Schade ongeluk platform 250 mln

ROTTERDAM, 24 AUG. De Noorse verzekeringsmaatschappij Vesta dekt het grootste deel van de 250 miljoen dollar schade als gevolg van een ongeluk gisterochtend, met een betonnen fundament voor een boorplatform. Het fundament moet als verloren worden beschouwd.

Om zes uur vrijdagmorgen zonk de enorme betonnen constructie voor de Noorse kust op een diepte van 270 meter, nadat er door nog onbekende oorzaak een lek in was geslagen.

Volgens een woordvoerder van de Noorse oliemaatschappij Statoil was het holle gevaarte binnen enkele minuten verdwenen, nadat de bemanning een enorme klap hoorde en zich nog net op tijd met reddingsboten in veiligheid kon brengen. Er waren 22 mensen bezig met het testen en balanceren van het fundament. Niemand raakte gewond. De val op de zeebodem veroorzaakte een aardschok van 2,9 op de schaal van Richter.

Na de test zou de constructie op veel grotere afstand van de kust in het Sleipner-gasveld worden afgezonken om er een groot aardgasplatform op te bouwen dat vanaf oktober 1993 jaarlijks 4,2 miljard kubieke meter gas voor de Europese markt zou gaan leveren. Die leveranties moeten nu door andere gasvelden worden opgevangen, want de produktie van het Sleipner-veld wordt door het ongeval anderhalf à twee jaar uitgesteld. Statoil zal pas opdracht geven voor de bouw van een nieuw fundament voor het platform na een uitvoerig technisch onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk. Het gezonken fundament waaraan bijna twee jaar is gebouwd en 600.000 ton weegt, moet als verloren worden beschouwd. Volgens Statoil is berging vrijwel uitgesloten

Behalve de verzekeringsmaatschappij Vesta lijdt een groep andere verzekeraars, die een kleiner deel van het risico had verzekerd, verliezen. Ook de betrokken oliemaatschappijen moeten door het uitstel van de produktie een fors verlies incasseren. Statoil doet geen mededeling over de omvang daarvan, omdat geen informatie wordt gegeven over de verkoopprijs van het aardgas. Het Sleiper-veld speelt een centrale rol in de gasleveranties aan België, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Spanje en Oostenrijk, via de "Zeepipe' naar het Belgische Zeebrugge die binnenkort wordt aangelegd. Statoil zelf heeft samen met de Noorse Staat een aandeel van 49,6 procent in de concessie voor het veld. Esso, Norsk Hydro, Elf en Total hebben belangen van respectievelijk 30,4 procent, 10 procent, 9 en 1 procent.

Volgens een woordvoerder van de Gasunie zal de vertraging in de gasleveranties uit het Sleipner-veld geen consequenties hebben voor Nederland, omdat deze slechts drie procent van de afname-contracten in ons land omvatten. Gasunie kan die hoeveelheid makkelijk met de eigen voorraden opvangen.