Zonen Turkse politici lopen over naar Koerdische PKK

ISTANBUL, 24 AUG. Twee zonen van twee Koerdische afgevaardigden van de regerende Moederland Partij (MP), die al tien dagen waren vermist, zijn samen met vijf neven overgelopen naar de PKK (Arbeiderspartij Koerdistan), zo is bekendgemaakt door deze guerrilla-organisatie. Gelijktijdig onthulde de provincieprefect van Hakkari, bij de Iraakse grens, dat de PKK in 1990 uit zijn provincie 700 kinderen heeft "ontvoerd'.

De PKK voert sinds 1984 in het zuidoosten van Turkije acties voor onafhankelijkheid. Daarbij zijn zeker 3.200 doden gevallen.

Het grootste probleem voor de Turkse autoriteiten vormt nu het lot van zeven Turkse soldaten die achttien dagen geleden door de PKK als krijgsgevangenen zijn meegenomen over de Iraakse grens, na een urenlang gevecht bij Semdinli. Daarbij vielen aan Turkse zijde tien doden. Het was deze veldslag die leidde tot de instelling van een bufferzone door de Turken aan de Iraakse kant van de grens.

De kritiek in het buitenland was groot, The Guardian sprak van een “public relations-catastrofe”. Zoals gewoonlijk onder zulke omstandigheden bestond de Turkse reactie uit het sluiten van de rijen - alleen oppositieleider Demirel deed niet mee. Maar in tweede instantie kwam ook de Turkse pers met hevige kritiek. Kranten die het Israelische optreden tegen de Palestijnen al jaren bestoken vinden nu dat de Turkse operatie "Israelischer' had moeten zijn opgezet, met meer geheimhouding en doorzettingsvermogen, maar vooral: effectiever.

Dat er slechts 35 "bandieten' werden gedood en de rest kon ontsnappen, wordt een afgang genoemd. Erger nog is dat die zeven krijgsgevangenen niet zijn bevrijd. De PKK biedt nu onderhandelingen over hun vrijlating aan onder auspiciën van de VN, maar Ankara wijst dit af uit vrees dat de organisatie daaraan te veel erkenning zal ontlenen.