Vliegtuig versterkt het broeikaseffect

GENEVE, ZEIST, 26 AUG. Luchtverkeer is verantwoordelijk voor ten minste drie procent en mogelijk zelfs meer dan 30 procent van het broeikaseffect, waardoor de temperatuur op aarde toeneemt en de zeespiegel langzaam stijgt. Als een hoog cijfer juist zou blijken te zijn, betekent dit dat de klimaatverandering zich nog sneller voltrekt dan nu wordt aangenomen. Dit is een van de conclusies uit een rapport van het Wereldnatuurfonds (WNF), dat vanmorgen op het hoofdkantoor van deze organisatie in Genève is gepresenteerd.

Vliegtuigen - aldus het rapport, dat grotendeels berust op literatuuronderzoek - zijn de enige "menselijke' bronnen van atmosferische vervuiling op grote hoogte, zo tussen de tien en twaalf kilometer boven het aardoppervlak. Daar, op de grens van troposfeer en stratosfeer, zijn de effecten van vervuiling anders en in veel gevallen aanmerkelijk groter dan op grondniveau.

Bij die verontreiniging als bijdrage aan het broeikaseffect gaat het om twee stoffen in de uitlaatgassen van vliegtuigen: kooldioxyde (het voornaamste broeikasgas) en stikstofoxyden. Die laatste, vooral als NO aanwezig, vormen in een reactie met andere verbindingen onder invloed van zonnestraling ozon, dat op de bewuste hoogte ook tot de broeikasgassen behoort. Omdat er over die omzettingsprocessen weinig bekend is, wordt in het WNF-rapport een ruime marge aangehouden bij het schatten van de invloed die het vliegverkeer op de de klimaatverandering heeft.

Intussen zijn stikstofoxyden, onder meer afkomstig van vliegtuigen, ook rechtstreeks verantwoordelijk voor atmosferische vervuiling: ze zitten in de "cocktail' van schadelijke stoffen die de zure regen veroorzaakt.

Het Wereldnatuurfonds is tamelijk somber gestemd over de mogelijkheden om de luchtvervuiling door het vliegverkeer terug te dringen. Dat blijkt - aan de vooravond van de verschijning van het rapport - in Zeist, waar de Nederlandse afdeling van het WNF zetelt en de Engelsman Adam Markham, hoofd afdeling vervuiling op het centrale bureau in Genève, een toelichting op de rapportage geeft.

“Het vliegverkeer”, zegt hij, “is een van de snelst groeiende energiegebruikers ter wereld. Volgens de jongste prognoses zal het aantal passagiers-kilometers jaarlijks met zeven procent toenemen. Vliegen wordt steeds populairder en de afstanden die men overbrugt, worden groter. Die gegevens neutraliseren elke technische verbeteringen die de maatschappijen zouden toepassen om de schadelijke uitstoot terug te dringen.”

Volgens Markham is het vliegverkeer als bron van vervuiling toe nu toe ernstig verwaarloosd vergeleken met verontreinigingsbronnen op het land. Bovendien is de controle op emissies, binnen de hele transportsector, het moeilijkst bij vliegtuigen uit te voeren.

Daar komt bij dat het militaire vliegverkeer ongeveer een kwart van het totale brandstofverbruik in de lucht voor zijn rekening neemt. En het aandeel van militaire vliegtuigen in de luchtvervuiling zou percentsgewijs wel eens groter kunnen zijn, aldus Markham, omdat ze niet alleen hoog, maar ook snel vliegen.

In het rapport wordt nader onderzoek naar de milieuvervuiling door vliegtuigen krachtig aanbevolen. Dat onderzoek zou zich onder andere moeten richten op het effect van vervuilende stoffen in de hogere lagen van de atmosfeer en op de politieke instrumenten die zich lenen voor het bedwingen van de emissies in de lucht.

De grote invloed van het vliegverkeer op de ozon-vorming in de hoge troposfeer werd vorig jaar juni al onder de aandacht gebracht in een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in Bilthoven.