JAC. P. THIJSSE

Onbekommerd... De wandelingen van Jac. P. Thijsse door Kees Duinker, met tekeningen van René Gort 128 blz., Strengholt 1991, f 27,50 ISBN 90 6010 742 X

"De scholekster evenwel bedenkt zich nooit. Regelrecht, als een pijl uit de boog, komt hij reeds van verre, o wel honderd meter ver, laag bij de grond, de lange harde rode snavel precies op uw oog gericht. Zijn vleugels bewegen met een ongelooflijke snelheid en zonder rechts of links af te wijken snelt hij toe. Alleen op het laatste ogenblik glijdt hij vlak langs u heen, u zijn duivels "tepiet' in de oren gillend, haalt wijd uit en herhaalt onmiddellijk zijn aanval met dezelfde onstuimigheid. Dat is mooi, o dat is zo mooi! Die andere vogels hebben bij al hun brutaliteit toch nog altijd iets angstigs over zich en ze pauzeren even voor zij tot de aanval overgaan. De scholekster niet. Hij bedenkt zich geen ogenblik, toont geen spoor van vrees en laat niet af, voor hij zijn doel bereikt heeft...''

Zo liet Jac. P. Thijsse zich aan het begin van deze eeuw in de broedtijd van het Terschellinger strand verjagen en wie nu het spoor van de befaamde schrijver en natuurvorser volgt, treft nog steeds hetzelfde lot. Zo ook Kees Duinker (volgens de achterflap een "bomoloog' en natuurwandelaar) in zijn boekje De wandelingen van Jac. P. Thijsse.

Thijsse is weer helemaal terug van weggeweest. Zijn Verkadealbums worden herdrukt, zijn wandplaten weer opgehangen, door natuurbeschermers wordt hij als een soort goeroe vereerd. Het zal wel komen door de onafzienbare stroom sombere berichten over de huidige verloedering van ons milieu. Toch was dat in Thijsses dagen niet anders: hij zag de grote paarse heide op de schop gaan, het Naardermeer dreigde volgeplempt te worden met Amsterdams huisvuil, boeren namen zijn geliefde Texel in bezit.

In het voetspoor van Thijsse trok Kees Duinker, zoon van de beheerder van een Noordhollands duinreservaat en ongetwijfeld grootgebracht met de Verkade-albums, er op uit om te zien wat er nog over is van de natuur van toen. Zijn er nog stinzeplanten, zingt de nachtegaal er nog, kun je er nog onbekommerd zijn? Hij maakt dagtochtjes door Noord-Groningen, langs de IJssel en de Oisterwijkse vennen en brengt daar enthousiast en goedmoedig verslag van uit in twintig korte stukjes.

De feitelijke informatie is flinterdun ("uit zo'n schoorsteen komen schadelijke stoffen, die kilometers ver neerslaan') en de routebeschrijving nogal luchtig: "Neem bijvoorbeeld de bus vanaf Zandvoort en stap uit zodra u de natuur ontwaart. En dan maar wandelen, het duin in. Veel plezier!'

Duinker gaat het vooral om de sfeer, door zijn vroegere schoolmeester en metgezel René Gort mooi vastgelegd in kleine grijze schetsjes.

Zodra er een egel oversteekt, een vlaamse gaai voorbijkomt of een bos-anemoontje het hoofd verheft, grijpt Duinker zijn kans om de allermooiste, krachtigste, ontroerendste passages van de door hem zo bewonderde Jac P. te citeren. Onvermijdelijk steekt zijn eigen pen daarbij wat bleekjes af, hijzelf schrijft meer in de trant van "brieven aan tante Annie'. Maar in enthousiasme en liefde voor de natuur doet hij niet voor zijn grote voorganger onder.