Anatoli Loekjanov is volgens Jeltsin brein achter staatsgreep; Jeugdvriend van Gorbatsjov struikelt over artikel in Izvestia

MOSKOU, 26 AUG. Acht dagen geleden was Anatoli Loekjanov op zijn vrije zondag nijver aan het werk. Zijn artikel moest snel af. Het diende de volgende dag nog in de regeringskrant Izvestia te verschijnen, zijn Izvestia, de krant met een redactie die hem het afgelopen jaar zo had getart met haar verzet tegen zijn beleid.

Het onderwerp van de beschouwing: het nieuwe Unieverdrag dat de Sovjet-Unie als staatkundige eenheid bijeen had moeten houden, dat drie dagen eerder was gepubliceerd en over twee dagen moest worden getekend. Van die plechtige ondertekening in de Gregoriaanse zaal in het Kremlin kon geen sprake zijn nu hij “talloze oproepen van werkers” had ontvangen, schreef Loekjanov, en overhandigde vervolgens de met de hand geschreven tekst aan hoofdredacteur Nikolaj Efimov van de Izvestia.

Nog geen etmaal later werd duidelijk waarom. Voordat de krant maandagmorgen "zakte', dacht Efimov hem echter nog een dienst te moeten bewijzen. Hij anti-dateerde het stuk van 18 in 16 augustus en veranderde, nauwkeurig als hij was, de zin in de eerste alinea waarin Loekjanov had geschreven dat het concept-verdrag drie dagen eerder was verschenen in “één dag geleden”. De redactie van de Centraal-Aziatische partijkrant Slovo Kirgistana (Het Woord van Kirgizië) deed dat niet. Het kwam dus uit.

Toeval? Of een bewijs dat Loekjanov op de hoogte was van de coup, sterker, dat hij de kwade genius was achter de junta die hem naderhand had willen gebruiken als constitutioneel vijgeblad?

Voor de Russische president Boris Jeltsin en diens premier Ivan Silajev was dat drie dagen later geen vraag meer maar een weet. Loekjanov moest volgens hen worden gezien als de auctor intellectualis van de staatsgreep. Sovjet-president Michail Gorbatsjov gooide dezelfde dag nog olie op het vuur door zijn oude studiemakker openlijk af te vallen, zeggend dat zijn gedrag van de afgelopen week nader onderzocht moest worden. Een gedachte die sindsdien in bredere kring heeft postgevat. De Opperste Sovjet van de Unie, die vandaag in spoedzitting bijeen is gekomen, mag hij in elk geval niet voorzitten. Die taak berust nu bij de twee vice-voorzitters van het parlement, Ivan Laptev (oud-hoofdredacteur van de Izvestia) en de voormalige Oezbeekse partijleider Rafik Nisjanov.

De verdenking dat Loekjanov achter de schermen aan het chicaneren was, is al driekwart jaar oud. Misschien wel net zo oud als het putsch-plan dat vorige week tevergeefs is uitgevoerd.

Tot oktober-november 1990 leek Loekjanov de rechterhand van Gorbatsjov. Anatoli Ivanovitsj Loekjanov en de president kennen elkaar al veertig jaar. Ze studeerden begin jaren vijftig allebei rechten aan de Lomonosov-universiteit in Moskou, woonden met Raisa Maksimova Titarenko en de Tsjechoslowaakse communist Zdenek Mlynar (25 jaar later een der belangrijkste partijsecretarissen onder Alexander Dubcek) in dezelfde studentenflat aan de Stromynka-straat, waren samen actief in de universitaire afdeling van de jeugdbeweging Komsomol en stegen beiden onder de vleugels van voormalige KGB-chef en partijleider Joeri Andropov op in de CPSU-hiërarchie.

Het was Gorbatsjov die hem als nieuwe secretaris-generaal in maart 1985 aanstelde als chef van het "algemene departement' van het Centraal Comité en twee jaar later overplaatste naar de afdeling "administratieve organen', de belangrijkste management-functie in de CPSU omdat de man die deze post bezet alle partij-activiteiten in regering, leger en KGB kan coördineren en dus de dossiers van iedereen onder zijn hoede heeft.

Het was eveneens Gorbatsjov die hem in 1989 pousseerde als vice-voorzitter van het centrale parlement, een positie die een jaar later, toen Gorbatsjov president werd, bijna automatisch werd omgezet in een voorzitterschap. In die laatste rol fungeerde Loekjanov als het stootkussen van zijn president en vriend.

Maar vorig najaar begon Loekjanov ineens zijn eigen ambities te etaleren. Het eerste signaal was zijn aanwezigheid als "eregast' op het oprichtingscongres van de Sojoez-fractie, een uit harde communisten en lagere militairen uit de niet-Russische deelstaten bestaande groep in de Opperste Sovjet, met als doel de unie te behouden.

Ongeveer tegelijkertijd ontstond in de communistische partij van Rusland (toen nog onder leiding van de Krasnodarse partijsecretaris Ivan Polozkov, een leerling van Gorbatsjovs rivaal Jegor Ligatsjov) het plan overal in den lande "comités van nationale redding' op te richten die vanuit de partijcentrale in Moskou gedirigeerd dienden te worden. De Sojoez-fractie was daarvoor een der belangrijkste voertuigen.

De groep ging in de herfst op twee fronten tegelijkertijd opereren. In het parlement zette ze de aanval in op alles en iedereen die in haar ogen maar een beetje slap was. Loekjanov dekte haar in de Opperste Sovjet. Toenmalig minister van binnenlandse zaken Vadim Bakatin, een vertrouweling van Gorbatsjov en thans het nieuwe hoofd van de KGB, was daarvan begin december het eerste slachtoffer. Hij moest aftreden en werd vervangen door de Letse ex-KGB'chef Boris Pugo, een der leden van de junta vorige week.

Buiten de Opperste Sovjet was de de Sojoez-fractie de spil van het zogenaamde "centristisch blok' van de zich liberaal noemende rapalje-politicus Vladimir Zjirinovski. Deze coalitie van niet-bestaande politieke partijen eiste in december al dat de noodtoestand zou worden uitgeroepen, een appel waarvoor het later in de maand de wat dubbelzinnig geformuleerde steun kreeg van ruim veertig prominenten, onder wie chefstaf generaal Michail Moisejev en patriarch Aleksej de Tweede van de orthodoxe kerk.

De enige politicus bij wie het blok gehoor zocht was Loekjanov. Formeel weigerde hij Zjirinovski te ontvangen - hij liet dat over aan ondervoorzitter Nisjanov - maar volgens sommige parlementariërs was dat slechts een rookgordijn. Want ondertussen bleef Loekjanov alles doen wat voorhanden was om de democratische oppositie in het defensief te drukken. Tijdens het buitengewone Volkscongres (de voltallige volksvertegenwoordiging) eind december loodste hij de kandidatuur van Gennadi Janajev (vorige week nominaal leider van de junta) als nieuwe vice-president er door. Afgevaardigden die kritische kanttekeningen wilden plaatsen, werd door Loekjanov simpelweg het woord ontnomen. In de dagen van Vilnius en Riga, januari dit jaar, was het wederom Loekjanov die de oppositie in het parlement de mond snoerde.

Deze winter hield hij zich echter in zijn eigen uitlatingen nogal koest. Totdat in de lente de stoppen doorsloegen. In Moskou zou op 28 maart het Russische parlement bijeenkomen. De communisten en de Russische Sojoez-fractie Rossia hadden dat voor elkaar gekregen en wilden deze sessie gebruiken om Jeltsin af te zetten. Een week eerder begon de oppositiebeweging Democratisch Rusland daarom met de organisatie van een grootscheepse demonstratie in de hoofdstad ter ondersteuning van de toenmalige parlementsvoorzitter Boris Jeltsin.

Op 21 maart kwam premier Valentin Pavlov (later ook een der leden van het coup-comité) in de Opperste Sovjet van de Unie aankondigen dat alle betogingen in Moskou voortaan verboden zouden worden. Loekjanov liet Pavlov zijn woordje doen en beëindigde daarna onmiddellijk de discussie, hoewel het hier toch ging om een vrij vergaande maatregel. Een week later ging Loekjanov helemaal door het lint. Donderdagmorgen 28 maart, de ochtend dat het Russische parlement zich opmaakte voor zijn sessie in een door vijftigduizend politiemannen belegerd Kremlin en de demonstraties zich ondanks het verbod elders in de stad aandienden, trok hij in de Opperste Sovjet van de Unie aan de bel. Twee groepen van “straatvechters en extremisten” zouden, bewapend met “mobilofoons en draagbare radio's, klaar staan voor bepaalde beslissende acties”.

Dat was onzin. Maar Loekjanov liet vervolgens niet af. Zijn nieuwe speerpunt werd het Unieverdrag waarover Gorbatsjov en Jeltsin op 23 april in principe overeenstemming wisten te bereiken. Hij voelde zich buitengesloten en wendde alle middelen aan om de voltooiing van het verdrag te frustreren.

Toen voltrok zich de staatsgreep. Maar Loekjanov zweeg, althans in het openbaar, hoewel de legitieme basis die de putschisten zochten hem toch in de allereerste plaats aanging. Sterker, woensdagmorgen was hij één van de mannen die in allerijl Gorbatsjov probeerden te bereiken. Terwijl in het andere vliegtuig de Russische vice-president Aleksandr Roetskoj en premier Silajev naar de Krim vlogen, stapte hij samen met waarnemend partijleider Vladimir Ivasjko in het vliegtuig dat KGB-chef en putschist Vladimir Krjoetsjkov had gecharterd. Hij had kennelijk wat uit te leggen aan zijn oude studiekameraad op de Krim.

In de gedichten, die hij in zijn vrije tijd schrijft, zijn op dit moment geen aanwijzingen te vinden.