Verantwoord en origineel beleggen

Wie niet-beleggers duidelijk wil maken wat er allemaal kan gebeuren met een belegd vermogen, moet ze de kranten van de afgelopen week maar als verplichte literatuur geven. Angst, daarna vreugde en misschien straks weer angst - genoeg onrust om voorlopig aan de kant te blijven.

Beleggers die opbloeien bij zoveel onrust en pagina 250 van de BBC-2-teletext (beursindex, actueel economisch nieuws en beeld op één scherm) doorlopend volgden, waanden zich in een door CNN geregisseerd beursspel.

Aandelen, obligaties, opties, dollar, goud en olie reageerden op hun eigen langzamerhand vertrouwde wijze. Wie die heftige fluctuaties niet kent en doorziet, zal zijn geld nooit durven te steken in iets dat zo explosief is.

Dat lijkt een verstandige benadering, maar dat is niet altijd zo. Wanneer je de waarde van een (klein) vermogen over een periode van bij voorbeeld vijftien jaar op peil wilt houden, moet je wel denken aan iets wat op beleggen (behalen van inkomsten uit vermogen met een zeker risico) lijkt, anders lekt er voortdurend een klein deel weg aan belastingen en inflatie (waardevermindering). Veel gezinnen weten dat en storten zich daarom, slecht voorbereid, in beurszaken. Het vermogen wordt op goed geluk ergens in belegd.

Op die manier slaan ze een aantal lastige en persoonlijke beslissingen, basis voor een passende belegging, over. Met andere woorden: de beleggingsbeslissing - hoeveel, waarin en hoelang - hoort aan het eind van de rit. Tijdens die rit moet de krapitalist zijn huidige en toekomstige financiën eerst maar eens nauwkeurig bekijken. Zo werkt het bedrijfsleven ook: eerst een grondige financiële planning en dan de investering. Of niet, wanneer het niet past.

In de planning van de personal finance spelen de volgende onderdelen een rol: inkomsten uit arbeid en-of vermogen oudedagvoorziening; extra pensioen, vervroegde uittreding bescherming inkomsten en vermogen tegen ziekte,invaliditeit, overlijden en werkloosheid opleiding-studie en grote uitgaven voor kinderen (bruidsschat, schenkingen) betaling schulden en voldoen aan verplichtingen (alimentatie) bescherming (verzekeren) gezin en bezittingen tegen allerlei gevaren bescherming tegen aansprakelijkheid (verzekeren, contracten) fiscale aspecten leefwijze (huis-inrichting, dure vakanties, niet te veel werken) bescherming en uitbouw vermogen

Eerst wordt berekend hoeveel geld, en wanneer, er nodig is voor alle onderdelen. Daarna is duidelijk welke eisen je moet stellen aan de belegging: welk deel moet snel verkocht kunnen worden, nooit in waarde dalen, (onbelaste) vruchten afwerpen, groeien in waarde, mag risico lopen enzovoort. Zo onstaat een idee over de risico's, de gewenste- vereiste opbrengsten (rendement) en de soorten beleggingswaarden: aandelen, rentewaarden, opties, beleggingsfondsen, onroerend goed en dergelijke.

Naarmate je vordert op de weg van de verantwoorde beslissing, nemen de moeilijkheden en onzekerheden toe. Voor een nietbelegger breekt het moment aan om een financiële deskundige in te schakelen. Maar ook die heeft het moeilijk, want niemand kan vijftien jaar vooruitkijken en een bepaalde opbrengst garanderen.

Bijna iedereen kiest voor beleggingswaarden-constructies die nu, in Nederland, mode zijn: beleggingsfondsen, obligaties, verzekeringen, kwaliteitsaandelen, aandelen en opties. Hoe zal zo'n beslissing over vijftien jaar uitpakken? Alleen om te laten zien, en niet bedoeld als advies, hoe alles anders kan lopen, staan in de tabel de gemiddelde jaarlijkse rendementen (met herbelegging van de opbrengsten) over de periode 1970 tot 1984 van 15 Amerikaanse beleggingsvormen (bron: Salomon Brothers Inc). Tussen haakjes staat de rangorde naar opbrengst, gemeten over vijf jaar (1980-1984).

Uit het overzicht blijkt dat er iets voor te zeggen is ook te beleggen in waarden waar niet iedereen aan denkt. Aandelen bij voorbeeld (nu in de mode) deden het in de VS in de periode van vijf jaar goed; ze bereikten een derde plaats met een positief rendement van 13,5 procent. Over de lange periode waren de resultaten veel minder. De bewering dat aandelen het op de lange termijn altijd goed doen, gaat dus niet altijd op. In het overzicht leverden kortlopende staatsleningen altijd een rendement rond de 10 procent op.