Reünie van Provo-beweging, 25 jaar na die woelige zomer

AMSTERDAM, 26 AUG. De dochter van de politieagent die in de zomer van '66 vrijwel elke nacht moest opdraven om ordeverstoringen de kop in te drukken, “wilde Luud Schimmelpennink wel eens zien en zijn kant van het verhaal horen.” En dus was ze gistermiddag aanwezig bij de reünie die deze krant had belegd - 25 jaar na die woelige zomer in Amsterdam.

Of de woelingen van toen een blijvende verandering in onze samenleving hebben teweeggebracht, was de centrale vraag. “Eén ding staat voor mij vast: Provo gaf de stoot tot de bevrijding van de angst voor het gezag, de angst voor elkaar en de angst voor jezelf,” aldus Peter Schat.

'Het gezag' dat was: de politie, de burgemeester, je ouders. Het gezag werd onderuitgehaald, niet aan de hand van een vooropgezet politiek program, maar met krenten. Met bijeenkomsten rond het Lieverdje op het Spui waar anti-rook magiër Robert Jasper Grootveld niet meer hoefde te doen dan "uche, uche, uche' roepen om de politie in actie te krijgen. Provo was anarchistisch en werkte vooral daarom zo bevrijdend, vond Schat.

Deze "ondermijners van het gezag' waren ook daarom zo aardig in vergelijking tot de generatie die erna kwam en die, doordrongen van de grootheid van Marx en Lenin, vond dat "alles anders moest'. Peter Schat: “De studenten, met hun verschrikkelijke discussies over bewustmaking enzo. Toen was voor ons de lol eraf.” Voor Schimmelpennink daarentegen betekende Provo wel degelijk meer dan alleen maar lol. “Het doel was de macht van het regentendom te breken en af te rekenen met de vanzelfsprekendheden waarmee je was grootgebracht.”

“Natuurlijk vind ik het doodzonde dat ik Provo nauwelijks heb meegemaakt,” zei een jeugdige aanwezige. “Ik ben niet voor niets op deze reünie. Niemand van mijn generatie zou naar een reünie van Nieuw Links of de Maagdenhuisbezetters komen. Maar Provo, daar willen we allemaal bijhoren.”