Machiavelli junior

Net begon de toeristenvloed weg te ebben uit de binnensteden - enkele tientallen wachtenden minder voor u in de queues bij het Anne Frank Huis en Madame Tussaud - of horden van een andere aard en samenstelling veroverden er de openbare ruimte, met beschilderde gezichten en shirts vol koddige opschriften. Het is "kennismakingstijd'! Een nieuwe jaargang studenten wordt ingewijd. Vroeger heette dat "groentijd' en die voltrok zich binnen de muren van de soos, waar vandaan soms vreselijke geruchten tot de buitenwereld doordrongen, maar verder werd men er niet mee lastig gevallen. Tegenwoordig worden de nieuwelingen groepsgewijs de straat op gestuurd om lollige opdrachten te vervullen, reidansen uit te voeren en zich gezamenlijk aan te stellen. Het is doorgaans een vreselijk toneel en de burger versnelt de pas.

In dit kader vindt ook wel eens iets leerzaams plaats. De Amsterdamse vereniging van studenten in de politicologie, die heel toepasselijk Machiavelli heet, had een forum belegd over "de (vermeende) passiviteit en het (vermeende) gebrek aan idealen van de hedendaagse jongerengeneratie'. De twijfel aan het thema staat tussen haakjes. De organisatoren vroegen zich af of en zo ja waarom studenten, in schrille tegenstelling tot twintig jaar geleden, vandaag de dag niet meer politiek geëngageerd zijn.

Er bestaat in dat opzicht veel onjuiste beeldvorming. Ik studeerde zelf dertig jaar geleden en toen was bijna geen van mijn jaargenoten politiek actief. Onder die vijftig eerstejaarsstudenten in de politieke en sociale wetenschappen was er eentje die zich bekende tot de VVD en het Algemeen Dagblad las; ik weet niet wat wij merkwaardiger vonden. Later zou hij behoren tot de oprichters van D'66 - het zat er al vroeg in. Verder was er nog een die "trotzkist' scheen te zijn maar dit, als betrof het een slepende ziekte, geheim hield. De anderen hulden zich in de souvereine neutraliteit, die toen werd gehouden voor de juiste positie om de politieke wetenschappelijk te bestuderen.

Tien jaar later scheen dat drastisch veranderd. Democratische politiek vermocht onder studenten nog steeds weinig enthousiasme te wekken, "revolutionaire' des te meer. Wie er niet aan meedeed leek net zo'n verfoeilijke "nihilist' als voorheen de "onterechte klootzak' die zich niet aansloot bij de studentencorpora. Voor deze radicale omslag ontbreekt eigenlijk nog altijd een bevredigende verklaring. Politicoloog en PvdA-bestuurder Walter Etty gaf in dat forum een begin ten beste van een demografische verklaring. In 1966 klopte de na-oorlogse geboortegolf met enige aandrang aan de poorten van de macht, die zich prompt openden. Het gevolg was een aflossing van de wacht en sindsdien hebben de thans-veertigers het nog steeds voor het zeggen. Hij relativeerde meteen maar die enorme politieke betrokkenheid van toen: ""Ook ten tijde van het Maagdenhuis gingen de meesten studeren om een baan te krijgen en slechts tien procent om zich de gereedschapskist van de revolutie eigen te maken.'' En, lichtte hij nog toe, juist studenten in de politicologie waren nooit zozeer politiek betrokken, eerder beschouwelijk.

De gangbare beeldvorming wil, dat de overspannen verwachtingen van die revolutionaire periode geleid hebben tot frustraties, teleurstellingen en veel verspilde tijd, waardoor ze vanzelf omsloeg in haar tegendeel: politieke resignatie. Maar elk onderzoek wijst uit dat het maatschappelijk bewustzijn en ook het politiek activisme in de loop der jaren alleen maar toegenomen en verbreed zijn, al hebben ze dan andere vormen aangenomen. ""Men gaat niet meer naar Kalkar om tegen de kerncentrale te betogen,'' typeerde de onderzoeker Wim van Noort het cynisch, ""maar men kijkt naar Goede tijden, slechte tijden en vult ondertussen een girootje voor Greenpeace in.'' Walter Etty vond dat wat al te cynisch: ""Er is nog altijd een groot engagement onder jongeren als het gaat om het milieu of de Derde Wereld. Alleen als je hen vraagt wat hen persoonlijk het meest interesseert, komt het antwoord neer op een hoog inkomen en een grote consumptie.''

De verwarde uitingen uit de volle zaal gaven inderdaad blijk van betrokkenheid bij de vraagstukken van het milieu en de Derde Wereld. Maar: ""Jongeren zijn minder naief geworden. Ze weten gewoon dat het in de geschiedenis altijd een zooitje is geweest.'' En: ""Wat in de jaren zestig gebeurde was irrelevant, die acties stonden los van de maatschappij. En nu hebben alle ex-hippes een rijtjeshuis met een Lada.'' Of: ""De problemen zijn zo groot dat jongeren niet meer zien wat ze er aan kunnen doen.'' Ook, in enige varianten: ""De maatschappij weet nu veel beter met protest om te gaan. De hoop dat er naar ons geluisterd wordt is volledig de grond in gestampt.''

Maar bij al die machteloosheid en verlamming weet de jonge burger, zoals Walter Etty aangaf, toch prima de politieke wegen te vinden om zijn "welbegrepen eigenbelang' tot gelding te brengen. Het activisme is niet zozeer gestorven als wel gedemocratiseerd: het manifesteert zich in andere vormen dan alleen in opgewonden betogingen, en onder andere bevolkingsgroepen - boeren, vissers en zoals we pas nog zagen, taxichauffeurs. Het organiseert zich niet, zoals Wim van Noort onderstreepte: ""Niet alleen het ledenbestand van de partijen, maar ook dat van een club als Milieudefensie vergrijst.'' En het past niet meer als voorheen automatisch in het linkervakje van het politieke spectrum.

""In de jaren zeventig stemde de jongste generatie kiezers links of uiterst links,'' zei de PSP-veteraan Van Noort, ""en nu D66. Toen ik laatst een projectgroep van tien studenten leidde, was ik de enige zonder auto.'' Voor wat de universiteit betreft had hij een fraai voorbeeld bij de hand van de verrechtsing, of zo men wil verzakelijking. In de jaren zestig doceerde de Leidse socioloog Lammers over bedrijfsdemocratisering, dat was toen progressief. In de jaren zeventig deed hij het ook maar werd door links verdacht gemaakt wegens "aanpassing aan het kapitalisme'. Nu doet hij het nog steeds, maar is weer rechts gepasseerd: niemand heeft tegenwoordig geduld met inspraak. Pas toen hij zijn colleges inzake "democratisering' omdoopte tot "oligarchisering' begonnen de belangstellenden weer toe te stromen. Het is tragisch voor de betrokkene, maar op zich geen bewijs van wegebbend politiek idealisme. ""Ook rechtse mensen hebben idealen,'' merkte een jongeman in de zaal op.

After all moet je, als je de universiteit neemt als spiegel van de samenleving, misschien vooral zeggen dat het leven - geheel in tegenspraak met wat de beweging van zestig beoogde - nuchterder is geworden, minder speels, meer gereglementeerd. ""De studenten van nu zijn schoolser, ze vragen wat ze precies voor het tentamen moeten weten, ze pissen niet meer naast het potje en ze houden van Phil Collins,'' vatte Van Noort samen. ""Er is geen tijd meer voor het uitleven van idealen.'' Of, zoals een jonge D66'er het minder bitter zei: ""De jongeren zien nog wel dat er van alles verbeterd kan worden, maar ze hebben geen compleet nieuw wereldbeeld.''