Open brief aan president Ramiz Alia van Albanië; "We hadden alleen communistische idealen te eten'

Kameraad president, Degene die u deze regels schrijft, is dezelfde over wie u een brief aan de partij hebt geschreven met de opdracht hem te royeren en misschien ook om hem gevangen te zetten. U vroeg niet naar gelijk of ongelijk, u hebt het proces niet gevolgd en besteedde er pas op het laatst aandacht aan. De tijd heeft geleerd dat ik het gelijk aan mijn zijde had. Maar laten we niet langer stilstaan bij wat er toen is gebeurd.

Ik vraag me al tijdenlang af wie er gelijk heeft, u, de president, de Arbeiderspartij of het Albanese volk. Onlangs werd die vraag tot een nachtmerrie voor me toen u uw toespraak hield voor de bevolking van Kukës en zei: “Wat betreft de gebeurtenissen in Shkodër ben ik onschuldig”. Moest u om die verklaring af te leggen tweehonderd kilometer reizen? Was Tirana daarvoor geen geschikte plaats? Hoe zit dat? U zult dit misschien "een brutale beschuldiging' noemen, maar ik wil hieraan nog een beschuldiging toevoegen en daarbij zal ik doen alsof ik niets van de gebeurtenissen in Shkodër weet.

Er is veel lelijks over de Arbeiderspartij gezegd, en u, secretaris- generaalvan het centraal comité van die partij, hebt gezwegen. Waarom? Meent u dat alles wat er gezegd wordt onwaar is? De feiten bewijzen het tegendeel. Wat er tot op heden gebeurt is niet het werk van het grote leger communisten, maar van u, de "proletarische' leiders, die wij, de massa, eerbiedigden en aanbaden als goden. Weet u, kameraad president, dat toen u en Enver Hoxha, uw beste vriend in de communistische idealen, zwolgen in vermaak en luxe, de massa van de communisten niets anders te verteren had dan de Tien Eigenschappen van de communist? Naar een partijbijeenkomst gaan was voor hen als verschijnen voor de raad der goden, waar je van de zenuwen bloed zweet. De arme communist bracht zijn slapeloze nacht vóór zo'n bijeenkomst door met nadenken, om zich maar te kunnen vertonen als een onberispelijk partijlid. Terwijl zij in ellende leefden, praatten u en uw vrienden over de vraag welk overhemd u het beste stond of wat van u was en wat van de anderen. En dan nu mijn aanklacht: de zogenaamde "blokmannen' (partijleiders en andere bevoorrechte functionarissen die in een door gewapende militairen zwaar bewaakt villacomplex wonen) hebben gewaad in het bloed en het zweet van het volk; zij vermaakten zich terwijl het volk in ellende leefde. U zou de eerste moeten zijn om deze aanklachten te ontkennen en als laster te bestempelen. Maar u zweeg. Misschien bent u het er wel mee eens. U had de eerste moeten zijn om te zeggen: '' U bent anderhalve maand geleden gekritiseerd. De Rekenkamer van het ministerie van financiën heeft u een brief geschreven, die hebt u niet beantwoord. Hebt u hem nog niet gelezen? En zo niet, heeft uw bevolking u dan inmiddels niet op de hoogte gebracht?

U bent rechtstreeks beschuldigd. Wat hebt u te zeggen over Neshat, die u kritiseerde en u helemaal naar Kukës deed reizen om hem van repliek te dienen? “Alles begint bij het hoofd”, zei u altijd. Volgens dat beginsel hebt u ons onderwezen en wij moesten vooruitgang zien te boeken conform die "leer' van u. Maar toen de pers het ene na het andere stuk over de superbevoorrechten schreef, waarom hebt u wat daarin stond toen niet publiekelijk ontkend? Waar zijn de tientallen miljoenen lek gebleven die "zoek' zijn alsof ze zijn opgeslokt door sprookjesdraken? U bent secretaris-generaal van het centraal comité van de Arbeiderspartij geweest; U bent president van het land; dus u hebt zich als eerste te verantwoorden. Het volk zegt nu: “Begin te tellen bij uzelf”.

Ook als "blokman' moet U zich als één van de eersten verantwoorden. Mehmet Shehu kreeg verwijten over de luxe in zijn villa, waar u na zijn vertrek in bent getrokken. Hem werd verweten dat hij zijn kinderen in het buitenland liet studeren, onder begeleiding van één van zijn lijfwachten; maar dat geldt ook voor uw zoon. Die heeft ook in het buitenland gestudeerd met één van uw lijfwachten bij zich. Mag u over dat alles blijven zwijgen terwijl de pers lange verhalen schrijft over alle ex-topmannen in de partij?

Sommige kranten hebben een volledige lijst van al zulke personen gepubliceerd, maar daar ontbreken steeds twee namen op: die van Nexhmije Hoxha en de uwe. De president is de hoeksteen van de staat, en u dient met luider stem te spreken, want al dat geld is pal onder uw neus uitgegeven. Als u had gesproken, zouden de mensen nog enig vertrouwen in u hebben gehad.

Is het u wel eens opgevallen, kameraad-meneer de president, dat de meerderheid van de Albanese communisten nauwelijks iets anders te eten had dan de grote communistische idealen? Zij geloofden blindelings in u en bleven dat doen totdat ze de wind van de democratie voelden. Waarom hebt u hen niet beschermd maar ze aan de genade van het noodlot overgelaten op een kruispunt van honderd wegen? Zij waren de zonen van dit volk, ze waren het volk, en u wist niets anders te doen dan glimlachen voor tv-camera's. Hoe komt het dat u zich niet hebt gedistantieerd van de weg die u hebt gevolgd, een weg van terreur en geheimhouding.

Had u dat gedaan, dan had dat u en de partij die u leidt tot eer gestrekt. Al zevenenveertig jaar levert u strijd, met uzelf, met uw beste vrienden, een strijd die zich naar beneden toe voortzette tot tussen echtelieden toe. Hoe bent u uit die zevenenveertig jaar van verleden zonder geschiedenis gekomen? Hoe hebt u al die tijd vol schaamte, spionage en bedrog kunnen vergeten? Misschien zegt u: “Laat de historici dat maar uitzoeken”, opdat de pers u en uw privileges met rust laat. Kent u, meneer-kameraad de president en ex-secretaris-generaal van de Arbeiderspartij, het geval van de 24-jarige moeder die met haar drie vaderloze kinderen elke nacht in een houten bed sliep? Voor het slapen gaan zei ze altijd: “God, Enver, maak dat mijn kinderen braaf zijn”. Weet u dat communisten over hun enige zoon zeiden: “Laat mijn zoon sterven opdat Enver mag leven”? Weet u... Maar nee: u hebt daar geen weet van en dat spijt me heel erg voor u. Nu beginnen eindelijk uw ogen open te gaan, net als de onze. We zijn geen wraakzuchtig volk. Ons volk is hard als de rotsen in de bergen maar ook zacht als de golven van de zee. En als we in één ding goed zijn, is het in vergeven, want we geloven in de allereerste plaats in eerlijkheid.

Een grote liefde die wordt teleurgesteld slaat om in grote haat, tegen alles en iedereen. Tot nu toe hebt u niet durven optreden wegens Enver, maar is dit niet het ogenblik? Wat houdt u nog tegen? Het eerste wat een leider hoort te doen is bedenken hoe hij moet beginnen en hoe hij aan het eind van de ingeslagen weg moet komen. Hij moet vooruit kunnen zien. Ik hoop dat ik me vergis, maar volgens mij ontbreekt het u aan die voor een leider onmisbare gave.

Waar zijn alle idealen? Waar zijn alle toespraken en grote woorden? Waarom verantwoordt u zich daar nu niet eens voor? Waarom is het aan Neshat om ù te antwoorden? Waarom verantwoordt u zich niet voor het bevel aan de politie om te schieten op de mensen die het standbeeld van Enver Hoxha omver trokken? Waarom verantwoordt u zich niet voor de gevangenneming van al die jonge jongens in de gekwelde stad Shkodër die het monument voor Stalin omver trokken? U komt zelf uit Shkodër, maar u kent uw stadgenoten niet. Wat bracht die mensen ertoe Stalins monument te vernielen? Dat was volksintuïtie en de wind van de democratie die was opgestoken.

Herinnert de datum 2 juli u nergens aan? In de geschiedenis van het volk is deze dag bijgeschreven als een zeer tragische en pijnlijke dag: de dag van de ambassades. Waarom heerst er zo'n diepe stilte rond die dag? Was het gewoon een dag als alle andere in het jaar? Nee! De tweede juli drukte de aspiraties en vrijheidsliefde uit van een volk dat zuchtte onder een dictatoriaal, impopulair regime. Dit is een aanklacht aan uw adres, en het volk verwacht een antwoord van u.

Het was niet zo gemakkelijk om de ambassades binnen te komen (later zou geen Albanees het meer hebben gedurfd de hekken in te gaan). Er zijn toen in juli veel mensen gewond bij een poging de ambassades binnen te komen. Onze havens werden tot militaire zones verklaard. Niemand kon erin: zelfs de vogels moesten er een pasje hebben. Ons volk vraagt om een antwoord, en u moet het me niet kwalijk nemen, maar het is uw plicht dat antwoord te geven.

Tal van vragen en aanklachten wachten op een antwoord. Ik herhaal het nog maar eens: ons volk heeft een groot hart en bovenal: het kan iedereen recht in de ogen zien en weet hun die berouw tonen te vergeven.

U mag niet vergeten dat u de rechterhand en de houwdegen van Enver Hoxha bent geweest. Hoe kan het dat u niet mèt de Arbeiderspartij ten onder bent gegaan? Uw tijd is voorbij en het volk beseft dat. Dus waar wacht u nog op?