BRABANTSE "TINUS' BLIJFT ZICHZELF

Aan de brede borst van Piet Hoekstra is het Nederlandse vrouwenwielrennen op de weg naar een volwassen sport gegroeid. Gevoed door de eigenzinnige, rechtlijnige benadering van de Friese oud-cipier hebben diens meiden alle schroom laten varen zich tot het uiterste in te spannen. Met Leontien van Moorsel als exponent is het imago de laatste twee jaar drastisch opgevijzeld.

Zelf maalt Hoekstra niet om glitter en glamour, maar de uitstraling van Van Moorsel komt hem en zijn sport goed van pas. De 42-jarige bondscoach en de 21-jarige wereldkampioene trekken elkaar aan als tegenpolen. Waar de Brabantse zich moet hoeden voor te grote uitbundigheid, verbergt hij zijn emoties. Terwijl ter ere van de wereldtitel van Van Moorsel het Wilhelmus klinkt, babbelt de robuuste man uit Dokkum rustig door zonder zijn blik af te wenden. “Ik hoor het wel”, geeft hij toe. “Ik vind het prachtig. Ze zeggen wel: het maakt Piet allemaal niet uit, hij is altijd hetzelfde. Ik lach weinig. Maar innerlijk zit het wel goed. Ik vind niet dat ik hier moet gaan staan janken. De sporter doet 't tenslotte.”

Toen Hoekstra in 1989 bondscoach werd, besloot hij af te rekenen met het beeld dat men van het vrouwenwielrennen had. Geen “dikke konten”, geen “jankende meiden”. Het was voor sommige meisjes even wennen. “Maar met huilen als ze gevallen zijn moeten ze niet bij mij zijn. Ik gooi ze op de fiets en wegwezen met dat gejank. Daar kan ik niet tegen. Daarin ben ik een rare. Bovendien haalt het niets uit. De koers gaat door.”

Als bondscoach wil hij dat zijn selectie zich als topsporters gedragen. Ze moeten hard voor zichzelf zijn, zelf de pijn dragen. “Ze zeggen gauw: die werkt met jonge meiden. Maar dat wil niet zeggen dat ze tegen mijn brede borst aan mogen leunen. Ik doe dat nog niet met mijn eigen vrouw. Dus ook niet met die meiden. Dat is mijn natuur. Je loopt de kans dat je Leontien iets meer geeft dan een ander, dat je haar wel een kusje geeft. Ik ben wel rechtlijnig, keihard ben ik zeker niet. Ik heb een eigen mening over vrouwenwielrennen. Ze passen zich aan of niet.”

In het begin liep de samenwerking met Van Moorsel nogal stroef. “Ze zal wel gedacht hebben: wat moet ik met die boerenlul? Maar ik heb haar toen even flink op de vingers getikt. Na een maand was het ijs gebroken. Ze kent me, ze weet wanneer ze me voorbij moet rijden. Het is moeilijk om vertrouwen te winnen. Ik ben vrij kortaf, ik straal weinig vreugde uit.” Er is nu een wederzijds vertrouwen tussen bondscoach en selectie. “Leontien en ik zijn een twee-eenheid. Als ze slecht slaapt, belt ze me bij wijze van spreken.” Maar zelfstandigheid is een groot goed. “Ik pak ze allemaal aan als wielrensters en niet als meiden.” Het blijven vrouwen. Als ze zich, zoals trendy is, voor de koers opmaken met mascara en lipstick, dan is dat begrijpelijk. “Zolang ze niet bang zijn tot op de bodem te gaan en niet bang zijn dat de make-up doorloopt, is dat misschien wel goed voor de wielersport. Ik ben blij dat ze zich durven gedragen zoals ze zijn.”

De marktwaarde van Van Moorsel en haar ploeggenoten neemt hand over hand toe. Na de twee wereldtitels (achtervolging en ploegentijdrit) van de Brabantse vorig jaar in Japan is de belangstelling van commerciële en mediatieve zijde vaak te groot geweest. En Harrie Jansen, die haar belangen behartigt, vreest dat de aantrekkingskracht door haar kampioenschap zal toenemen. Van Moorsel heeft moeite met de grote aandacht, maar weet niet hoe ze daar mee om moet gaan. De reclameboodschappen met het fotogenieke meisje uit het boerendorp Boekel zullen niet van de lucht zijn. In Italië werd al een plaatsje ingeruimd in het boulevardblad La bellezza delle donna, compleet met een verhaal over haar sexuele voorkeur.

“Al was ze lelijk, dan kreeg ze nog die publiciteit”, meent Hoekstra. “Voor mij maakt het niets uit dat ze veel op televisie komt. Voor haar is het een probleem.” Van Moorsel zegt niet nog zoveel heisa als de afgelopen winter te willen meemaken. Daarom vertrekt ze na het seizoen voor een korte periode naar Australië. Misschien dat ze daar wel gezellig op een terrasje kan zitten en de pers en reclame-jongens van zich af kan houden. Bovenal wil ze toch dezelfde "Tinus' blijven, een gezellige Brabantse.

Hoekstra heeft van haar een wielrenster gemaakt. Hij adviseerde Van Moorsel af te slanken. Want wilde ze op internationaal bergop mee kunnen rijden, dan moest haar lichaam daarop zijn voorbereid. Hoekstra kweekte “magere meiden”. Van Moorsel viel in twee jaar tijd liefst vijftien kilo af. 's Winters deed ze samen met de motorcrossers Van den Berk en Strijbos aan krachttraining. Ze doseerde de wedstrijden en richtte zich op aanraden van Hoekstra op de individiuele wereldtitelstrijd op de weg. Het parcours zou haar goud kunnen opleveren, meende de bondscoach. De ploegentijdrit drie dagen tevoren moest ze in tegenstelling tot vorig jaar aan haar voorbij laten gaan.

De harde, professionele aanpak had succes. Al halverwege de wedstrijd besloot Van Moorsel haar krachten niet langer te sparen. De concurrentes (de wereldkampioene Marsal uit Frankrijk en haar landgenote Clignet) leken een slechte dag door te maken, als gevolg van de zware tijdrit. De solo van ruim 35 kilometer was indrukwekkend en slaagde. Hoekstra zei later: “Met alleen maar poeslief zijn voor elkaar komen we er niet in de wereld.”