VADIM BAKATIN; Een pragmaticus

Toen Vadim Bakatin begin december vorig jaar als Sovjet-minister van binnenlandse zaken werd vervangen door Boris Pugo, de voormalige chef van de Letse KGB, ontging een groot deel van de wereldpers de betekenis van die stap. Toch was die vervanging een onheilspellend signaal: Gorbatsjov, in het nauw gedreven door de conservatieven, was gedwongen zijn liberale minister te vervangen door een hardliner. Het was het begin van een opmars van de dogmatici die Edoeard Sjevardnadze een maand later zou trachten te stuiten met zijn dramatische aftreden.

Gisteren werd Vadim Bakatin, de man die in december werd ontslagen omdat hij te liberaal was, chef van de KGB, als opvolger van Vladimir Krjoetsjkov, samen met uitgerekend Boris Pugo een van de samenzweerders tegen Gorbatsjov.

Minister van binnenlandse zaken werd de in 1937 in Siberië geboren Bakatin in 1988. Hij is in de twee jaar van zijn ministerschap bijna voortdurend in het defensief geweest tegen conservatieven, die met name aanstoot namen aan de manier waarop hij omging met etnische geschillen: in Georgië, in Moldavië, in de Centraal-aziatische gebieden was het keer op keer tot etnische conflicten gekomen en Bakatin trad daar volgens de conservatieven niet krachtig genoeg tegen op. Vooral die in Moldavië, waar Russen, Moldaviërs en Gagaoezen elkaar in de haren waren gevlogen, werden hem kwalijk genomen. Bakatins argumenten dat de republieken in eerste instantie zelf moesten zorgen voor het handhaven van de rust en dat hij vrijwel alle 38.000 manschappen van de speciale troepen van het ministerie van binnenlandse zaken ergens in de Sovjet-Unie had ingezet om de onlusten te bedwingen, maakten geen indruk op de critici: Bakatin was te slap, hij moest vertrekken, en in december zwichtte Gorbatsjov voor die druk en trad Boris Pugo aan.

In het rijtje van KGB-leiders, dat begint bij Lenins politiechef Feliks Dzerzjinski en dat eindigt bij putschist Krjoetsjkov, is Vadim Bakatin de eerste die kan doorgaan voor een liberaal. “Ik ben geen rechter en geen procureur”, zo zei hij in oktober 1989 in een gesprek met deze krant, een gesprek dat vooral draaide om corruptie, mafia's en etnische conflicten. Als KGB-leider zal hij van beide toch een beetje moeten zijn. Het is aan te nemen dat zijn opvattingen over de ideale politieman sindsdien niet zijn veranderd. Die moet “sterk, gezond, hoogstaand en zuiver” zijn, en “iets van politiek weten”, aldus Bakatin. “Maar bovenal moet hij professioneel zijn, want ook het professionalisme in de misdaad neemt toe.” In hetzelfde gesprek maakte Bakatin overigens bekend dat hij de KGB had gevraagd ook de politie - toen zijn politie - in de gaten te houden om de curruptie binnen de politie te kunnen bestrijden. Een pragmaticus.