Rekenmeesters van de zittende klasse

De arbeidsongeschiktheidswetten AAW en WAO worden uitgevoerd door bedrijfsverenigingen. Dat zijn "goedgekeurde' verenigingen die werkgevers en werknemers samen speciaal voor dit doel hebben hebben opgericht. Behalve de AAW en de WAO hebben de bedrijfsverenigingen ook de werkloosheidswet en de ziektewet onder hun hoede. Elke werkgever is verplicht zich bij een bedrijfsvereniging aan te sluiten.

Toen in 1952 de Organisatiewet sociale verzekeringen van kracht werd, kregen de bedrijfsverenigingen de keuze hun eigen administratie te voeren, dan wel samen te werken. Op dit moment zijn er nog zes van zulke "zelfadministrerende' bedrijfsverenigingen, zoals die voor de Tabaksverwerkende en agrarische bedrijven (TAB), voor de Detailhandel, ambachten en huisvrouwen (Detam), voor de gezondheidsheidszorg (BVG) en het Sociaal fonds bouwnijverheid (SFB). De overige dertien bedrijfsverenigingen zijn aangesloten bij het Gemeenschappelijk administratiekantoor (GAK).

Voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte ambtenaren, militairen en medewerkers van de Nederlandse Spoorwegen bestaan aparte regelingen, die respectievelijk worden uitgevoerd door het Algemeen burgerlijk pensieonfonds (ABP), het Spoorweg pensioenfonds (SPF) en de dienst Zorg postactieve militairen van het ministerie van defensie.

Al deze instanties hebben een ding gemeen: ze beoordelen de aangevraagde uitkeringen en ze rekenen de hoogte ervan uit. Een ingewikkelde klus, want een arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat toch al gauw uit een handjevol componenten: AAW-deel, WAO-deel, WW-deel (voor werkloze gedeeltelijk arbeidsongeschikten), aanvullingen krachtens de CAO en toeslagen voor geval het sociaal minimum niet wordt bereikt.

Met bijna 26.000 werknemers vormen deze rekenmeesters de grootste fractie binnen de "zittende klasse', de verzamelnaam die Utrechtse socioloog dr. C.J.M. Schuyt aan de uitvoerders gaf. “Zij zijn de gezichtbepalende uitdragers van de verzorgingsstaat”. Eind vorig jaar hadden ze samen 881.596 (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte cliënten (593.147 mannen en 288.449 vrouwen), bestaande uit 640.040 werknemers, 91.922 ambtenaren, militairen en NS'ers, 58.878 zelfstandigen en 90.756 vroeg-gehandicapten.

Met ruim een half miljoen AAW-WAO-klanten is het GAK veruit de grootste uitkeringsfabriek. Er werken 16.000 mensen, verdeeld over het hoofdkantoor, 30 districtskantoren en 43 rayonkantoren. Behalve 13 bedrijfsverenigingen hebben ook 23 bedrijfspensioenfondsen, 38 VUT-stichtingen en 22 overige organisaties (waaronder scholings- en opleidingsfondsen) hun administraties bij het GAK ondergebracht. De GAK-beleggingen belopen een totale waarde van 27 miljard gulden.

Begin deze maand meldde het GAK “uitermate gunstige ervaringen” met een experiment met zogenoemde bedrijfsgebonden verzuimbegeleiding, die sinds eind vorig jaar in 180 bedrijven wordt gepraktizeerd als vervolg op de afspraken die het kabinet vorig jaar oktober met werkgevers en werknemers maakte over terugdringing van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Kenmerkend voor de GAK-proef is dat in beginsel alle ziekgemelde werknemers van een bedrijf steeds door dezelfde verzekeringsgeneeskundige van het GAK worden beoordeeld en begeleid. De "WAO-instroom' van de betrokken bedrijven zou daardoor 10 procent lager zijn komen te liggen.

Het stelde staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) echter teleur: “Ik kreeg begin juli informatie over de eerste resultaten van de afspraken tussen werkgevers en werknemers. Ik moet zeggen: er gebeurt wel iets, maar het valt me vreselijk tegen dat het zo lang duurt”.

Daarentegen krijgen ze bij het GAK zo langzamerhand een punthoofd van “de explosieve groei” van het aantal wets- en beleidswijzigingen in de sociale zekerheid. “De inzet van informatietechnologie lijkt een soort vliegwielwerking te hebben: wanneer de technologie ter beschikking staat, is de verleiding groot nog weer ingewikkelder regelingen in te voeren. Aan deze verleiding wordt naar ons oordeel onvoldoende weerstand geboden”, aldus het GAK.