"Ik ben 32 geworden en moet geen al te gekke illusies meer hebben'; "Ik heb nog wel hoop mijn persoonlijke record te verbeteren'; "Een finaleplaats heeft in Nederland bijna heilige klank'

Met veel bluf en op basis van zijn reputatie werd HAN KULKER op het laatste nippertje toegevoegd aan de Nederlandse afvaardiging naar de WK atletiek. Vandaag arriveerde hij vanuit het trainingskamp in Nagano bij de ploeg in Tokio.

De spanning voor een belangrijke wedstrijd komt niet meer, zoals vroeger, vanzelf, zegt hij. Soms is hij wel eens bang dat dat typische gevoel waaruit juist hij als "toernooiloper' extra energie put helemaal wegblijft. Dus moet het kunstmatig worden opgewekt. Vooral met hulp van zijn persoonlijke trainer Bram Wassenaar, die altijd “superpositief” is, een hoog verwachtingspatroon schildert en wiens voorspellingen maar al te vaak uitkomen. Maar dat hijzelf de bond “stom” noemde als ze hem thuis zouden laten heeft hij achteraf wel betreurd. “Ik ben geschrokken van de reacties die ik er op heb gekregen. Mensen die zeiden: "en nu moet je het waarmaken ook'. Maar een garantie kun je natuurlijk nooit geven.”

Han Kulker is nog steeds in het trainingskamp in Nagano. De zilveren expressetrein glijdt als een glanzend reptiel door het Japanse landschap. Het is bijna drie uur gaans van Tokio. Een comfortabele zitplaats voor wie tijdig reserveert, vijf vierkante decimeter voor de laatkomers die al na een uur met brandende voeten in de schoenen verlangend uitzien naar een station waar passagiers uitstappen. Maar als dat wonder eindelijk gebeurt blijkt het een run op de voedselverkopers op het perron te zijn, die bij het vertrek van de trein in een keurige rij naast hun nering staan opgesteld en een diepe buiging maken naar de reizigers die al met hun eetstokjes in de rijstkommetjes peuteren.

Kulker nog in het trainingskamp. Op dezelfde plaats als vier jaar geleden voorafgaande aan de Olympische Spelen in Seoul, waar de 1500-meterloper zesde werd. Nu staat hij weer voor een belangrijk evenement, maar de vibraties van weleer ontbreken en dat benauwt hem. Want na de Nacht van Hechtel in België, de laatste kans op selectie, moesten op 10 augustus zijn luidkeelse argumenten de onvoldoende tijd van 3.39,82 (“Een zwakke basis. Dat geef ik onmiddellijk toe.”) compenseren. Een flinke progressie na een langdurige periode van blessureleed en nog twee weken te gaan voor de titelstrijd. De bond zou zichzelf te kort doen als de potentiële finalist Kulker niet mee werd genomen. Betoogde hij.

Het werd niet als grootspraak gezien. Want Kulker kan bogen op een reputatie. Hij miste nooit een belangrijke finale, won brons op het EK in Stuttgart, veroverde goud, zilver en brons op Europese indoorkampioenschappen (Liévin, Den Haag en Madrid) en brons op de WK indoor in Indianapolis. Steeds werd hij afgeschilderd als de geslepen tacticus die zijn race bijna perfect kon indelen of als een natuurtalent dat intuïtief de juiste strategie koos om snellere lopers te verslaan. Want op de wereldranglijst neem hij met een persoonlijk record van 3.36,08 een bescheiden positie in. Zijn eerste deel is uitgesproken traag, maar zijn laatste driehonderd meter kunnen verwoestend hard gaan. “Als ik die in 39 seconden kan lopen kom ik een ronde verder.”

Dat verklaart ook waarom hij juist op toernooien excelleert. Grand Prix-wedstrijden met "hazen', gangmakers die een hoog aanvangstempo lopen om een vedette naar een recordtijd te dirigeren smoren zijn kansen. Maar een wedstrijd waarin de snelleren elkaar beloeren om met zo min mogelijk inspanning tot de finale door te dringen is zijn terrein. Dan sluipt hij mee en verrast ze tegen het einde. “Toch ging het eind vorig jaar op de Europese kampioenschappen in Split al veel moeilijker. En deze wk had ik al afgeschreven toen ik een hamstringblessure had. Eigenlijk moet je een heel seizoen met zo'n evenement bezig zijn.”

Die instelling heeft hij van zijn persoonlijke trainer Wassenaar overgenomen. Wassenaar was zelfs een periodelang zijn privé-, club- en bondstrainer. Een ideale combinatie. Maar vooral de sfeer die Wassenaar op een training creëert is uniek. Een sfeer die hij miste bij de bondstrainingen van Carel van Nisselroy, die van de KNAU te horen heeft gekregen dat hij niet hoeft te rekenen op verlenging van zijn contract.

Kulker noemt het een geluk dat Wassenaar op zijn weg is gekomen. Eén van de vele toevalligheden in zijn atletiekcarrière. Een carrière die pas op 21-jarige leeftijd begon. Kulker had het uitgaansleven wel gezien. In een zesdeurs Chevrolet trok hij met een rock & roll band van vrienden rond. Hele weekeinden op Brabantse campings of in Belgische feestzalen. Hardlopen deed hij alleen om af te reageren of om na een avond stappen weer fris te worden. Tot hij op een avond met een tas onder zijn arm naar de atletiekbaan in Leiden ging. Toevallig was De Bataven aan het trainen. Het is de eerste en tot nog toe enige sportclub waarvan hij lid was.

Het ging met hem stormachtig omhoog. Kulker was bloedserieus, kreeg nieuwe vrienden, andere interesses. Sprak een taal die zijn omgeving niet meer begreep. Als een tot Baghwan geroepene in een orthodox christelijke samenleving. Oude vrienden haakten af. Zelfs de relatie met de vriendin waarmee hij samenwoonde liep er op stuk. Binnen vijf jaar stond hij aan de start van een Europees kampioenschap. In Stuttgart. Hij werd er, op zijn 26ste, derde. “Misschien wel juist omdat ik helemaal geen atletiekachtergrond heb. Ik richt me op één toernooi, niet op tijden. Dat heb ik een beetje tegen de baanatletiek. Dat elke seconde telt, elke tussentijd belangrijk is. Bij een cross wordt daar niet naar gekeken dan gaat het om de strijd. Daarom wil ik na de Spelen van Barcelona zeker stoppen met baanatletiek. Ik heb nog hoop mijn persoonlijke record te verbeteren, maar na deze Olympische periode weet ik wat mijn plafond is.”

De Olympische Spelen als afsluiting van een loopbaan. Met het risico van een roemloze afgang. “Eerlijk gezegd sta ik ervan te kijken dat ik na de vorige Olympische Spelen op deze manier door ben gegaan. Dat had ik niet gedacht. Ik had toen serieus de bedoeling om te stoppen. Ik was er op uitgekeken. Maar terwijl ik nog aan het terugblikken was op die Spelen bleken de volgende al weer voor de deur te staan. En nu heb ik zoiets van: ik ben vorige week 32 geworden, ik moet geen al te gekke illusies meer hebben, maar wat ik kan pakken is meegenomen”, zegt Kulker, die sinds 1983 part time werkt als computerprogrammeur.

In de hal van het hotel schuifelen bij de speciale atletiekdesk, ingericht door de plaatselijke club die de Nederlanders te gast heeft, vrijwilligers nerveus heen en weer. Om half vier precies staat het bestelde busje voor de deur. Geen minuut te vroeg, geen dertig seconden te laat. In het grote stadion is de baan beschikbaar voor de kleine Nederlandse delegatie die er nog is: naast Han Kulker zijn het marathonloper Tonnie Dirks, fysiotherapeut Daan Spanjersberg, hordenloopster Gretha Tromp en haar persoonlijke trainer Wil Westphal. Kulker heeft een duurloopje op zijn programma staan. Drie andere vrijwilligers zitten hier klaar om elke wens van Mister Tonnie, Mister Han en Miss Gretha in te willigen.

Als tijdens de training een jonge atleet voor een horde staat waardoor Gretha Tromp op volle snelheid een uitwijkmanoeuvre moet maken (“Levensgevaarlijk voor de spieren”, huivert Westphal) gaat er een siddering door de begeleiders. De jongen wordt bestraffend toegesproken en komt na uitvoerige oefening van de uitspraak zijn excuses aanbieden. “I'm so sorry, I'm so sorry”, prevelt hij.

Maar de atleten zijn de schrik al weer te boven en denken aan het toernooi. Kulker bladert door de indrukwekkende lijst deelnemers op de 1500 meter, die donderdag voor het eerst in actie komen. Er staan 51 namen op en al vallen er zeker nog een paar af, met de Marokkaanse kopstukken Saïd Aouïta en Noureddine Morceli wordt het ongetwijfeld een koningsnummer. Hij is geselecteerd op de verwachting dat hij een finaleplaats kan halen. Als Kulker het woord hoort loopt er een rilling over zijn rug. “Dat heeft in Nederland een bijna heilige klank: een finaleplaats. Maar daar moet je niet tevreden mee zijn. Je moet er vanuit gaan dat het dan nog moet beginnen. Dat heeft me denk ik parten gespeeld bij de vorige Olympische Spelen. Ik kwam in de finale en iedereen was vol bewondering. Maar ik had er toen meer uit moeten halen...”