Dekolonisatie van tsaristische imperium niet meer te stuiten

De paradox is deze: het "herboren' Rusland moet nu het Russische rijk ontmantelen. Het gaat nu niet alleen om de ontbinding van de ooit door Lenin en vooral Stalin bijeengeraapte Sovjet-Unie. Nee, thans is de dekolonisatie van het tsaristische imperium aan de orde. Die taak rust op de schouders van Boris Jeltsin, de man die de afgelopen jaren juist zo populair is geworden door zijn appel op een renaissance van de tradities van de Russische natie. Want meer dan ooit sinds de revolutie van 1917 ligt het lot van de multiculturele staat in handen van het "moederland'. Jeltsin is sinds zijn afspraak van vrijdag met Sovjet-president Michail Gorbatsjov zelfs min of meer qualitate qua schaduw-staatshoofd van de hele unie.

Het tempo waarin vijfenhalf jaar perestrojka in zeven dagen is ingehaald, maakt elke voorspelling uiteraard riskant. Al was het maar omdat de waarzegger daarmee de kans loopt zichzelf danig in de vingers te snijden. Bovendien wordt in de Sovjet-Unie de soep naar onze smaak vaak zeer heet opgediend, maar blijkt ze ook veel sneller af te koelen dan bij ons.

De feiten bieden niettemin wel enig houvast. De anticommunistische revolutie in de Sovjet-Unie is afgelopen week succesvol afgerond dank zij de Russen. Waren Jeltsin en zijn "democratische beweging' er niet geweest, dan had de macht nu berust bij een groep conservatieven wier ideologie we niet precies kennen maar van wie we wel weten dat ze hard op de rem waren gaan staan. Ook al zou de junta van vice-president Gennadi Janajev door zijn gegaan met sommige economische hervormingen, herstel van de autoritaire verhoudingen in het openbaar bestuur en het culturele leven zouden er hoe dan ook het gevolg van zijn geweest. Kortom, het Chinese model. Nu kan de perestrojka echter op alle niveaus versneld worden voortgezet.

De consequenties daarvan zijn onmiddellijk zichtbaar aan het worden. Van een staatkundige eenheid is geen sprake meer, een enigszins alomvattende ideologische consensus in de vorm van een koningshuis of een kerk bestaat niet en de politiek-bestuurlijke infrastructuur is zoek. De diverse deelstaten van de Sovjet-Unie zijn vorige week welhaast over elkaar heen geduikeld, zo snel wilden ze hun eigen definitieve "onafhankelijkheid' realiseren nu er van enige centrale macht geen sprake meer is. Niet alleen de drie Baltische landen gebruikten aldus het moment, Moldavië deed het ook evenals Wit-Rusland. Dat Estland, Letland en Litouwen de koe bij de horen wilden vatten, zegt niet zoveel. De Baltische republieken waren de afgelopen twee jaar immers de vooruitgeschoven posten van het anti-Sovjet nationalisme.

Met Moldavië wordt het daarentegen al iets ingewikkelder. In deze ruim vier miljoen inwoners tellende republiek woont een substantiële Turkse en vooral Russische minderheid die dertien procent van de bevolking vormt. In de etnische conflicten die door de ambities van de laatsten zijn gerezen, zijn vorig jaar doden gevallen. Met name de Russen eisten toen en eisen nu nog steeds bescherming van Moskou. Die wens krijgt Jeltsin straks op zijn bord. Het tekenen van wederzijdse vriendschapsverdragen, zoals Rusland de laatste maanden heeft gedaan met verscheidene kleinere deelstaten, lost dat probleem alleen op zolang de conflicten niet escaleren. Gebeurt dat wel dan krijgt Jeltsin in eigen huis te maken met een nationalistische lobby die hij zelf heeft opgeroepen.

Maar misschien wel de belangrijkste stap werd zaterdag gezet door de Oekraïne. De Opperste Sovjet in Kiev riep zaterdag ook de onafhankelijkheid uit, nadat men eerder had aangekondigd een eigen leger te zullen gaan formeren en een eigen munt te gaan slaan. De politici in de Oekraïne die hierin de hand hebben gehad houden over het algemeen het hoofd koel (zie ook het artikel van Laura Starink op pagina 1 van vandaag). Niet voor niets hebben ze twee dagen geleden tegelijkertijd besloten dat er nog een referendum moet worden georganiseerd voordat de zelfstandigheid definitief haar beslag krijgt.

Maar we hebben het, als het om de Oekraïne gaat, niet over een operette-republiek als bijvoorbeeld Georgië. De Oekraïne is met ruim vijftig miljoen inwoners (een vijfde van de hele unie) net zo groot als Frankrijk. De republiek geeft, dankzij haar landbouw-areaal, de rest van het land nog altijd te eten. Er is een krijgsmacht gelegerd waar, althans qua omvang, Frankrijk bij lange na niet aan kan tippen. En er zijn kernwapens gestationeerd. In deze republiek is meer dan twintig procent van de bevolking van Russische origine. De onderlinge verschillen zijn eveneens groot. Het oosten is grotendeels gerussificieerd en behoort tot de Russische-orthodoxe kerk doordat het merendeel van het land al bijna duizend jaar Russisch is. Het westen is echter veel minder gevarieerd - de rooms-katholieke hiërarchie maakt daar de dienst uit - en is bovendien pas sinds 1939 deel van de Sovjet-Unie. Op dit moment is onvoorspelbaar hoe deze soep straks zal gaan pruttelen. Eén ding is niettemin hoe dan ook zeker: zonder de Oekraïne kan Rusland niet bestaan.

De naderende vernietiging van de politieke basis waarop de Sovjet-Unie was gebouwd, is mogelijk net zo belangrijk. Want ongeacht ons oordeel over de communistische partij, was deze de afgelopen zeventig jaar wèl het enige bestuurlijke centrum in het land. Door haar halve en hele collaboratie met de putschisten vorige week heeft de CPSU niet alleen onheil over zichzelf afgeroepen maar heeft ze ook elk argument uit handen gegeven om nog een beetje bij het openbaar bestuur betrokken te blijven. Een grootscheepse zuivering is in aantocht.

De wijze waarop Jeltsin Gorbatsjov vrijdag in zijn "Witte Huis' afdroogde (“en nu om de zinnen te verzetten iets anders, kameraden, wat dachten jullie van een decreet om de activiteiten van de Russische communistische partij te verbieden” - applaus - ""de oekaze is hierbij ondertekend”) zal dat proces alleen maar stimuleren. Iedereen die maandag 19 augustus nog een partijboekje op zak had, loopt het risico eruit gebonjourd te worden. In de niet-Europese Sovjet-republieken kan dat proces bovendien nog worden gekatalyseerd door vrijkomende islamitische emoties.

Dat zal niet zonder consequenties zijn. “Wij hebben de ideeën maar geen ervaring. Wij zijn incompetent. Communistische bureaucraten kunnen daarentegen wel behoorlijk competent zijn”, zoals de jonge sociaal-democraat Oleg Roemjantsev (één der leiders van Jeltsins coalitie Democratisch Rusland) het medio april in deze krant formuleerde. Zo is het nog steeds. Misschien niet zozeer in Moskou en Leningrad waar de democraten, zeker de afgelopen week, hebben getoond het crisis-management voorbeeldig te beheersem maar wel in de rest van het land.

De gevolgen van dit gebrek aan politiek-bestuurlijke infrastructuur zullen zich uiteraard doen voelen in de wijze waarom het democratische klimaat al dan niet gestalte krijgt. Dat is op langere termijn van belang. Op de korte baan is het schrijnend gebrek aan kader echter nog belangrijker. Binnen een maand moet er letterlijk worden geoogst, moeten de distributiekanalen weer functioneren en, gelet op de verwachtingen onder het volk, liever nog beter dan voorheen. Zo niet, dan dreigt er weer eens een harde winter. De terugslag die daar het resultaat van kan zijn, is niet te overzien.

“Rusland redt de unie”, schreef het nu verboden partijdagblad Pravda afgelopen donderdag. Niet alleen een wat hypocriete poging om het eigen gezicht te redden maar ook een vorm van wishfull thinking. De unie is allerminst gered en of Jeltsin daarvoor straks nog tijd en energie heeft, weet de Russische president op dit moment zelf waarschijnlijk ook niet.