Bugno sterkste van trio zwijgers

STUTTGART, 26 AUG. Aan de vooravond van het wereldkampioenschap duwde Gianni Bugno even het Italiaanse peloton journalisten opzij om naar Felice Gimondi te stappen. Met een "ciao campione' begroette hij de wereldkampioen van 1973 en Tour de France-winnaar van 1965. De amicale Gimondi antwoordde met een hartelijk "ciao campione". Bugno straalde ontspannenheid uit, hoewel hij als geen ander besefte dat hij de grote favoriet was voor de wereldtitel. Als vanzelfsprekend sloeg de Italiaan gisteren na zeseneenhalfuur zware strijd toe. Bugno mag zich nu een campionissimo noemen.

De wielerwereld mag zich na een jaar met een toevallige titelhouder (Dhaenens) gelukkig prijzen met een echte kampioen. Geen ander dan de 27-jarige Lombardijn komt de regenboogtrui toe na het machtsvertoon dat hij in en tijdens de wedstrijden na de Tour de France ten toon spreidde. Zonder een rekenfoutje in de naar later bleek beslissende Pyreneeën-etappe zou Bugno waarschijnlijk ook de Tour hebben gewonnen. En niet Miguel Indurain, die als om de kracht van de nieuwe generatie te accentueren in Stuttgart de derde plaats (achter Steven Rooks) voor zich opeiste.

Wat Bugno nog mist naast de overwinning in de Tour de France, is charisma. Hij heeft nauwelijks uitstraling, praat liever niet en stelt zich altijd bescheiden op. Wat dat betreft vormde de Italiaan met Rooks en Indurain op het erepodium een trio van zwijgers. Het beeld dat de laatste jaren steeds nadrukkelijker door de nieuwe generatie wordt bepaald. Mediasterren telt het peloton beroepsrenners steeds minder, hoe goed Bugno's sponsor ook zijn best doet met reclamespots zijn sportdrank aan de Italiaan te verbinden. Illustratief is misschien dat Bugno in het voorjaar lange tijd uit de roulatie was na een ongelukje bij de opnamen van een reclamefilmpje.

Meer dan 300.000 toeschouwers langs het traject zagen dat aan de voorspelde Italiaanse overheersing niet viel te tornen. Even ging er een zucht van verontrusting door de immense massa tifosi toen Moreno Argentin, met Bugno de kopman van de azzurri, viel doordat hij met zijn fiets in een op het parcours gewaaide Italiaanse vlag verstrikt raakte. De uitbundigheid van de Italianen stokte even, maar werd al snel in volle hevigheid voortgezet toen Chiappucci de aanval namens het machtige gezelschap van bondscoach Alfredo Martini inzette.

Alle concurrenten wachtten op het initiatief van de sterkste ploeg. Hoe sterk en hoe hecht het collectief zich voelde, bleek wel uit het feit dat de Italianen zich niet verschuilden. In geen enkele wielernatie zijn de belangen zo groot als in Italië. De machtige media en de invloedrijke sponsors nemen geen genoegen met een passieve rol. In het verleden werd het mediterrane temperament de blauwe brigade nog weleens noodlottig. Maar gisteren werd na de val van Argentin al snel duidelijk dat alle kaarten op Bugno moesten worden gezet.

Terwijl de favoriet werd omsingeld door kopmannen van de concurrentie, probeerden achtereenvolgens Chiappucci, Ballerini en Fondriest te profiteren. Hoofdrollen in de hand- en spandiensten werden opgeëist door Cassani en Giovannetti. In de beslissende fase sloeg Bugno de oppositie superieur van zich af. Hij moet zich nauwelijks bedreigd hebben gevoeld door de nabijheid van Indurain, Rooks en de Colombiaan Alvaro Mejia in de laatste kilometer. Tegen zijn sprint was het drietal kansloos. Even leek hij in zijn uitbundige vrede nog gepasseerd te worden door Rooks. Maar Bugno voelde zich zo sterk dat hij de de kans niet voorbij wilde laten gaan zijn handen juichend omhoog te steken. In de Tour de France, verklaarde hij later, durfde hij dat feestelijk gebaar niet te maken omdat hij niet zeker wist of er nog een renner vóór hem was gefinished.

Nadat Bugno eind 1985 overstapte naar de profs heeft het lang geduurd voordat hij weer zo domineerde als bij de amateurs. Na een val op zijn hoofd in de Giro van 1988 verloor hij zijn vertrouwen. Wanneer op hoogten van boven de 1.000 meter kwam werd hij bang, afdalen durfde hij helemaal niet meer. Zijn vriend en ex-profrenner Claudio Corti stuurde hem naar een psycholoog, Sergio Rota. Deze meende dat zijn evenwichtsgevoel was verstoord.

Door middel van therapieën op een doveninstituut in Milaan met geluidsgolven afgewisseld met muziek (Mozart) in de winter van 1989-'90 herwon Bugno zijn zelfvertrouwen. Nog hetzelfde jaar brak Bugno door als kampioen. Hij won Milaan-Sanremo in recordtijd, de Ronde van Italië (hij droeg de leiderstrui van start tot finish), twee etappes in de Tour de France, de Wincanton Classic en het klassement om de wereldbeker.

Dit jaar verging het Bugno door blessures en ziekten aanmerkelijk slechter. Pas in de Giro liet hij iets van zijn vorm van vorig jaar zien. Hij werd slechts vierde. Vervolgens werd hij Italiaanse kampioen en eindigde hij als tweede in de Tour de France. Twee weken later won Bugno met overmacht de wereldbeker-klassieker in San Sebastian. Het lag voor de hand: Bugno was de grote favoriet voor de wereldtitel. Hij hield zich afzijdig van de Italiaanse voorbereidinsgkoersen, de Trittico Premondiale, en trainde op grote hoogte in de Alpen.

Maar niet alleen Bugno bleek in het Italiaanse kamp in topconditie. Argentin, Chiappucci en Fondriest hengelden met staaltjes van kracht naar het kopmanschap in de squadra. Fondriest kreeg slechts een vrije rol. Toen hij vrijdag niet op tijd aanwezig was op de persconferentie van de Italiaanse ploeg, riep bondscoach Martini schertsend: “Die is misschien bij de Hollanders.” Daarmee aangevend dat Fondriest zijn geld verdient bij een buitenlandse werkgever, het Nederlandse Panasonic.

Hoe de formule van Alfredo Martini ook werkt, hij kan succesvol worden genoemd. Sinds de man in 1975 in dienst trad van de Italiaanse wielerbond veroverde een team onder zijn leiding vijf wereldtitels: Moser in 1977, Saronni in 1988, Argentin in 1986, Fondriest in 1988 en Bugno in 1991. Zesmaal behaalde een Italiaan de tweede plaats, vijfmaal de derde. De 70-jarige commissario tecnico is in het wielrenparadijs daarom onschendbaar.