Spaanse omroepen in de rode cijfers; Staats-tv van twee kanten belaagd

MADRID, 26 AUG. Even leek het, of de Spaanse televisiekijker op aarde al van een mediaparadijs zou gaan genieten. Drie nieuwe commerciële zenders, uitbreiding van zendtijd voor de meeste regionale omroepen en een extra inspanning van de staats-tv betekenden begin vorig jaar voor bijna iedereen in één klap twee of drie keer zoveel nieuws en ontspanning op het scherm.

Anderhalf jaar later blijkt vooral de staatsomroep de dupe van de liberalisering te zijn geworden. Radio Television Española (RTVE) moet door de toegenomen concurrentie tot vier keer zoveel als voorheen betalen voor de rechten van buitenlandse programma's, raakte gemiddeld zo'n twaalf procent van haar kijkers kwijt en ziet de reclame-inkomsten gestaag teruglopen. Tot 1990 kon het bedrijf zichzelf bedruipen. Kijk- en luistergelden bestaan in Spanje dan ook niet. Vorig jaar werd echter voor het eerst een subsidie van de regering ter hoogte van twintig miljard peseta's (ruim 360 miljoen gulden) gevraagd, maar die werd geweigerd. Vervolgens werd dus maar bij de bank geleend. Een poging om zestienhonderd werknemers bij de afdeling televisie te ontslaan, werd na één stakingsdag opgegeven. Daarom wordt nu de stofkam door de uitgaven gehaald, is reeds één van de vijf nationale radiozenders gesloten en worden andere gedwongen tot goedkoper en populairder programmering. Prestige-projekten, zoals het stimuleringsprogramma voor de Spaanse cinema, zijn tot wanhoop van de minister van cultuur geschrapt. En nog heeft de directie voor komend jaar een verzoek voor 48 miljard aan subsidie bij de overheid op tafel moeten leggen.

Ook in andere Europese landen ondervindt de nationale omroep concurrentie van commerciële zenders. Maar RTVE wordt van twee kanten onder vuur genomen. Naast de betaaltelevisie van Canal Plus, Berlusconi's Telecinco en het met uitgevers in Frankrijk en Brazilië samenwerkende Antenna 3, zijn namelijk ook de acht regionale omroepen op uitbreiding van hun invloed uit. Steeds minder vaak nemen zij genoegen met hun in opzet plaatselijke karakter. Vooral wanneer zij opereren in gebieden met een eigen taal of met een zeer talrijke bevolking (zoals Andalusië) staan zij erop ook het nationale en internationale nieuws zelf te verzorgen en hun eigen grootschalige dramaprodukties te organiseren.

Prognoses voor dit jaar gaan er van uit, dat TVE en de drie commerciële omroepen samen ieder 32 miljard peseta's zullen verliezen. In totaal dus 64 miljard. Voor de regionale televisiezenders verwacht men echter ook een tekort van zeker zestig miljard. Vooral in de kleinere verzorgingsgebieden heeft men het financieel moeilijk, maar juist daar is het politiek niet haalbaar om de gedachte van verregaande regionale autonomie, ook op mediagebied, dan maar op te geven. Liever stelt men zich nog wat agressiever op. Regionale zenders kunnen best voor heel Spanje gaan uitzenden, zegt bijvoorbeeld de directeur van Telemadrid.

Canal Sur, het station van Andalusië, wijst erop dat men bijna een derde van de toegezegde subsidie over 1990 heeft teruggegeven omdat de in eigen huis geproduceerde televisieseries zoveel succes hadden dat ze extra reclame-inkomsten trokken en naar verscheidene landen in Zuid-Amerika konden worden verkocht.

Aan het versterken van de regionale zenders wordt extra belang gehecht in gebieden waar de politieke kleur van de deelregering anders is dan die van de centrale overheid in Madrid. Vooral op het uitgestrekte platteland worden zeer weinig kranten gelezen en is de tv de enige manier waarop de bevolking zich informeert over de politiek. De regerende socialistische partij van premier Gonzalez benoemt de directie van TVE en heeft tot dusver niet geaarzeld om op subtiele wijze duidelijk te maken hoe zij bepaalde nieuwsfeiten graag gepresenteerd zou willen hebben. De twee landelijke netten staan kortom werkelijk van alle kanten en op alle mogelijke manieren onder druk.

Steeds luider klinken de laatste tijd de stemmen die menen dat de nationale zenders zich geheel zouden moeten terugtrekken op de functies die anderen niet kunnen waarnemen: het uitzenden van nieuws, grote sportevenementen en culturele programma's die anders niet gemaakt zouden worden. De rest moet maar commercieel of regionaal worden geregeld. Kiest de centrale overheid echter voor zo'n model, dan raakt zij vermoedelijk meer dan haar lief is haar greep op de Spaanse samenleving kwijt.