Ruwe schetsen van Tsjaikovski's emoties

Concert: Het Brabants Orkest o.l.v. Heinz Friesen. Solist: Ronald Brautigam (piano). In de serie Robeco Zomerconcerten. Programma: Beethoven, Ouverture König Stephan; Pianoconcert nr. 5; Tsjaikovski, Vierde Symfonie. Gehoord: 23-8 in de Grote Zaal Concertgebouw, Amsterdam.

Er zijn weinig kunstenaars zo ver gegaan in het vermengen van leven en kunst als Tsjaikovski. Terwijl hij werkte aan zijn opera Jevgeni Onegin, kreeg hij een liefdesbrief van een trouwlustige vrouw die hem zo deed denken aan de brief die Tatjana, de ongelukkige hoofdpersoon in zijn eigen opera, aan Onegin schreef, dat hij het hart niet had om een huwelijk te weigeren. Kunst werd leven en leven werd kunst.

In diezelfde tijd schreef hij zijn Vierde Symfonie, een werk waarin zijn duistere autobiografie op meesterlijke wijze is uitvergroot tot een verhaal van algemeen geldige strekking. Een aangrijpend levensbericht van een kunstenaar die zijn laaiende emoties in geraffineerde vorm wist te vangen. Het Brabants Orkest onder leiding van Heinz Friesen gaf gisteravond een ruwe schets van Tsjaikovski's hartstochtelijke uitspraken. Het werk verscheen in duidelijke contouren, maar daarbinnen werd maar weinig ingevuld. Hoewel er zo'n tachtig goed getrainde musici op het podium zaten, wist Friesen de verschillende groepen niet goed op elkaar af te stemmen en werd het orkest volledig uit zijn voegen gerukt door de oorverdovende klank van het koper. Uiterst consequent hield de dirigent aan de eenmaal gekozen tempi vast zodat een werkelijke beweging en bewogenheid in de kiem werden gesmoord. In deze versie werden Tsjaikovski's leven en zijn kunst niet tot een geheel versmolten.

Ook Beethovens Vijfde Pianoconcert leed gisteravond aan een gebrek aan innerlijke bewogenheid die bij dit concert verborgen ligt onder een stralend oppervlak. Er waren momenten waarop pianist Ronald Brautigam onthulde wat onder dat oppervlak ligt door bij voorbeeld de beweging even tegen te houden, of plotseling een onwezenlijk zilverachtige klank te voorschijn te toveren. De samenwerking met het orkest leek echter gebaseerd op nuchtere afspraken en ook bij Beethoven miste men een gedetailleerde verfijning binnen de contouren.