Koffertje bevat de sleutel tot kernoorlog

Op een dag, kort na de afsluiting van een akkoord over vermindering van de kernwapenarsenalen in de wereld, verscheen in een Amerikaans tijdschrift een cartoon van een werkster. Met haar bezems en poetsdoeken betreedt zij de controle-kamer van de nucleaire vergelding, schudt haar hoofd en zegt: “Wat maken de heren wereldleiders er weer een rommeltje van”. Waarna zij haar emmer sop energiek op een bureau zet, precies op de rode knop.

Zo eenvoudig is het niet. De beide supermachten hebben alles in het werk gesteld om te voorkomen dat hun kernwapens per ongeluk gelanceerd worden, hetzij dat ze gebruikt worden zonder officiële toestemming, bij voorbeeld door terroristen of een officier van de strategische luchtmacht met liefdesverdriet.

Laatste schakel in deze beveiliging is een koffertje met geheime lanceercodes, dat een medewerker van de president voortdurend aan een handboei om zijn pols in diens gevolg met zich mee draagt. De president en hij alleen (of zijn opvolger) is het die het laatste slot op de doomsday machine kan openen.

Tijdens de drie dagen van hun machtsovername beschikte het Comité voor de Noodtoestand over het belangrijkste koffertje van de Sovjet-Unie, schreef The Washington Post gisteren. Volgens Vladimir Lisenko, de Russische parlementariër die president Gorbatsjov op zijn terugreis vanuit de Krim naar Moskou vergezelde, maakten de "putschisten' zich daarvan meester toen zij hem jongstleden zondag afzonderden van de buitenwereld. “Wij zijn ons bewust van dit bericht”, zegt een woordvoerder van het militaire NAVO-hoofdkwartier in Bergen, België, maar hij wil het bevestigen noch ontkennen.

Hadden de tijdelijke machthebbers in de Sovjet-Unie hun land en de wereld kunnen chanteren met een kernoorlog? Amerikaanse militaire zegslieden hebben de afgelopen dagen herhaaldelijk verzekerd geen “ongebruikelijke activiteiten” te hebben waargenomen onder met kernraketten bewapende onderzeeboten of bommenwerpers van de Sovjet-Unie. Volgens het Pentagon was “het strategische plaatje volkomen rustig”.

Bij de inzet van zijn nucleaire vergeldingsmacht hanteert het Westen het zogeheten principe van de "dubbele sleutel'. Een kernraket kan alleen dan gelanceerd worden, wanneer het bevel daartoe van twee kanten komt: van politieke en van militaire zijde. De president van de VS neemt zijn beslissing nadat hij de ernst van een bestaande crisis heeft gewogen; de militairen baseren zich vooral op naderende raketten, of een vermeende raket-aanval.

Met hun kernwapens kunnen de supermachten elkaar wederzijds vele malen vernietigen en zodra ze worden aangevallen, zullen ze niet aarzelen dat te doen. Dit principe van de zogeheten mutually assured destruction (MAD) garandeert de wereldvrede, zo veronderstelt men.

Een raket die vanuit een onderzeeboot wordt afgevuurd kan binnen tien minuten zijn doel treffen. Een intercontinentale raket doet er een klein half uur over. Om een nucleaire aanval te kunnen vergelden, moet een supermacht binnen enkele minuten na het eerste alarm daartoe beslissen; anders is de kans te groot dat de eigen lanceersilo's grotendeels worden uitgeschakeld.

Tussen 1979 en 1984 - de enige periode waarover officiële statistieken bestaan - merkten Amerikaanse radars en satellieten 2.600 maal een zogeheten missile event op; dat is gemiddeld 1,3 maal per dag een mogelijk begin van een nucleaire oorlog.

Van het overgrote deel van die meldingen werd vrijwel onmiddellijk ingezien dat ze vals waren, maar een- à tweemaal per jaar worden de Amerikaanse kernraketten daadwerkelijk op scherp gezet. Tot nu toe heeft het principe van de "dubbele sleutel' weten te voorkomen dat de rode knop ook werkelijk werd ingedrukt, want nooit ging het alarm vergezeld van een escalerende crisis die een launch on warning wettigde.

Westerse militaire analisten gaan ervan uit dat het Sovjet-systeem voor het lanceren van kernwapens buitengewoon streng is beveiligd, wat zou overeenstemmen met de gebruikelijke "getrapte' bevelsstructuren van de Sovjet-Unie. “Niemand, president Gorbatsjov incluis, is in staat op eigen houtje een kernwapen te lanceren”, zo vertelde een militaire autoriteit uit de Sovjet-Unie op 20 juni, waaruit het Westen toen opmaakte dat “de nucleaire dreiging van een mogelijk uiteenvallende Sovjet-Unie nauwelijks van betekenis is”.

Degene die deze geruststellende mededeling deed, was echter niemand minder dan maarschalk Jazov, minister van defensie en actief lid van het komplot tegen Gorbatsjov. Het Comité voor de Noodtoestand hield drie dagen lang twee sleutels in dezelfde hand.