Zwemnaties uit Europa lopen duidelijk achter

ATHENE, 26 AUG. De Europese zwemkampioenschappen leverden Nederland niet één, maar twee zwemkoninginnetjes op. Inge de Bruijn, één dag achttien en Karin Brienesse, één maand 21, waren elk goed voor vier medailles: een gedeelde gouden voor de vrijeslag-estafette, een zilveren en twee keer brons. Het waren historische tijden daar in Athene. Temidden van het geschitter van al dat eremetaal zette Brienesses trainer Ad Roskam de toon met de nuchtere vaststelling: “Vijf kilo eraf en een jaar hard trainen.” Hij bedoelde zijn eigen pupil, maar het gold evenzeer voor de rest van de Nederlandse zwemploeg.

Zonder één nationaal record te zwemmen met medailles beladen huiswaarts keren, was een lang niet alledaagse kunstje dat Ton van Kloosters selectie in de Griekse hoofdstad voortreffelijk beheerste. Het bracht echter geen grootse Olympische perspectieven. Hooguit de constatering dat Nederland met de andere Europese zwemnaties in de pas loopt.

In het slotweekeinde werd de medailleverzameling ook nog eens uitgebreid met een "geschonken' derde plaats van de vrouwen wisselslag-estaffette en een derde plaats van De Bruijn op de 50 meter vrije slag. “Ik had totaal geen zenuwen en voelde dat ik beter sprintte dan ooit. Daarom viel de tijd een beetje tegen”, aldus De Bruijn. Met goud, tweemaal zilver plus brons voor de twee andere aflossingsploegen van de vrouwen, was het Nederlands optreden succesvoller dan vele jaren het geval was. Zeker als daar het zilver van de vrouwenpoloploeg, het brons van het kunstzwemduet en de derde plaats van schoonspringer Edwin Jongejans op de 1 meterplank wordt bijgerekend.

Maar hoe betrekkelijk dat alles is, bleek wel uit Roskams volgende opmerking: “Hier zwom Karin op resultaat. Als ze bij de Spelen iets wil bereiken, zal ze haar techniek moeten veranderen: meer beenslag, waardoor het armtempo vanzelf omlaag gaat. Met vechtlust alleen zal ze het niet redden.” Van Klooster legde uiteraard sterk de nadruk op het goud, dat Diana van der Plaats, Inge de Bruijn, Marieke Mastebroek en Karin Brienesse op de vrije-slagestafette binnenhaalden. Hij hoopt dat succes commercieel uit te buiten. In zijn budget voor het Olympisch jaar gaapt een gat van anderhalve ton. Ook al omdat in de aanloopperiode naar de Spelen twee trainingskampen zijn gepland.

Zijn tweede zorg zal ongetwijfeld zijn iedereen ervan te overtuigen, dat er naar Barcelona toe harder getraind moet worden. Zonder dat helpt zelfs een trainingskamp niet meer, zoals in Athene is gebleken. Kilometers maken is in Nederland uit de mode geraakt. Er werd vreemd opgekeken, toen Baukje Wiersma (zevende op 400 en 800 meter vrije slag) vertelde, wat zij er in Amerika allemaal voor had gedaan. Knokken, was de boodschap van de bondscoach. En er meer voor over hebben. Van Klooster gaf als voorbeeld de invitatie die alle finalisten kregen om voor de helft van de vliegkosten de kerstdagen door te brengen op op het eiland Reunion in de Indische oceaan.

Internationaal vertoonden de Europese zwemkampioenschappen een nogal grillig verloop. Tijdens de nasleep van de winterse wereldkampioenschappen in Perth en de voorbereiding op de Olympische Spelen van Barcelona haalden alleen de Hongaren het absolute wereldniveau en meldde de Sovjet-Unie zich terug aan het front. Landen als Duitsland, Engeland, Zweden en Frankrijk presteerden erg onregelmatig. Spanje pakte met Martin Lopez-Zubero, trainingsmaat van Anthony Nesty in Indianapolis, twee titels, terwijl het volkslied van mini-zwemland Denemarken zelfs driemaal klonk.

Norbert Rozsa en Krisztina Egerszegi zorgden met respectievelijk 1.01,19 op de 100 meter schoolslag en 1.00,31 op de 100 en 2.06,62 op de 200 meter rugslag voor nieuwe wereldrecords. Diezelfde Egerszegi had 's morgens in de series ook nog eens een Europees record gevestigd (2.08,74), terwijl Niels Rudolph, ooit door de Oostduitse bond voor het leven geschorst en nu onderwerp van voortdurende zorg in de gezamenlijke Duitse ploeg, met de wind in de rug het Europees record op de 50 meter evenaarde (49,18).

De oorzaak van het Hongaarse succes is bekend. Hard trainen, aandacht voor de kleinste details en geld. De Hongaren logeerden in het duurste hotel van Athene, waarvandaan elke dag een kleine kolonne zich op weg begaf naar het Olympisch zwemcomplex. De voorzitter in zijn Mercedes voorop. De bus met het opschrift "Szechy's team' erachter. Meestal leeg, want de zwemmers prefereerden het vervoer van de organisatie.

De Sovjet-ploeg grossierde in eremetaal: in totaal negen gouden medailles. Ook bij de Europese jeugdkampioenschappen vorige maand in Antwerpen was de Sovjet-Unie veruit het sterkste land. “Het enige wat bij ons niet is veranderd, is het sportsysteem”, meldde één van de winnaars in Athene. Aan het mooie zwemmen van de meeste Russen was in het verleden dikwijls af te lezen geweest, dat zij veel aandacht besteedden aan de techniek. Nu laten ze ook anderen - met mate - van hun kennis profiteren.