"Onze operaties zullen radicaler worden'

PETRINJA, 26 AUG. Als in een western staan de strijdende partijen, zwaar bewapend, oog in oog in de hoofdstraat van een kleine provinciestad. Aan de ene kant de militaire politie voor de kazerne van het Joegoslavische leger in Petrinja, een stadje tachtig kilometer ten zuiden van Zagreb. Aan de andere kant het niet minder zwaar bewapende en in uiteenlopende uniformen gestoken puikje van de Kroatische nationale garde. De beknopte conversatie tussen de aanvoerders verloopt snauwend, en af en toe scheurt de aanvoerder van de garde even weg in zijn zwarte BMW, voor overleg.

Er is een verschil van mening over de samenstelling van de groepen Servische en Kroatische krijgsgevangen die hier moeten worden uitgewisseld. De autobus met door de Serviërs bij gevechten een maand geleden gevangen genomen Kroaten is een uurtje geleden, onder begeleiding van een pantserwagen en de militaire politie, de kazerne binnengereden. Die met 21 Serviërs wacht een paar honderd meter verderop in de straat, omringd door gardisten. De weg is voor alle verkeer afgesloten en op aanwijzing van de militaire commandant (“alle burgers weg hier”) stuiven de nieuwsgierige omwonenden hun huizen weer in. De strijders van beide partijen gaan er nog maar net niet toe over, de ontgrendelde wapens ook op elkaar te richten.

Maar dat zal, als de voortekenen niet bedriegen, eind deze week veranderen, wanneer de Kroatische regering het Joegoslavische leger tot "bezettingsmacht' zal verklaren en de nationale garde de legereenheden kan aanvallen, zoals zij nu al de bewapende Serviërs aanvalt. Ivan Bobetko, commandant van de Nationale Garde in dit gebied, de Banja, ziet reikhalzend naar het moment uit. “Onze operaties zullen radicaler worden”, meent hij. Nu antwoordt, wanneer de Kroaten zoals vanochtend dorpen hebben gezuiverd van bewapende Serviërs, het leger meestal met bombardementen vanuit de lucht, of beschietingen door tanks - onder het voorwendsel een buffer tussen de strijdende partijen tot stand te brengen. “Maar er is geen Joegoslavisch leger meer”, meent Bobetko (38), “alleen nog maar een Servisch leger dat met de Cetnici (benaming voor de bewapende Serviërs, red.) samenwerkt”.

“Het is goed als we straks tegen het Joegoslavische leger in actie kunnen komen”, meent ook Zdravko Sokic, commandant van de nationale garde in Nova Gradiska in West-Slavonië. Zijn voornaamste opdracht is de doortocht van tanks uit het nabijgelegen Bosnië te verhinderen, omdat die de Kroatische provincie Slavonië van de hoofdstad Zagreb zouden afsluiten. “Nu moeten we voortdurend maar aanzien hoe zij ons proberen te provoceren, vanmorgen nog een bombardement op Stara Gradiska. Dan kunnen we antwoorden, met de luchtdoelraketten die we hebben, en antitankgeschut”.

Dat de bewapening van de nationale garde de vergelijking met die van het Joegoslavische leger niet kan doorstaan, lijkt beide Kroatische commandanten niet zeer te storen. “Natuurlijk hebben wij geen tanks en vliegtuigen, en weinig mortieren en dan nog niet van het type dat we ons zouden wensen. Maar het moreel bij de nationale garde is hoog, we zijn bereid tot elke prijs Kroatië en onze vrijheid te verdedigen”, zegt Bobetko. “Natuurlijk zullen de generaals in Belgrado hun privileges tot elke prijs willen verdedigen”, meent Sokic. “Maar we zullen ze bevechten tot aan de capitulatie”.

De eerste gerichte acties van de garde tegen het leger zijn inmiddels een feit. In Osijek houdt de plaatselijke commandant, Vladimir Seks, het garnizoen omsingeld en laat weten dat er “met het leger niet meer gepraat wordt”. In de omgeving hebben de Kroaten dit weekeinde, voor het eerst in de Servisch-Kroatische oorlog, hun eerste vliegtuig neergehaald. Sokic wil niet ingaan op geruchten in Belgrado dat hij zelf vorige week opdracht heeft gegeven tot het opblazen van twee bruggen aan de grens met Bosnië, om tanks van het leger de doortocht te beletten. “Geen commentaar”.

Misschien is dat ook wel niet zo belangrijk meer, want de Kroatische president Franjo Tudjman, die eerder bekend stond als een fervent tegenstander van de frontale confrontatie met de overmachtige vijand die het Joegoslavische leger voor de nationale garde is, heeft zijn mening veranderd. Hj stelde vorige week immers het ultimatum aan het leger: voor 31 augustus terug in de kazernes, of anders als bezettingsmacht worden beschouwd. Gisteren bezocht Tudjman, voor het eerst in battle-dress, het front in de Banja. Merkwaardig genoeg is men er in Zagreb, wegens politieke meningsverschillen, nog altijd niet in geslaagd een landelijke commandant voor de nationale garde te benoemen. Mannen als Bobetko en Sokic zeggen voornamelijk naar eigen inzicht te handelen.

Nog lijkt het leven in Petrinja, een stadje dat de Serviërs hebben aangekondigd te willen innemen, op het eerste gezicht normaal. “De meeste inwoners die bij de gevechten in de buurt vorige maand waren gevlucht, zijn weer terug, want de vakanties zijn voorbij en het geld is op”, zegt een inwoonster. In de kazerne van het Joegoslavische leger wonen enkele tientallen Serviërs, die zich door hun Kroatische medeburgers bedreigd voelen.

Voor de deur nadert de uitwisseling der krijgsgevangenen inmiddels een dramatische ontknoping: de officier van de nationale garde zegt dat de ruil niet doorgaat, omdat er twee Kroaten te weinig op de lijst staan. Beide partijen grijpen de wapens wat steviger vast, de bussen met gevangenen keren terug naar hun plaats van herkomst. Even later zien we 21 potige, zichtbaar teleurgestelde Serviërs, ieder een plastic tas in de hand, uit de bus stappen bij de gevangenis in Sisak. Eentje spuwt naar de schoenen van een Kroatische gardist en krijgt meteen een lel terug.

Die nacht wordt vanuit de kazerne in Petrinja het nabijgelegen gloednieuwe Kroatische politiebureau met kogels doorzeefd en het dak in brand geschoten. Een brandweerman wordt in zijn been geschoten. De militairen laten weten dat zij hebben geantwoord op vuur uit het politiebureau op hun kazerne. Dan rijst toch de vraag waarom het politiebureau grotendeels is verwoest, terwijl de kazernemuur geen kogelinslagen vertoont.