Bang voor Kok

“Je kijkt zo sip”, zei de man in de trein die tegenover mij zat, “jij knijpt hem zeker ook voor Kok?”

“Nee”, zei ik verbaasd. “Nou, ik anders wel”, zei hij, “ik zit al vijftien jaar in de WAO, ik knijp hem behoorlijk. Je moet niet denken dat ik zo'n losbol ben die zich na twee niesbuien in de WAO heeft laten duwen, echt niet hoor, maar 't zat zo: ik werkte bij een baas en had op de kop af per jaar twintig vrije dagen. Nou heb ik al, sinds dat we op school breuken kregen en ik daar niet mee uit de voeten kon, twee gouden handjes. Dus 't was altijd, Klaas ken jij voor ons een klusje opknappen. Een schuurtje mastieken, tegeltje zetten, keukentje omdraaien, enfin, je weet het wel, ik kwam op lest weekenden te kort voor al m'n karweitjes. Al m'n vrije dagen kon ik met een klusje verzilveren. Dus ik denk: Klaas, jongen, zo gaat dat niet langer, je ken makkelijk voor je eigen beginnen, maar ja, je wil toch wat vastigheid, de bomen blijven niet eeuwig naar de hemel groeien. Dus ik naar de dokter, ik zeg, ik til al veertien jaar tegels, m'n rug is op. Hij kijkt er naar, hij zegt, ja man, die rug is uitgewoond. Dus hij stopt me één, twee, drie in de WAO. Nou, toen had ik opeens 365 dagen per jaar om die met klusjes te verzilveren. En je weet hoe het is: voor de gewone jongen is wit werk niet betaalbaar meer, 't is toch als je binnen de wet wil blijven twee gulden verdienen om er ééntje te kunnen uitgeven, dus ook twee gulden betalen om voor één gulden je schuurtje te laten mastieken. En dat zeg ik nou altijd tegen iedereen die er aanmerkingen op heeft. Als wij niet onder de tafel door betaald konden worden, werden al die klusjes doodgewoon niet gedaan en zou je 's zien hoe alles hollend achteruitging. Wij houden onder de tafel door Nederland overend. Was zwart werken onmogelijk, dan had je niet eens achterstallig onderhoud meer, dan was alles al finaal ingestort. Afijn, om kort te gaan, ik werk dus nou al krap tien jaar voor m'n eigen en dat dat allemaal goed gaat, heb ik aan de WAO te danken. Met m'n uitkering kan ik m'n belastingen betalen, want kijk, hoe is het hier in Nederland, 't is niet, ik werk, dus ik verdien, dus ik betaal belasting, nee, 't is goddorie net andersom, 't is ik mot allerlei soorten belastingen betalen, dus ik mot wat geld verdienen, dus ik mot werken. En ook als je zogenaamd niet werkt, maar in de WAO zit, mot je toch onroerend-goedbelasting betalen en AOW en belasting over de rente van je spaargeld, en dat loopt alles bij mekaar aardig op, dus je krijgt je WAO en je geeft dat ook weer netjes terug aan die stoppelbaard en Kok en z'n makkertjes. Houen hunnie d'r mee op mij met van die blauwe enveloppen te bestoken, dan mogen hunnie wat mij betreft die WAO ook in hunnie eigen knip houden, maar nou heb ik dat geld gewoon nodig. Niet om d'r vrolijk mee aan de boemel te gaan, maar om me d'r al die acceptgirokaarten die ze me toesturen van het lijf mee te houden. Laatst heb ik nog voor een leuk weduwvrouwtje een lief badkamertje aangelegd. Als je al die tegeltjes wit op de muur mot zetten, echt, dan kom je d'r niet eens aan toe om een waterdicht vloertje te leggen, dan moet je gewoon zeil op de vloer pleuren en maar hopen dat ze als ze strakkies in bad zitten niet veel spetteren. En kijk, hè, dat willen ze nou allemaal van ons afnemen, 't is niet voor niks dat het hele volk nou te hoop loopt, d'r worden... wat is het... hoeveel zitten d'r ook weer in de WAO...”

“Ik dacht zevenhonderdduizend”, zei ik.

“O, ja, ja, nou daarvan zijn er, laat eens kijken, misschien zevenduizend echt ziek, maar de rest heeft dat uitkerinkje gewoon nodig om er zwart bij te kunnen klussen zonder dat je weduwvrouwtjes het vel over de neus hoeft te trekken. Zo is het toch? Ik ken twintig mensen die in de WAO zitten. Daarvan zijn er drie echt slecht aan toe, de rest is kerngezond, allemaal fidele jongens met gouden handjes die van hard werken houden waar ze geen goudgeld voor willen hebben, maar gewoon handje contantje wat zakgeld om er hun benzine en hun pikketanussie van te kunnen betalen. En weet je wat ik dan altijd zeg? Dan zeg ik altijd: op die benzine en jenever zit zoveel accijns dat je als je daar je zwarte geld aan uitgeeft 't meteen ook weer witwast door d'r een riante slok belasting over te betalen. Dus waar praten we over?”