Het moeilijk te bewijzen nut van de veertiende Uitmarkt; Het Wolgamannenkoor in een ongure garage

AMSTERDAM, 26 AUG. Het propagandistische effect van de veertiende Uitmarkt, die dit weekeinde weer een half miljoen bezoekers naar de Amsterdamse binnenstad trok, was gistermiddag in één geval direct te merken. Op het grote podium bij de Blauwbrug over de Amstel presenteerde de Nederlandse Opera met solisten, koor en het Nederlands Philharmonisch Orkest, fragmenten uit Tsjaikovski's zelden uitgevoerde opera Mazeppa. Toen de duizendkoppige menigte zich daaraan bijna een uur had gelaafd, werd luidkeels meegedeeld dat vanaf dit moment aan de kassa van het Muziektheater kaarten te koop waren voor de volledige voorstelling, die vanaf 1 september elf keer wordt gespeeld. Onmiddellijk dromde men er samen; na een half uur waren er volgens één der employés "een paar honderd kaarten' verkocht.

Het was, mede door de gunstige geografische ligging van het Muziektheater in het hart van deze Uitmarkt, een van de weinige keren dat het effect op de kaartverkoop direct kon worden aangetoond. Voor de andere 160 instellingen die met een kraam aanwezig waren en voor de 150 gratis voorproefjes van produkties uit het komend seizoen, is minder makkelijk te bewijzen dat van het jaarlijkse evenement met zijn nationale uitstraling een wervend effect uitgaat. “Je hebt er niets aan,” zei een theaterproducent achter zijn kraam, “maar je kunt je niet permitteren om niet mee te doen, want je kunt nooit bewijzen dat je er niets aan hebt.” Daarmee was het dilemma van veel deelnemers pregnant onder woorden gebracht: je weet nooit welke argeloze passant wordt geconfronteerd met iets dat hem onbekend is en opeens in hoge mate behaagt.

Zo mag de cabaretière Brigitte Kaandorp, wier optreden zaterdagmiddag schuld was aan een benauwende samenscholing op het Muziektheaterplein, een ontdekking van de Uitmarkt van een jaar of zes geleden worden genoemd. “Het is er zo gezellig en zo kunst en zo cultureel - en iedereen is homosexueel,” zong zij nu.

Een ontdekking van dit jaar is ongetwijfeld het Wolgamannenkoor, op initiatief van een der acteurs samengesteld uit zo'n 35 medewerkers van Toneelgroep Amsterdam, van Pierre Bokma (star) tot Hans Kemna (casting). In een onguur ogende garage van het Muziektheater zongen zij, gehuld in t-shirts met het TA-logo, welluidend en meeslepend Russische melodieën, met solopartijen voor Ramses Shaffy en Rik van Uffelen. Een ervan bleek een socialistisch-realistische ode aan de Sovjet-arbeider te zijn, waarin op diverse plaatsen in de tekst de naam Gorbatsjov was ingevoegd. Zondagochtend had, gezien de politieke ontwikkelingen, nog plenair beraad plaatsgevonden over de vraag of er een aanpassing nodig was. Met algemene stemmen besloot men het echter zo te houden. Alleen de aanvankelijke gedachte om allemaal met een rode wijnvlek op het voorhoofd te verschijnen, werd veiligheidshalve verworpen.

De toneelgezelschappen, voor wie het altijd lastig is iets te laten zien van voorstellingen die nog niet eens worden gerepeteerd, manifesteerden zich ditmaal gezamenlijk met een ingekorte, vrolijk-cynische versie van Brechts eenakter Burgermansbruiloft, die verder alleen nog te zien zal zijn op de uitmarkten van Den Haag en Rotterdam. Een succes, al valt niet goed in te zien wat hier nu werd gepropageerd - het hedendaagse toneelspelen misschien. Beduidend minder juichende woorden had de publieke opinie na afloop, bij bier en broodjes, over voor de aquatische opera T.I. Tanic in het water van de Amstel, waarmee de Uitmarkt vrijdagavond werd geopend. Een publieksspektakel vergt Bengaals vuur of op zijn minst zang uit duizend kelen, zoals gisteravond laat, toen een keuze uit Aïda (met het koor op de balkons van het Muziektheater en trompetters die de rivier afzakten) de finale vormde.

Zaterdagmiddag werd een soortgelijk effect bereikt door de flamboyante Vassily Sinaisky, die met het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor propaganda maakte voor de VARA-Matinee. De klanken van Moessorgski en Borodin, in wiens Polowetzische Dansen voor de niet-ingevoerde Stranger in paradise te herkennen valt, spoelden op feestelijke wijze over de duizenden schuifelaars. 's Avonds bood hetzelfde podium plaats voor de Nederlandstalige pop van The Scene, Jan Rot en Tröckener Kecks, waarbij eveneens de gewenste Last night of the Proms-sfeer ontstond. “Ja, dit is óók cultuur!” riep zanger Rick de Leeuw van de Tröckener Kecks de massa toe, kennelijk verbaasd dat zijn rauwgevooisde vocalen werden toegelaten tot het officiële Uitmarkt-programma. In de officieuze sector vielen vooral Mathilde Santing, Astrid Seriese en Julya Loko op, die in hun eigen kraam uit volle borst - en onversterkt - uit het repertoire van Smokey Robinson stonden te zingen.

Terwijl heel wat kramen goede zaken deden met de verkoop van affiches (het Rijksmuseum verkocht er honderden voor de grote Rembrandt-tentoonstelling, die pas in december begint), werd de echte handel bedreven op de aanpalende Boekenmarkt. “Ik ben bijna helemaal los!” zei een uitgever enthousiast. “Enorm veel boeken verkocht, en de gebruikelijke boekhandelskorting steek je zo'n weekend zelf in je zak.” Martin van Amerongen, hoofdredacteur van de Groene en per 1 januari tevens van de geprivatiseerde Uitkrant, verkocht gesigneerde exemplaren van zijn weekblad voor 1 gulden.

Meer dan in voorgaande jaren had men ditmaal de deelnemende instellingen per genre gerangschikt, aldus AUB-directeur Arthur van Schendel. Dat neemt niet weg dat de Uitmarkt een verbazende en soms zelfs verwarrende veelzijdigheid blijft uitstralen. Terwijl op het ene billboard Fernando Pessoa in de uitvoering van Discordia en De Tijd werd aangeprezen, stond daarnaast te lezen dat de "nieuwste top-cd's met superkorting' verkrijgbaar zijn bij aankoop van Crispy Chips.