"We hadden geen ervaring met militaire chirurgie, maar we leren elke dag bij'; Nieuw elan levert Kroatië nog niets op

SISAK, 24 AUG. In de Kroatische stad Sisak is een bulldozer bezig de struiken langs de oevers van de rivier de Kupa plat te walsen. De bedoeling is duidelijk: de bosschages langs de rivier, waarin het in vreedzamer tijden voor geliefden en anderen goed toeven moet zijn geweest, vormen een potentiële schuilplaats voor sluipschutters, middenin een stad met 100.000 inwoners. De dreiging van sluipschutters is geenszins denkbeeldig: de Servisch-Kroatische oorlog is Sisak inmiddels tot op ongeveer twee kilometer genaderd, en eist dagelijks een handvol doden en tientallen gewonden in het dorp Komarevo, de laatste Kroatische post voor Sisak en de Kupa.

“Een smerige oorlog”, heeft de Kroatische premier Franjo Greguric de Servische opmars gisteren op een persconferentie in Zagreb genoemd. “Er is nog maar één oplossing, de actieve verdediging”, zei hij ook, daarmee voedsel gevend aan geruchten over een ophanden zijnde grootscheepse mobilisatie.

“We stevenen af op een langdurige oorlog, waarin we het offensief niet zullen schuwen”, aldus de Kroatische minister van defensie, Luka Bebic. Als vele andere Kroatische politici heeft hij zich, ten teken van het nieuwe elan van Kroatië, in battle dress gestoken.

De Kroatische regering lijkt, te langen leste, gezwicht voor de leiders die in de verschillende regio's van de republiek crisiscentra bemannen en leiding geven aan een geheim maar steeds groter aantal leden van de Nationale Garde, het eigen leger van Kroatië. President Franjo Tudjman, die vorige maand een impliciete oorlogsverklaring aan het federale leger van Joegoslavië nog als gekkenwerk bestempelde, heeft nu in een ultimatum aangekondigd dat het Joegoslavische leger op 31 augustus tot "bezettingsmacht' zal worden verklaard, waartegen “maatregelen” zullen worden genomen.

Niemand weet wat de gevolgen van die stap zullen zijn, maar in ieder geval betekent dat het eind van de frustratie van veel Nationale gardisten, die tegen de Serviërs en het Joegoslavische leger niet in het offensief mochten gaan omdat dit het overmachtige leger tot een ingrijpen zou kunnen verleiden.

Het Kroatische televisiejournaal, dat net als de twee landelijke kranten Vjesnik en Vecerni List nog altijd trekken vertoont van een ouderwetse propaganda-machine, laat beelden zien van Nationale gardisten die onmiskenbaar moedig de Serviërs tegemoet gaan. Ook de houding van de Nationale garde tegenover het leger is fermer geworden. Daarvan getuigen de blokkade rondom de kazerne van het leger in Osijek, het in brand steken van twee tanks bij diezelfde plaats, en het opblazen en blokkeren van bruggen aan de Bosnisch-Kroatische grens, vanwaar men een opmars van Servische reserve-legeronderdelen verwacht.

Maar tot een wijziging van het strijdverloop heeft dit alles nog niet geleid: nog altijd worden de Kroatische politieagenten en de Nationale garde min of meer onder de voet gelopen door goed gemotiveerde en bewapende Serviërs, die zich gesteund weten door onderdelen van het Joegoslavische leger die vaak een Kroatische tegenaanval weten te verhinderen.

Enkele bevindingen uit de laatste 24 uur: In Osijek zijn de Serviërs tot op enkele kilometers genaderd vanuit Beli Manastir. De gehele streek ten noordoosten van Osijek, de Baranja, is daarmee onder Servische controle gekomen, en Osijek ligt open voor een nieuwe aanval met mortieren, die trouwens de afgelopen dagen al vanuit het Oosten op de stad neerdaalden. Rondom het stadje Okucani, waar de Serviërs vorige week een vierde front openden, blijken de Kroaten zich te hebben teruggetrokken tot Novska en Nova Gradiska, ondanks hun eerdere opmars bij het nabijgelegen Pakrac. Zowel in Novska als Nova Gradiska blijken de lokale Kroatische commandanten rekening te houden met een aanval op hun stadje. Langs de autoweg Zagreb-Belgrado, waaraan Okucani ligt, zijn vandaag voor het eerst bewapende Serviërs waargenomen, die dit punt kennelijk in handen hebben, nadat zij eerder als sluipschutters actief waren langs de afslag van de autoweg hier. Gisteren ging het verkeer op de autoweg nog gewoon door. In de oorlog lijkt een vijfde front te ontstaan in Istrië, het schiereiland bij de Joegoslavisch-Italiaanse grens. De Kroatische televisie maakte gisteren melding van schietpartijen en een bombardement door vliegtuigen van het Joegoslavische leger. De televisie beschuldigde de bewoners van de Servische dorpen op Istrië ervan, hun schiereiland ter annexatie te hebben aangeboden aan "Italiaanse fascisten', liever dan het deel van een onafhankelijk Kroatië te laten zijn.

Ook bij Sisak, ongeveer tachtig kilometer van de Kroatische hoofdstad Zagreb zijn er de gebruikelijke voorboden van een nieuw Servisch offensief: intensieve beweging van eenheden van het Joegoslavische leger en dagelijkse beschieting met mortieren van dorpen die een maand geleden nog een veilige thuisbasis voor de Nationale garde leken.

Directeur Mihael Mahnik van het plaatselijke ziekenhuis in Sisak heeft sinds het begin van de Servische opmars in dit gebied, vorige maand, behalve enkele tientallen doden ook 206 gewonden binnengekregen, allen van de Kroatische kant in het conflict, want de Serviërs voeren hun doden en gewonden af, vermoedelijk naar Bosnië. “We hadden hier geen ervaring met militaire chirurgie, maar we leren elke dag bij”, zegt hij.

Gisteren waren het 25 gewonden, eergisteren 16, en de achttien chirurgen van dit ziekenhuis zijn 24 uur per dag in touw.

Tekorten op het gebied van medicijnen, bloed en hulpmiddelen zijn er niet, aldus de directeur. Zijn grootste zorg is dat het ziekenhuis bij een verdere Servische opmars moet worden ontruimd, omdat het op de verkeerde oever van de Kupa ligt, de oever die nu door de bulldozer van struiken wordt ontdaan - wellicht de toekomstige Servische oever dus.