Zwitserland (2)

Soms kan een bekende naam zoals "Maarten 't Hart' een handicap zijn voor een schrijver. Ook het stuk "Zevenhonderd jaar degelijkheid' getuigt van deze problematiek. 't Hart wordt geacht "leuk' te zijn, hij mag een beetje spotten. Zijn humor gaat ten koste van de feiten, zoals ook hier.

Dat Zwitserland "landschappelijk mooi' is, zal niemand tegenspreken, dat het "schoon, degelijk, betrouwbaar' is hebben we al zo vaak gehoord. Maar volgens 't Hart hebben de Zwitsers geen humor en zijn zij volslagen onartistiek. Heeft 't Hart ooit een "Basler Fasnacht' meegemaakt? Heeft hij ooit bij een van de vele goede cabaretiers in de zaal gezeten? Heeft hij wel eens een Zwitserse familie van nabij meegemaakt en met ze gelachen? Dat een man in een avondjurk rondloopt, dat vinden ze in Zwitserland misschien helemaal niet leuk!

Dat muziekkenner 't Hart kennelijk nog nooit van Arthur Honegger, Frank Martin, Othmar Schoeck, Ernest Bloch, Klaus Huber heeft gehoord, is tot daar aan toe. Dat is echter geen reden te beweren dat Zwitserland geen grote componisten heeft. Hij heeft zeker evenmin van August Wenzinger, Paul Sacher, Karl Engel, Lisa Della Casa, Wolfgang Schneiderhahn, Heinz Holliger, Ursula Holliger gehoord?

Misschien moet hij toch eens iets langer dan een week "rondreizen', zodat hij enkele musea kan bezoeken. Daar zal hij dan wellicht Zwitserse kunstenaars met een internationale naam tegenkomen zoals Holbein, Hodler, Klee, le Corbusier, Giacometti, Arp, Tinguely, Luginbühl en vele anderen. Verder zal hij ontdekken dat de Zwitserse grafische kunst een uitzonderlijk hoog peil heeft.

Mocht hij ooit eens een der grote Zwitserse schrijvers willen lezen, dan kan hij bij mij boeken lenen van Jeremias Gotthelf, Gottfried Keller, Friedrich Dürrenmatt, Max Frisch en anderen. Ik heb twintig jaar in Zwitserland gewoond en heb voldoende literatuur.