Roei-carrière van Zwolle op tweesprong

WENEN, 24 AUG. Nico Rienks en Henk Jan Zwolle roeien vandaag op de wereldkampioenschappen hun finale in de dubbel twee. De medaillekansen van de zwaargewichten zijn in de Nederlandse equipe niet uniek: alle acht Oranje-finalisten kunnen op het erevlot aan de Neue Donau belanden.

Rienks is echter een routinier. Hij weet wat het betekent een finale aan te voeren. In 1988 won hij Olympisch goud en in 1989 zilver op het WK, beide met Ronald Florijn. Een jaar geleden werden zij uitgeschakeld voor de WK-finale. De Amerikanen Burden en McKibben speelden toen de beul van het succesvolle koppel. Burden en McKibben roeien ook nu weer de finale, maar voor Rienks en Zwolle zijn zij niet de belangrijkste tegenstanders.

Nederland wil de race in het derde kwart van de twee-kilometerbaan beslissen. “Dan moeten we absoluut goed in het veld liggen”, zegt Rienks. “Een achterstand zou niet meer goed te maken zijn, want op een WK kan iedereen sprinten.”

Gevaarlijke opponenten voor de Nederlandse dubbel zijn vooral de Russen en Australiërs, uitblinkend in kracht en fanatisme. De Duitse dubbel Steiner en Grüner vormen een krachtig koppel, maar kunnen in de eindfase mankementen gaan vertonen. Zij zouden dit WK niet de eerste Duitsers zijn. De Duitse eenwording maakte een loodzwaar selectiejaar in eigen land noodzakelijk. Een klein psychologisch voordeel putten de Nederlanders uit hun roeiboot. Van alle finalisten beschikken zij over het lichtste exemplaar. Met 23,2 kilo zit deze slechts twee ons boven het minimumgewicht.

Een koppositie gaat volgens boegroeier Zwolle hand in hand met "durf' op de eerste kilometer. De twee kampt nog met een gebrek aan evenwicht en inspanning. In de gewonnen voorwedstrijd sloopte Zwolle zichzelf op de eerste baanhelft, in de halve finale was dit Rienks.

Gisteren draaide de wind op de WK-baan. Daarmee worden ook de laagst geplaatste finalisten, de kleine Noren Saetersdal en Undset, kansrijker. Nederland bereidde zich juist voor op wind tegen. Daar stond immers de Weense baan om bekend en daar ook konden de grote atleten, met hun gemiddeld gewicht van 92 kilo, belangrijk voordeel boeken.

“Maar wat we doen als we op kop liggen”, zegt Zwolle, “dat houdt me niet bezig. Het laatste stuk hoor en zie ik toch niets meer.” Rienks houdt de oren en ogen wel open. Hij verzekert dat het op kop heel plezierig roeien is. “Een verdedigende eindsprint is een genot. Ik weet hoe lekker dat is. Moe word je dan niet meer en je ziet op je gemak de andere ploegen komen.”

Halverwege het seizoen boekten Rienks en Zwolle nog een weinig bemoedigende zesde plaats op de Rotsee Regatta. Het meer bij Luzern staat bekend als de eerlijkste roeibaan ter wereld, door de afwezigheid van baanvoordeel bij harde wind. De twee schrijft de lage klassering nu toe, behalve aan een te zware afstelling van de riemen bij de harde wind tegen, aan baanvoordeel. “Ook de Rotsee is niet heilig”, zegt coach Geert Jan Beckeringh. “Door later te sparren met de lichte vier zonder stuurman wisten we dat het aan de omstandigheden lag”, luidt zijn lezing. “Met ons was dus niets mis.”

In het trainingskamp werden de krachten van de twee gespaard. Twee keer twaalf kilometer per dag werd geroeid waarbij het accent op de techniek lag. “We hebben samen de optimale haal gevonden”, meldt Zwolle. “Ik hoef als boeg Nico niet alleen maar te volgen. Hij past zich ook aan mijn haal aan.” Volgens Rienks is dat een voorwaarde voor succes in de dubbel twee. “Je merkt elkaars aanwezigheid zeer direct. Een verandering in de kracht van de haal gaat door de hele boot. Daarom bereid ik me op de wedstrijd voor alsof ik in een skiff moet roeien.”

Zwolle benadrukt liever het samenspel. “Als ik in een skiff tegen mijn voeten zat te praten zeiden ze niets terug. Nu heb je steun aan elkaar. Bovendien word je al opgejut door het idee dat een ander het werk aan het doen is. Uit solidariteit geef je dan ook alles wat je hebt.”

Zwolle heeft met slechts een WK-finale, in de dubbel vier, een minder succesvol roeiverleden. Nationaal was hij vaak een van de sterksten. Uit fysiologische test bleek bovendien dat hij van de toppers over het meeste kracht en vermogen beschikte. In 1988, het jaar dat de Nederlandse skullers hun internationale opmars begonnen, maakte Zwolle een desastreuze keuze. Hij koos voor de skiff en sloot zich moedwillig af van de overige roeiers. Het zelfgekozen isolement bracht Zwolle op de Olympische Spelen en de WK van 1989 slechts bijrollen op. Vorig jaar bleek definitief dat de skiff een te zware discipline voor Zwolle was. Hij slaagde er, verkrampt en diep ongelukkig, niet in zich te plaatsen voor de WK. Zijn erkende talent en imposante postuur waren daarmee niet weggevaagd. Dankbaar, met groeiend zelfbewustzijn, aanvaardde hij de uitnodiging van Rienks voor de dubbel twee. Pogingen van andere Nederlandse dubbels Rienks en Zwolle voor de WK uit te schakelen werden met gemak afgeslagen. De lange carrière van Zwolle kan vandaag in een stroomversnelling komen. Met een wereldtitel of een medaille lonkt ook Barcelona. “De tijd om te oogsten is aangebroken”, zegt Zwolle. “Het zal blijken of de messen nu scherp genoeg zijn.”