"Zet de snelste lopers bij elkaar en je krijgt een snelle race'; Carl Lewis pakt wereldrecord in sportieve science fiction

TOKIO, 26 AUG. Daags voor de Olympische Spelen van 1988 in Seoul zei Ben Johnson dat hij niet harder zou kunnen lopen dan 9,83 seconden op de 100 meter. Anders zouden zijn spieren onherroepelijk afknappen. De Nederlandse sportarts John IJzerman onderschreef de opmerking van de Candees, die prompt daarop 9,79 liep. Met doping, waardoor de tijden van de lijsten werden geschrapt.

Gisteren vestigde Carl Lewis in Tokio met 9,86 een nieuw wereldrecord; zijn landgenoot Leroy Burrell kwam uit op 9,88. Vier anderen liepen óók onder de 10 seconden. Het ultieme record is nog niet in zicht. “De mooiste en snelste race uit de geschiedenis. Terwijl de doping is uitgebannen”, zei Lewis na afloop. Die laatste opmerking is al te vaak gemaakt, terwijl het dopinglaboratorium dan later anders uitwees. Maar Lewis voert al jaren zijn eigen kruistocht tegen het dopinggebruik, vooral sinds hij door bedrog van Johnson tot tweemaal toe - het wereldkampioenschap in Rome 1987 en de Spelen van 1988 - van een schitterende overwinning werd afgehouden. Administratief werd hij later weliswaar tot winnaar van de Spelen verklaard, maar het triomfantelijke gevoel werd er niet bijgeleverd.

De atleet met de bijna onnavolgbare erelijst moest tot zijn dertigste wachten voor hij echt het wereldrecord kon lopen. Opgezweept door clubgenoot Burrell, die dit jaar bij de Amerikaanse titelstrijd met 9,90 al een nieuw wereldrecord neerzette en vijf keer op rij van hem won. De zes jaar jongere Burrell leek het commando te hebben overgenomen, maar ontdekte de eerste twee dagen van de wereldtitelstrijd dat de gemotiveerde Lewis als weinig anderen naar zo'n groot toernooi kan toewerken en dan een surplus aan ervaring heeft. Voldoende om de nog nerveuze tegenstander, die eveneens onder zijn oude wereldrecord dook, de baas te blijven. “Zet ze, allebei in topconditie en onder de juiste omstandigheden, in één race en je hebt een wereldrecord”, voorspelde een clubgenoot van de Santa Monica Track Club in juni van dit jaar. Hij kreeg sindsdien tweemaal gelijk.

“Leroy”, vond Lewis, “heeft de toon gezet voor de strijd dit seizoen. Toen hij zijn wereldrecord liep, pakte hij dat in de eerste tien meter, ik deed het in de laatste tien.” Het waren niet zijn schoenen, slechts 115 gram in gewicht, die hem de toptijd brachten, en evenmin het wondertapijt, zoals de Japanners hun baan betitelden. “Ik denk dat het de benen waren”, zei de wereldkampiowen. “Zet de snelste lopers bij elkaar op welke baan ook en je krijgt een snelle race.”

Lewis en Burrell doen nauwelijks iets voor elkaar onder. “Er is niet zoveel verschil tussen hen”, merkte coach Tom Tellez op.

“Toen ik op de sportacademie zat, was voor de 100 meter 9,90 seconden als de absolute bovengrens berekend”, herinnerde Peter Vergouwen, arts van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie, zich. “Nu wijzen berekeningen die medici maken op 9,70 en 9,65.” Twee wetenschappelijk medewerkers van de universiteit van Montreal, François Péronnet en Guy Thibault, publiceerden in 1989 een analyse van wereldrecords, waarbij ze uitkwamen op een tijd van 9,74 in 2000, 9,57 in 2028 en 9,39 in 2040.

Het lijkt sportieve science fiction, maar tien jaar geleden zou een race als die van gisteren in de Japanse hoofdstad ook alleen uit de pen kunnen vloeien van een scribent met veel fantasie en weinig atletiekkennis. Drie Amerikanen, die binnen een straal van dertig kilometer in de omgeving van Philadelphia zijn opgegroeid, op de eerste plaatsen met fenomenale tijden. Lewis was zeshonderdste sneller dan zijn beste tijd, Burrell tweehonderdste, Dennis Mitchell negenhonderdste. De tijden van de Brit Linford Christie (vierde in 9,91), Frank Fredericks uit Namibië (vijfde in 9,95) en de Jamaïcaan Ray Stewart (zesde in 9,96) betekenden een nieuw nationaal en continentaal record.

Er kwam wat geluk bij kijken. De weersomstandigheden waren uitstekend met een temperatuur van 25 graden, een luchtvochtigheid van 57 procent en een rugwind van 1,2 meter en een onoplettende starter. Ondanks de ijzingwekkende stilte voor de start moet hem - misschien wel door een storing van de apparatuur - het akoestische signaal zijn ontgaan dat de valse start van Mitchell had moeten aageven. Na 0.090 seconde kwam hij los van het startblok, terwijl een tiende van een seconde nog is toegestaan. Omdat de starter de enige is die de beslissing neemt had de uitdraai van de "valse start-detector' geen gevolgen.

De voortekenen van een record waren er al vanaf de openingsdag, toen Lewis in de voorronde met een rugwind van 4.3 (het maximale toegestane voordeel is twee meter per seconde) een tijd van 9,80. In de halve finale realiseerde hij de snelste tijd (9,93) voor Burrell (9,94), en had hij met 0,140 de snelste reactietijd bij de start. Toch is die start de grootste bron van zorg. “De mijne is goed, die van de anderen is super”, zei hij na de eindstrijd. “Ze moeten volgens mij allemaal een wereldrecord op de 60 meter hebben gelopen, want na die afstand lag ik nog vijfde.” Coach Tellez had hem bevolen zich uitsluitend op zijn eigen baan te richten, zijn eigen race te lopen. En eenmaal op gang haalde hij ze allemaal in. “Als een stoomtrein”, beschreef Christie de opmars van Lewis. “Hij kan reageren op wat er in een race gebeurt. Zoals hij zijn snelheid kan opvoeren en dat kan volhouden... daar slaagt bijna niemand in”, vond Burrell.

Die was, zei hij, dezer dagen nogal zenuwachtig geweest. Zijn vader lag in het ziekenhuis voor een open hartoperatie en pas kort voor de start van de finale hoorde hij dat de ingreep geslaagd was. Lewis was ook al met zijn gedachten bij zijn vader, die in 1986 overleed. Toen de atleet in Seoul door Johnson werd verslagen was, zo schrijft hij in zijn autobiografie, zijn eerste reactie: “Pa, ik kan niet geloven dat ik het niet gehaald heb.” Gisteren vertelde hij met betraande ogen via prestaties met zijn vader te communiceren. “Ik weet ook dat hij nu zou zeggen: ik ben trots op je, maar ga nu weer gewoon verder.”

Hij, het onderdeurtje van weleer dat in de eerste atletiekjaren bij de jeugd maar niet wilde groeien en altijd verloor, nam de revanche van zijn leven. Zelfs het versleten cliché dat “dit de mooiste overwinning uit mijn hele carrière is” was een oprechte en kernachtige samenvatting van zijn gevoelens.

De critici die Lewis al hadden afgeschreven, hebben hun opvatting moeten herzien. Na een paar jaar waarin hij verstrikt leek te raken in de nevenaspecten die de glamour van het vak met zich meebrengt, is hij weer de snelste man ter wereld. Hij dankt het, vertelde hij, aan het milieu waarin hij verkeerde. De Santa Monica Track Club, een instituut dat kampioenen opleidt onder leiding van manager Joe Douglas. Die kan het zich veroorloven bijna elke prijs te vragen voor zijn sprinters. Atleten die nu al denken aan meer goud. Lewis bij het verspringen en op de laatste dag bij de 4x100 estafette.