De kaart van Europa

LANGZAAM ZAKKEN nu ook de instituties van de Sovjet-Unie in elkaar, nadat de economische samenhang al eerder verloren was gegaan. De ene na de andere republiek verklaart zich onafhankelijk en met de Oekraïne en Wit-Rusland buiten het Sovjet-verband en het nieuwe Unie-verdrag achterhaald hebben de onderlinge betrekkingen een sterk anarchistisch karakter gekregen. De mislukte staatsgreep van vorige week heeft een stroomversnelling veroorzaakt en niemand weet waar de wrakstukken van wat eens de Unie was zullen belanden. De buitenwereld kijkt toe en kan slechts afwachten. Niet alleen een ideologie, maar een heel imperium, beslissende factor in de internationale verhoudingen, heeft de geest gegeven.

De kaart van Europa en mogelijk van een groot stuk Azië moet opnieuw worden getekend. Een van de uit het Sovjet-rijk losgelaten brokken heeft zich inmiddels al weer vastgezet. Met de aanvaarding van de onafhankelijkheidsverklaringen van de drie Baltische staten door de Russische president, Jeltsin, is immers voor de rest van de wereld voldoende duidelijkheid geschapen om het bestaan van Litouwen, Letland en Estland met een formele daad van volkenrechtelijke erkenning te bekrachtigen. Het tot voor kort gerechtvaardigde argument dat een dergelijke stap averechts zou werken gaat niet meer op. Jeltsins zegel is onder de gegeven omstandigheden het beste waarmerk dat volkenrechtelijk kan worden verlangd.

VOOR DE TWAALF ministers van de Europese Gemeenschap zal de Baltische kwestie morgen wellicht niet het tijdrovendste agendapunt zijn. Weliswaar heeft het Nederlandse voorzitterschap nog even de indruk willen wekken dat hier niet al te veel haast was geboden, maar niemand zou het de voorzitter hebben kwalijk genomen als hij in dit geval al vast de toon had gezet. Die toonzetting is nu overgelaten aan Denemarken dat, evenals de andere Scandinaviërs, geldige redenen had om onmiddellijk zijn plaats te bepalen. Als het voorzitterschap in de toekomst nog eens iets meer zal worden dan de plek waar de orde van het debat wordt bewaard, zal dat niet de vrucht zijn van dit Hollandse halfjaartje.

Een week geleden hebben de Twaalf, onder de indruk van de, gelukkig tijdelijke, regressie in de Sovjet-Unie, de vrijgeworden landen van Oost-Europa een belofte gedaan. Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije in het eerste gelid, Roemenië, Bulgarije en Albanië in het tweede werd uitzicht geboden op een dynamische samenwerking met de Gemeenschap, dynamisch in de zin dat de samenwerking zal worden geïntenviseerd naarmate de binnenlandse ontwikkelingen gunstiger verlopen. Er is alle reden om morgen te onderstrepen dat de belofte gestand wordt gedaan, ook nu het gevaar van de reactie is geweken. Bovendien kan en moet in één beweging aan de erkenning van de Baltische staten de toezegging worden gekoppeld dat zij van de kant van de EG op een gelijke behandeling kunnen rekenen als de andere landen van Midden- en Oost-Europa.

KANSELIER KOHL heeft vorige week in herinnering geroepen hoe verstandig het was geweest om Duitsland te verenigen toen de kans zich vorig jaar voordeed. Variërend op dit thema moet er voor worden gepleit om de vrijgeworden volken in het oosten van Europa onder de arm te nemen op het moment dat zij al hun hoop op het vrije Westen hebben gericht. Dat is al eerder gezegd en geschreven en er is hier en daar ook wel een helpende hand uitgestoken. Maar de bewustwording in West-Europa van wat er op het spel staat is maar beperkt. Niet alleen bij de politici, maar vooral bij de burger. Van de mate van diens offervaardigheid en verbeeldingskracht zal het afhangen of er al dan niet soelaas kan worden geboden. Ook die kans is historisch gezien eenmalig.