"Val kabinet laat EG-leiderschap intact'

DEN HAAG, 26 AUG. “Als de bestaansgrond aan dit kabinet is ontvallen, dan zal het EG-voorzitterschap een val niet tegenhouden.” Zo citeerde een hoge ambtenaar dezer dagen een van de meest bij de crisis betrokken Nederlandse ministers. Het argument van het voorzitterschap dat Nederland dit halfjaar vervult, komt dan ook slechts op tafel voor de volledigheid, niet als argument met doorslaggevende waarde, bevestigen direct betrokken ambtenaren. Gevraagd aan een hoge diplomaat die dagelijks te maken heeft met alle aspecten van het Nederlandse EG-voorzitterschap of een kabinetscrisis zijn werk zou bemoeilijken, antwoordt hij: “Nee. Praktisch gesproken betekent dat niets. Alles gaat gewoon door, demissionair kabinet of niet. Alsof er niets aan de hand is, zullen we besluiten voorbereiden over de Baltische staten, economische steun aan de Sovjet-Unie, intergouvernementele conferenties over de politieke en monetaire unie.”

Minister Van den Broek zelf zei vorige week op een vraag over zijn positie tijdens een eventuele kabinetscrisis dat het argument van het EG-voorzitterschap alle deelnemers “nog behoedzamer zou moeten maken. Maar die opmerking is bijna ten overvloede, want we zijn niet roekeloos bezig, we spelen geen va banque.” Uit zijn woorden viel duidelijk op te maken dat zijn wens uitging naar instandhouding van het CDA- PvdA-kabinet; om andere redenen echter dan om het voorzitterschap te redden.

Tijdens het vorige Nederlandse EG-voorzitterschap, in het eerste halfjaar van 1986, was het kabinet anderhalve maand demissionair. Op 21 mei dat jaar bood het kabinet Lubbers-I regulier zijn ontslag aan na afloop van de parlementaire periode. Op 14 juli 1986, na afloop van het voorzitterschap, trad pas het volgende kabinet-Lubbers aan. Tijdens bijeenkomsten op alle niveaus met vertegenwoordigers van de Twaalf speelde de staatsrechtelijk andere positie van het kabinet geen rol; de meeste buitenlandse gesprekspartners wisten het niet eens.

Het werk van de tientallen mensen op BZ zou alleen worden beïnvloed wanneer duidelijk zou zijn dat minister Van den Broek niet terug zou komen of wanneer iemand anders zijn stoel zou overnemen. “In dat geval zou het wel eens kunnen dat we een nieuw beleid moeten formuleren en niet met duidelijke standpunten EG-bijeenkomsten kunnen ingaan.” Zolang Van den Broek het ministerie leidt, blijft alles hetzelfde. “Het zal in een demissionaire toestand wellicht zelfs makkelijker voor hem worden te opereren, omdat hij minder met de Kamer bezig hoeft te zijn”, zegt een diplomaat.

Een buitenlandse ambassadeur in Den Haag die eerder in zijn carrière veel met de EG te maken heeft gehad: “De kracht van een voorstel of een compromis wordt toch altijd meer bepaald door de kwaliteit ervan dan door de persoon die het indient. Het gaat om politieke belangen: als de andere landen belang hebben bij een voorgestelde regeling zullen ze haar aannemen. We hebben wat dat betreft voorzitters meegemaakt in alle denkbare politieke constellaties. De EG is er gewoon om door gedraaid.”

Nederland, een van de kleinere landen in de EG, is wat zijn invloed betreft altijd - meer dan grote landen als Duitsland, Engeland en Frankrijk - al sterk aangewezen op het produceren van goede en goed getimede voorstellen, aldus deze ambassadeur. Toen vorige week maandag de coup in Moskou bekend werd, waren het vooral kanselier Kohl en minister Genscher die al maandagmiddag de reactie onder woorden brachten die dinsdagmiddag grotendeels en in vrijwel dezelfde bewoordingen werd overgenomen door de EG-ministerraad, die in Den Haag vergaderde. Nederland organiseerde de bijeenkomst, Genscher bepaalde de lijn.

Nu de Baltische staten zich onafhankelijk hebben verklaard, is het weer Bonn dat de toon zet. Woensdag zal Genscher zijn kabinet voorstellen de Baltische staten te erkennen. Hij hoopt dat hij dit kan doen in het kader van een erkenning door de gehele EG. Het ministerie in Den Haag verklaarde gistermiddag aanvankelijk dat de EG-ministerraad zeker niet binnen een paar dagen bijeen zou komen. Later op de dag moest men al laten weten dat dit wèl het geval was.

De belangrijkste rol die Van den Broek in deze kwestie nog kan vervullen is aangeven wat de consequenties zijn van erkenning. Erkenning van de Baltische staten heeft onmiddellijk gevolgen voor de positie tegenover andere Sovjet-republieken en tegenover Slovenië en Kroatië. En dan zijn er nog de financiële gevolgen. Moskou, de Baltische republieken, Joegoslavië en de afgescheiden republieken en de rest van Oost-Europa, ze willen allemaal geld van de EG-landen. Als Nederland geld op tafel moet leggen voor die landen, moet dat haast wel van Ontwikkelingssamenwerking komen, zegt een hoge diplomaat. “En dan heb je naast de WAO en de koppeling nog een crisispunt voor dit kabinet.” Die trein kan Van den Broek ook als voorzitter in Brussel nauwelijks ophouden, demissionair of niet.