Le square Burq

Het square Burq bevindt zich halverwege de heuvel van Montmartre, een vreemd en grillig gevormd gat op verschillende niveaus tussen een verscheidenheid van gebouwen, zodat je je afvraagt wat voor brandgevaarlijke bouwvallen hier wel gestaan konden hebben. Want het square Burg maakt niet de indruk een op die plek gepland plantsoen te zijn, het was geen deel van de Hausmanniaanse grote visie, maar een opengevallen stuk brakke grond waarvan met enige fantasie een kinderspeelplaats was gemaakt.

Als je er zat was het moeilijk niet steeds omhoog te kijken: aan de noordkant, tegen de heuvel op, rezen de huizen tot duizelingwekkende hoogte, alsof ze boven op elkaar gestapeld waren; je zag terrassen en daktuinen die je niet zou verwachten als je de regelmatige façades aan de straatkant zag. Ongebruikelijk ook, voor Parijs, was de aanwezigheid van katten - door het drukke verkeer zijn de meeste plantsoenen voor hen onbereikbaar; zeer in trek bij de kinderen, maar met het nadeel dat zij de zandbak als hun privé-domein beschouwen. En 's morgens, als er bijna niemand was, hoorde je vlagen klassieke muziek uit de studio van Radio Montmartre.

Het was niet een plek die je bij toeval kon vinden: de ingang was helemaal bovenaan in een doodlopend straatje, waar niemand die er niet woonde op de gedachte zou komen eens te gaan kijken; en degenen die wisten waar het was, hielden hun wetenschap voor zich. Wij, die verder naar beneden woonden, hoorden het wel eens noemen, als de mijnen van koning Salomo, maar bijna niemand wist waar het was; als je er naar vroeg, kreeg je vage en ontwijkende antwoorden. Maar het bestond werkelijk en toen ik het plantsoen eenmaal gezien had, begreep ik waarom niemand er een grote toeloop wenste. Een van de weinige mensen die ik op mijn beurt in het geheim heb laten delen was de moeder van Tancrède.

Tancrèdes moeder was zangeres; Tancrède was haar enige kind en werd verzorgd door een full-time kindermeisje. Zij woonden niet ver van ons vandaan, volgens het kindermeisje, dat Rosie heette, in een complete chaos, in een appartement waar altijd verbouwingen aan de gang waren; de ene dag was er geen water, de volgende geen elektriciteit, de dag daarop was er een vloer opgebroken en het huis was altijd vol werklui. Tancrèdes moeder leefde van de bijstand; wat zij verdiende met zangrecitals werd betaald in cash. Met dit zwarte geld werden weer de zanglerares en de werklieden betaald, en ook Rosie zelf. Rosie kon levendig beschrijven hoe zij soms achter Tancrède aanzat tussen de ladders, dekzeilen en afgekoppelde wasmachines. Zij vertelde dat rollen bankbiljetten her en der door het huis slingerden en eens, toen zij Tancrèdes kleerkast opendeed, vond zij daarin een half leeggedronken kop thee.

Hoewel Tancrèdes moeder bijna nooit tijd voor hem had, legde zij wel een eerzuchtige bewondering voor hem aan de dag. Al lang geleden, toen ik haar pas kende, kreeg ik daar een onverwachte indruk van. Het was nog in het square des Batignolles; zij bevond zich in het gezelschap van twee vriendinnen, van wie er één languit in het zand lag om zeer professionele foto's te maken van Tancrède, die eveneens op de grond rondkroop, overvloedig kwijlend en zich onbewust van zijn omgeving. Hij had het oog gericht op een speelgoed-schildpad die zich op een halve meter afstand van hem bevond. Ten slotte kreeg hij het te pakken en begon er op te kauwen. "Ah oui', zei zijn moeder trots, "Tancrède est très indépendant'. Zij klaagde dat zij haar handen vol aan hem had, maar dat kwam, zoals zij mij eens vertelde, omdat hij hoogbegaafd was: "Il est surdoué, vous savez'.

Ik zag hem overigens maar hoogst zelden in haar gezelschap; hij was bijna altijd met Rosie. Ze vormden een opmerkelijk paar: Tancrède broodmager en zeer blank van huid, en zij zwart en nogal gevuld; zij kwam uit Mauritius. Ze gedroegen zich als een oud echtpaar, gewend aan elkaars eigenaardigheden en op een ondemonstratieve manier innig aan elkaar verknocht, eerder een relatie tussen gelijken dan een tussen kind en verzorgster.

Of Tancrède inderdaad hoogbegaafd was weet ik niet, maar opmerkelijk was hij wel. Zijn houding tegenover het square Vintimille, waar ik hem vaak met Rosie zag in de tijd dat wij onze koers nog niet hadden verlegd naar het square Burq, was anders dan die van zijn leeftijdgenoten. Het tumult van de zandbak was niets voor hem; staande op de rand, dicht bij Rosie en smetteloos gekleed in het laatste model van het seizoen van Jacadi, met zijn Fisher-Price hond aan zijn voeten, had hij een bedroefde uitdrukking op zijn gezicht; hij had het wel gezien daar, dat was duidelijk, dit was een dump. Als je hem enige tijd observeerde was het moeilijk niet te voelen dat zijn houding een zekere aversie uitdrukte tegen het leven in het algemeen, of tenminste tegen het kind zijn. Als dit alles is, leek hij te zeggen, dan kun je het cadeau krijgen. Maar gelukkig viel het soms van hem af, dan was hij terug in zijn werkelijke leeftijd en lag languit op de grond, wroetend in het zand.Volgens zijn moeder was hij "un enfant très gai'; en hoe kon het anders, hij moest wel gelukkig zijn, "met alles wat ik hem geef'. Het is zeker dat er niet werd bezuinigd op zijn kleren, hoewel je je op dit gebied zowel als in andere kon afvragen of zijn moeder niet een heel ander kind in gedachten had. Als zijn haar niet zo agressief kortgeknipt was, zodat je je van hem vooral dat magere blote nekje herinnerde, zou je makkelijk hebben kunnen denken dat het een meisje was, met zijn bloezes met geborduurde kragen, gebloemde overalls en delicate witte sandaaltjes.

De dag dat Tancrède de leeftijd van achttien maanden bereikte besliste zijn moeder dat hij nu zindelijk was. Met een laatste restje gezond verstand stond ze hem toe tenminste buitenshuis nog een luier te dragen, een opluchting voor Rosie die hem voortdurend moest nalopen door het huis met de po, hetgeen haar weinig tijd voor iets anders overliet. Nog wat later, toen hij definitief "propre' was verklaard, verscheen er een zorgelijk trek op zijn gezicht: "Pipi?' zei hij met een onzeker stemmetje, waarop Rosie de ingewikkelde overall losknoopte en hem naar de bosjes begeleidde. Dan kwam er niets en hij werd weer in zijn kleren gesjord; maar tien minuten later hoorde je hem weer met dat dunne stemnmetje: "Pipi?'

Een van Rosie's eigenaardigheden was dat zij altijd een baguette bij zich had; dat was de oplossing die Tancrèdes moeder had gevonden voor zijn vaders bezwaar dat hij zo vaak buitenshuis was. Je zou kunnen denken dat hij betreurde dat hij zijn kind zo weinig zag, maar dat was het niet; hij had een of ander onafhankelijk beroep dat hij thuis uitoefende en dat ook zwart betaald werd: waar het om ging was dat wanneer Tancrède uit wandelen ging Rosie uiteraard ook buitenshuis was, en dat vond hij lastig want hij wilde dat ze de telefoon aannam en boodschappen voor hem deed. "Ik heb haar net om wat brood gestuurd' - dat was een goed excuus en Rosie en Tancrède werden zeer populair bij de eenden in het park. Tancrèdes moeder vond het juist goed dat ze vaak uitgingen, want dat was bevorderlijk voor zijn onafhankelijkheid. Eens ontmoette ik haar op straat, zonder Tancrède zoals gewoonlijk; ze vertelde dat zij een onverwachte vrije dag had en die buitenshuis had doorgebracht: "anders wordt hij te afhankelijk van mij'.

Rosie werd door Tancrèdes familie met weinig waardering behandeld; zij vertelde mij dat zij er vaak over dacht om ontslag te nemen; wat haar telkens weerhield was Tancrède. Wanneer ik zijn moeder ontmoette liet ik nooit na haar te zeggen hoe gelukkig zij was om Rosie te hebben. Dat viel altijd in goede aarde, zoals alles waarvan zij vond dat het op haarzelf afstraalde. Rosie had als kind op Mauritius een paar woorden Engels geleerd en Tancrèdes moeder liet nooit na te vermelden dat zij Tancrède "tweetalig liet opvoeden'. Ik kon mij goed voorstellen hoe zij dat aan haar vriendinnen vertelde.

Niet lang voor ons vertrek uit Parijs trof ik Rosie in het square Burq, met haar baguette en Tancrède, in tranen. Zij had ontslag genomen: vijfhonderd francs, die ergens in huis lagen, waren verdwenen en ondanks alle werklieden die daar in- en uitliepen hadden ze haar van diefstal beschuldigd.

Ik heb haar daarna nog één keer gezien. Ze had zich over laten halen om toch nog te blijven, en ze was er dus nog, "voor een paar maanden'.