De keurmeesters

De medische en arbeidskundige onderdelen van de uitvoering van de arbeidsongeschiktheidswetten AAW en WAO zijn opgedragen aan de Gemeenschappelijke medische dienst (GMD).

Deze dienst, opgericht in 1967 bij de invoering van de WAO, adviseert de bedrijfsverenigingen over de mate van arbeidsongeschiktheid en eventueel over aanpassingen aan woningen voor gehandicapten. In 1986 werd zijn taak uitgebreid met arbeidsbemiddeling ten behoeve van gehandicapten en gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

Bij de GMD werken 1550 ambtenaren, verspreid over 29 vestigingen in 16 regio's. Zij zijn grofweg te verdelen in verzekeringsgeneeskundigen (artsen) en arbeidskundigen. De verzekeringsgeneeskundigen nemen de medische beoordeling van de cliënten voor hun rekening, de arbeidskundigen gaan na of er mogelijkheden zijn om (ander) werk te doen en begeleiden eventuele rentegratie van "andersgeschikten' in het arbeidsproces. Dit gebeurt doorgaans aan het eind van het "wachtjaar', de periode waarin de verzekerde onder de Ziektewet valt.

De beoordeling lijkt simpel: de arts bekijkt de medische beperkingen en de arbeidskundige bepaalt het verlies aan "verdiencapaciteit'. Maar "arbeidsongeschiktheid' is per definitie een vaag begrip. Daardoor bestaat er binnen het "beoordelingssysteem' volgens WAO-onderzoeker dr. R.J. van der Veen een aanzienlijke vrije ruimte voor de ambtenaren van het GMD. “Binnen deze vrije ruimte hanteren zij andere normen om tot een beslissing te komen: verdienste, behoefte en het professionele criterium van het zekere voor het onzekere nemen”, aldus Van der Veen in zijn vorig jaar gemaakte proefschrift.

Vorig jaar kwamen er 92.500 nieuwe (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten bij. In veruit de meeste gevallen (77.600) luidde de diagnose van de verzekeringsgeneeskundige "volledig' arbeidsongeschikt. Dat betekent dat de arbeidskundige er in deze gevallen niet of nauwelijks aan te pas is gekomen.

In 32.500 gevallen werd als diagnose "gebreken aan het bewegingsstelsel' gesteld, in 28.800 gevallen ging het om "psychische problemen'. In omvang bezetten hart- en vaatziekten met 7.400 diagnoses de derde plaats.

De leeftijdscategorie van 45 tot en met 54 jaar was bij de "instroom' in AAW-WAO vorig jaar het sterkst vertegenwoordigd (25.700 gevallen), gevolgd door de groep 35-44-jarigen (23.400) en de groep 25-34-jarigen (19.100). Aan 15-24 jarigen werden 10.800 nieuwe uitkeringen toegekend, aan 55-64-jarigen 13.500.

Verschillende keren is geprobeerd de controle op de beoordeling van arbeidsongeschiktheid te vergroten. Voor het werk van de arbeidskundige is dat wel gelukt, maar voor het werk van de arts geldt volgens Van der Veen dat er nauwelijks enige controle is op zijn of haar beslissingen. “Het feit dat de verzekeringsgeneeskundigen de belangrijkste "poortwachters' zijn naar de WAO en dat zij nauwelijks controleerbaar zijn, verklaart voor een deel de vaak geconstateerde onbeheersbaarheid van het beroep op de WAO-AAW.”

Uit de praktijk blijkt dat een verzekerde die langer dan drie maanden in de Ziektewet zit een hele grote kans loopt in de AAW-WAO terecht te komen. Om de "gevalsbehandeling' te verbeteren en de kansen op (gedeeltelijke) terugkeer in het arbeidsproces te vergroten wil het kabinet het GMD-werk overhevelen naar de bedrijfsverenigingen. “Maatwerk per geval en per bedrijf”, luidt het nieuwe parool, maar daardoor zullen de uitvoeringskosten - zeker in de eerstkomende jaren - eerder stijgen dan dalen. En daarmee heeft het kabinet, getuige de kwart miljard gulden die volgens de Tussenbalans tot 1994 op de uitvoering moet worden bezuinigd, geen rekening gehouden.