gelegen. Hun zucht naar bevestiging van hun kwaliteiten is bevredigd, maar de honger naar goud blijft overeind.

Zonder hongergevoel of teleurstelling moest de lichte skiffeur Frans Göbel zijn twee jaar durende wereldheerschappij opgeven. In de eerste helft van zijn finalerace manoeuvreerde hij zich meesterlijk in medaillepositie. Daarna ontglipte de wedstrijd Göbel, die op een ruime seconde van de medailles, maar in een persoonlijke recordtijd, over de finish gleed. Supermens Göbel wil zich, na een seizoen met een hoge werkdruk als arts, een gebroken pols en enkele griepjes, komend jaar richten op de Olympische skiff. Hij beloofde daar wat tijd voor vrij te zullen maken.

De vrouwelijke evenknie van Göbel, de tanige skiffeuse Laurien Vermulst, wist in haar finale de Deense wereldkampioene Bloch-Jensen met een ziedend eindschot te breken. Dit jaar bleek de Nieuwzeelandse Phillipa Baker sterker dan Vermulst. Met haar tweede zilveren medaille in de lichte skiff heeft zij een toekomst met Harriët van Ettekoven (dit WK zevende in de skiff) in de Olympische dubbeltwee.

Nederlandse medailledragers die dit jaar met blote nek huiswaarts moeten keren, zijn de mannen van de zware en lichte vier zonder stuurman. De zware Krijtenburg, gewoonlijk ogend als een kerngezonde Kick Wilstra, verwerkte bleekjes en in stilte de vijfde plaats van zijn vier. De klap kwam hard aan voor de zilveren roeiers van 1990. Ondanks een zeer sterk voorseizoen lagen de zwaargewichten na de start gisteren meteen ver achter. “Daardoor konden we geen rust meer vinden,” was de lezing van bakboordboeg Niels van der Zwan. De lichte Emke-vier hield wel lange tijd de mogelijkheid open tot herhaling van hun wk-brons van vorig jaar. Uiteindelijk verslikten de roeiers zich in een te hoog tempo en onrustig roeien. Zij zakten weg naar een vijfde plaats.

De opmars naar de medailles werd wel volbracht door Jan van Bekkum en Daan Boddeke in de lichte dubbeltwee. Gescherpt door het vorig jaar op een haar na missen van een medaille werd al vroeg in de race van de nummers vier, vijf en zes afscheid genomen. Reeds tevreden werd de terugval van de Oostenrijkers (zilver) te laat opgemerkt. “Daar hadden we geen rekening meer mee gehouden,” aldus Boddeke.

De roeisters van de vrouwendubbelvier koesterden voor hun finale nog de hoop op brons. Traag gestart kwam Nederland terecht in door de concurrenten opgeworpen vuil water. Daardoor deerde de opmars van de als derde finishende Roemeensen niet meer. “Wij konden beter,” zei slag Meiland. “Ik ben boos, want wij zijn beter dan de Roemeensen. Punt uit.”