Armetierig eerbetoon

Met het artikel van M. Kopuit in NRC Handelsblad van 3 augustus kan ik ten volle instemmen. Twee miljoen gulden voor 102.000 steentjes in Westerbork? Terwijl, bij voorbeeld, de werkgroep Kfar Shaul, waartoe ik behoor, zich al meer dan tien jaar inspant om het geld bij elkaar te krijgen voor de renovatie van een psychiatrische inrichting in Jeruzalem, waarin ook nog concentratiekamp-slachtoffers verpleegd worden. Velen nog steeds in erbarmelijke huisvesting. Op een totale raming van ƒ 9 à 10 miljoen kon in die ruim tien jaren slechts circa veertig procent gerealiseerd worden.

Voorts wil ik wijzen op de armetierige manier, waarop mevrouw Wijsmuller-Meijer (tante Truus) "geëerd' wordt. Een klein beeldje op het Bachplein, dat gedeeltelijk schuil gaat onder beplanting. Schuift men die opzij dan kan men onder haar officiële naam lezen: Lid Gemeenteraad Amsterdam 1945-1966 (was dat haar bijzondere verdienste?) en voorts: Bella Trix Vigilans Beatrix (wie kan dat interpreteren?). In de Winkler Prins kan men lezen wat deze markante vrouw werkelijk heeft gedaan: vóór en tijdens de oorlog: transport en redden van joodse kinderen, hulp aan onderduikers, voedsel- en medicijntransporten...

Drieëneenhalf jaar geleden bracht ik het geval Raoul Wallenberg onder de aandacht van burgemeester Van Thijn. Raoul Wallenberg, die tienduizenden Hongaarse joden uit de klauwen van Eichmann en SS-generaal Schmidthuber heeft weten te redden en die sedert 1945 in de Sovjet-Unie gevangen gehouden werd.

Wat in Gouda en Alphen a-d Rijn (met onthulling door Wiesenthal) wèl kon heeft Amsterdam nog steeds niet kunnen opbrengen: een waardig eerbetoon voor de mensenredder en martelaar Raoul Wallenberg.