Onstuitbaar

Daniel leek mij het prototype van een Braziliaanse ondernemer: duizend dingen tegelijk doen en nergens echt geld mee verdienen. Hij deed in cursussen "systematisch studeren', studiebegeleiding, en handel in alles wat los en vast zat, maar zijn kantoor met twee werknemers in het oude centrum van Rio de Janeiro hing aan elkaar van afgekloven houtfineren bureaus en cadeau gekregen kalenders.

De entree deed trouwens ook al niet groots aan. Er was weliswaar een lift naar Daniels hoofdkwartier op de veertiende verdieping, maar bij afwezigheid van een deugdelijk oproepsysteem reageerde de bediende slechts op in de liftschacht geschreeuwde noodkreten. Kortom: het decor van een B-film uit de jaren vijftig.

De vrolijkheid die Daniel in dit decor aan de dag legde kon ik niet goed plaatsen. Hij praatte honderduit, viel bij herhaling over zijn eigen tong bij het uiteenzetten van vage, tot mislukking gedoemde plannen, trok laden open met buitenlandse brochures en lachte zich bij elke eigen grap een kop groter dan de naar schatting 1.60 meter die hij mat. Een onstuitbaar, redeloos enthousiasme.

Begin dit jaar echter, sloeg het geluk echt toe. Via een vriendin met Nederlandse achtergrond was Daniel beland op een feestavond van de Nederlandse club in Rio. Die feestavond besloot met een tombola. Hoofdprijs: een KLM-retour Amsterdam. Daniel won dat retour.

En zo kwam het dat onze Braziliaanse zakenman kort geleden voor het eerst Europa bezocht. Twaalf dagen zou hij blijven, langer kon hij zijn "bedrijf' niet alleenlaten. Voor zichzelf wilde hij Amsterdam, Londen en Parijs bekijken, en om het nuttige met het aangename te verenigen had hij afspraken gemaakt met leveranciers van scheepsonderdelen in Rotterdam en Hamburg. Die leveranciers waren geïnteresseerd in een vertegenwoordiging in Brazilië.

In Rotterdam vergezelde ik Daniel als tolk, wat achteraf niet nodig was. Met zijn gebroken Engels, en niet te vergeten zijn aanstekelijk enthousiasme, redde Daniel zichzelf ook wel. Het gesprek verliep voorspoedig; het zag er naar uit dat binnenkort grote orders zouden volgen.

Blij over het welslagen van dit bezoek namen Daniel en ik de volgende ochtend afscheid. Hij ging een weekendje Amsterdam "doen' en daarna door naar Londen. Over een dag of tien zou hij me weer bellen.

Weken hoorde ik niets. Toen viel er een brief op de deurmat. Van Daniel. Zijn missie, zo schreef hij, was uiteindelijk niet zo succesvol verlopen. Twee dagen na ons afscheid, dus nog voor de tocht naar Londen, Hamburg en Parijs, was hij op het Centraal Station van Amsterdam beroofd van zijn koffer, waarin: paspoort, vliegtickets, travellers cheques, geld, telefoonlijst, brochures alsmede zijn bril.

Onthand door dit verlies was hij hals over kop, op een provisorisch paspoort, teruggevlogen naar Rio. Daar had hij zijn houtfineren bureaus leeg aangetroffen. Zijn secretaresse had een beter baantje gevonden en zijn naaste medewerker was er met de kas vandoor.

In zo'n leven, begon ik in te zien, is onstuitbaar enthousiasme de enige redding.