De Zwarte Markt in Beverwijk; Plastic bloemen tussen kruisbogen

Op het industrieterrein van Beverwijk waarschuwen borden in Turks en Nederlands dat geparkeerde auto's door sleepwagens worden verwijderd. Pal voor de borden staat een rij auto's dubbel geparkeerd, want bezoekers van de Zwarte Markt houden niet zo van regels en geboden. In het elfde jaar van zijn bestaan trekt deze vrijhandelszone in Beverwijk elk weekeinde bijna 2.000 kraamhouders en 40.000 bezoekers, ondanks de parkeerchaos en ondanks de kleine criminaliteit, die volgens marktmeester B. van Kampen bij de Zwarte Markt hoort “Zoals Yin hoort bij Yang”.

De markt, die uit vijftien fabrieksloodsen bestaat, is sinds 1982 onderverdeeld in een Zwarte Markt en een Oosterse Markt. “Palingpop en Zwarte Zee-rock gaan niet samen”, denkt Van Kampen, die in zijn olijfgroene parka met dito gleufhoed de marktkraampjes inspecteert. Op de Oosterse Markt drijven families in een geur van geroosterd lamsvlees, komijn en shoarmakruiden een levendige handel in islamitische kitsch. Populair zijn momenteel plastic bloemen, kroonluchters van nepgoud en glas en met kerstboomverlichting omlijste afbeeldingen van islamitische heiligdommen. Handelaars in "Müzik Kasetletsi' overstemmen elkaar met de nieuwste hits uit Istanboel en Tanger. In de moskee, een barak die vroeger diende als opslagplaats voor chemisch afval, voeren moslims het ochtendgebed uit. Islamitische handelaars overheersen de Oosterse Markt, maar de hindoes zijn in opkomst. Van Kampen: “Geweldige zakenlui, maar een beetje in zichzelf gekeerd.”

Heel anders is de sfeer op de Zwarte Markt aan de overkant, waar Hollanders wandtegels, incomplete serviezen en oude jaargangen van "Het Beste' proberen te slijten. Een professionele handelaar verkoopt kruisbogen en luchtdrukwapens. “Dit CO2-pistool is lasergeleid”, roept hij, en laat het rode licht van het laservizier over de voorhoofden van zijn klanten spelen. “Helemaal legaal, maar je kunt er toch een aardig gat mee slaan.”

De meerderheid van de standhouders bestaat uit kleine scharrelaars. “Er staat hier heel wat menselijke ellende op de markt. Mensen die in de VUT verzuurden, WAO'ers die de hele dag naar hun parkiet zaten te staren. Op de Zwarte Markt krijgen ze een kans een nieuw sociaal netwerk op te bouwen”, zegt Van Kampen. Rietje de Valk is één van de handelaars van het eerste uur: “Deze kraam is mijn volkstuintje. Zonder Zwarte Markt zou ik in een zwart gat vallen.” Samen met haar zwakbegaafde zoon Arie brengt zij bloemen en bonsaï-boompjes aan de man, gemaakt van geregen kraaltjes. “Mijn man is invalide, maar hij kan nog wel kralen rijgen. We zijn nu alledrie zo handig dat we het werk 's avonds op de bank voor de televisie doen.”

De gemeente Beverwijk tolereert de Zwarte Markt, omdat die wekelijks vele toeristen trekt naar dit wat saaie plaatsje onder de rook van de Hoogovens. Na een conflict met de economische dienst, dat in 1984 een hoogtepunt bereikte toen Van Kampen een emmer met 70 geklutste eieren over het hoofd van een inspecteur leeggoot (“Zoiets moet je als baas zelf doen, dat kan je niet delegeren”), hebben de autoriteiten zich erbij neergelegd dat de markt ook op zondag open blijft.

Om de handel in gestolen goed tegen te gaan, heeft de politie vorig jaar een vijfmansteam voor de Zwarte Markt opgericht. In de Algemene Politieverordening van de gemeente Beverwijk is een registerplicht ingesteld, die handelaars dwingt aankoopnota's te overleggen van hun "ongeregelde handel'. Hoewel de politie in een recent evaluatierapport klaagde over onvoldoende middelen om de heling defintief de kop in te drukken, denkt adjudant J. de Beer dat de verkoop van gestolen goed sterk is teruggelopen.

,De criminaliteit hoort erbij”, meent marktmeester Van Kampen. “Waar veel mensen rondlopen met geld op zak, vind je onvermijdelijk zakkenrollers. Wat betreft de heling: vroeger zag ik stapels autoradio's, met van die korte draadjes en soms nog een stuk dashboard erbij. Dat zie ik de laatste tijd niet meer.” Niet dat hij zo'n hoge dunk heeft van het morele gehalte van zijn "marktmakkers'. In het voorbijgaan wijst Van Kampen op een handelaar in fruit: “Van deze familie weten we dat ze tussen hun fruit ook andere landbouwproducten uit Turkije importeren. Moeten ze zelf weten. Ze hebben er in elk geval een mooie auto aan over gehouden.”