Partij faalde zelfs in slechtheid

MOSKOU, 26 AUG. De communistische partij van de Sovjet-Unie heeft tot het laatst het aureool gehad een club te zijn van sluwe schurken. Dat was een misverstand, naar nu blijkt. De partij heeft vorige week in alle opzichten hopeloos gefaald, zelfs in haar slechtheid.

Terwijl het "Staatscomité voor de Noodtoestand' van partijgenoot en vice-president Gennadi Janajev en de zeven andere kameraden een week geleden zijn staatsgreep probeerde uit te voeren, verslikte de partijtop zich in onderlinge verdeeldheid. Het politburo deed slechts wat het altijd doet: wachten, wachten tot de nieuwe machtsverhoudingen zich zouden hebben uitgekristalliseerd om vervolgens veilig de kant van de meerderheid te kunnen kiezen. De straf wordt nu uitgedeeld.

Zelfs president en partijleider Michail Gorbatsjov kan er niet meer omheen, getuige zijn aftreden zaterdag als secretaris-generaal en zijn besluit het Centraal Comité te verzoeken de partij te ontbinden.

Wat er begin vorige week precies is gebeurd aan het Oudeplein in Moskou, waar het Centraal Comité is gevestigd, begint zich nu kennelijk ook aan hem te openbaren.

De leiders van de junta lijken namelijk eerst en vooral in het Centraal Comité te moeten worden gezocht. Janajev was slechts een stromannetje dat het verhaal dat Gorbatsjov ziek was geloofwaardig moest maken. De èchte mannen op de achtergrond waren vice-voorzitter Oleg Baklanov van de defensieraad die over het hybride maar alom aanwezige "militair-industrieel complex' gaat en zijn collega Oleg Sjenin, een der secretarissen van het Centraal Comité.

De Russische parlementariër Vladimir Lysenko zei dat eind vorige week al en Gorbatsjov suggereerde dat op zijn persconferentie donderdag ook in bedekte termen. Het waren Baklanov en Sjenin, samen met onderminister van defensie Vladimir Varennikov en de voormalige presidentiële KGB-baas Valeri Boldin die Gorbatsjov vorige week zondag op de Krim probeerden te chanteren zelf zijn handtekening onder het uitroepen van de noodtoestand te zetten. Het was Sjenin die maandag heeft getracht het politburo aan zijn kant te krijgen.

Dat lukte niet helemaal. De meerderheid onder leiding van waarnemend secretaris-generaal Vladimir Ivasjko hield toen nog wat slagen om de arm. Sjenin en Joeri Prokofjev, de Moskouse partijchef die er maandag als een haas bij was om de macht in de hoofdstad over te nemen, traden daarom af.

Maar de partijtop deed verder niets. “Het secretariaat en het politburo hebben niet opgetreden tegen de staatsgreep. Het Centraal Comité is niet in staat geweest een besluitvaardige positie van afkeuring en weerstand in te nemen en heeft de communisten niet in beweging gebracht in de strijd tegen het opzij schuiven van de constitutionele legitimiteit”, aldus Gorbatsjov in zijn verklaring van zaterdag.

Zijn plaatsvervanger Ivasjko besloot namelijk tot iets heel anders. Hij meldde zich in de ziekenboeg, waar minister van buitenlandse zaken Aleksandr Bessmertnych zich toen al bevond, en zou een dag later gezelschap krijgen van premier Valentin Pavlov. Pas woensdag liet het politburo weer iets van zich horen, via een halfbakken verklaring en een persconferentie van "derde man' Aleksandr Dzasochov, nota bene een vriendje van Janajev.

Voor welke belangen stond de groep van Baklanov en Sjenin? In de eerste plaats voor die van de militaire industrie, een sector die ruim zestig procent van de Sovjet-economie beheerst, kortom, voor de communistische "captains of industry' die bij de komende "conversie' alleen maar denken te verliezen. In de tweede plaats voor de apparatsjiks van de partij die nu al een paar jaar slecht slapen uit angst hun datsja te zullen verliezen. “Die mensen leefden in doodsnood en hebben dus niet nagedacht over de consequenties op langere termijn. Het was nu of nooit voor hen”, aldus Nathalia Kigai, psychologe en medewerkster aan het Amerika-Canada-instituut van voormalig partijganger Georgi Arbatov.

Pas in de derde plaats hoopten Baklanov c.s. het leger en de KGB te kunnen representeren. Althans, dat valt op te maken uit de wat halfslachtige rol die chef-staf generaal Michail Mojsejev en de KGB speelden. Weliswaar zaten minister Dmitri Jazov van defensie en KGB-chef Vladimir Krjoetsjkov in de junta, weliswaar is het ook een omineus teken dat Gorbatsjovs persoonlijke militaire adviseur Sergej Achromejev gistermorgen de hand aan zichzelf heeft geslagen omdat “alles waarvoor hij heeft geleefd nu is vernietigd”, maar hun repressieve apparaten zijn vorige week toch niet in actie gekomen.

Ter illustratie: de KGB had met een paar drukken op de knop de interne telecommunicatie kunnen uitschakelen maar deed dat niet. Van de grootscheepse arrestaties (duizenden democraten en potentiële opposanten zouden op een lijst hebben gestaan) en zelfs executies (in het Russische parlement van Boris Jeltsin weet men een aantal van twaalf te noemen) die gepland waren, kwam evenmin iets terecht. Zelfs de binnenlandse strijdkrachten van minister van binnenlandse zaken Boris Pugo en diens adjunct Boris Gromov (met vakantie de afgelopen weken) kwamen niet onverwijld in actie, hoewel hun commando toch had kunnen weten dat je bij een strijd met burgers op straat niet zozeer tanks nodig hebt als wel infanteristen en de harde jongens uit de paratroepen. Pas in de nacht van dinsdag of woensdag was er sprake van dat het inmiddels massaal verdedigde Russische regeringscentrum zou worden "bestormd', maar toen trok men zich na de eerste doden schielijk terug.

Dat kan niet alleen hebben gelegen aan een mogelijk onbeholpen voorbereiding van de staatsgreep. Het zegt waarschijnlijk ook iets over het gebrek aan steun voor de junta die eerste dag. Het grote zwijgen, dat het comité van Janajev na zijn eerste persconferentie maandagmiddag in acht nam - na de eerste decreten en verklaringen 's morgens liet de junta niets meer van zich horen en gingen de radio en televisie qua "informatie-voorziening' zo goed als uit - is daarvoor een indicatie.

De taxatie van Baklanov en Sjenin was op zich niet onjuist. De berichten die nu uit het land komen, wijzen er op dat de partij in Rusland her en der vrij snel en zonder morren is overgegaan tot uitvoering van Janajevs bevelen. Van de massale staking waartoe Jeltsin maandag opriep, kwam evenmin veel terecht.

Maar een staatsgreep kan alleen maar slagen als dat met enig enthousiasme gebeurt. Dat nu was, met uitzondering van Azerbajdzjan en Tatarstan dat onafhankelijk wil worden van Rusland en daarbij Jeltsin op haar weg vindt, ook niet het geval. De apparatsjiks gingen in de eerste plaats over op hun oude vertrouwde automatische piloot. Sinds donderdag proberen die partijgenoten daarom met alle macht te ontkennen dat zij actief hebben gecollaboreerd.

Of ze grepen naar de fles. Zoals de zich "links' noemende communistische hoofdredacteur Andrej Gavrilov van de Vetsjernaja Kazan. Die rees pas donderdag weer op uit zijn delirium.