Hoe blij is de gebeurtenis?

De afgelopen week zijn we er misschien - er moeten nog wat maanden overheen gaan voor we weten dat de tekenen ons niet hebben bedrogen - getuige vangeweest dat er een nieuwe wereldleider is geboren. Het is een zeldzame gebeurtenis, op het ogenblik te vergelijken met het ter wereld komen van een kale adelaar, de vogel die nu in Californië voor uitsterven is behoed, of het vangen van een coelacanth, de beroemde vis uit het Stenen Tijdperk, of de geboorte van een mensaap in Artis. Het verschil is dat er wereldleiders zullen zijn tot de Jongste Dag, maar dat het wel acht tot tien jaar duurt voor er weer iemand is verschenen die we als zodanig herkennen. De wereld heeft een lange draagtijd nodig om een nieuwe leider voort te brengen.

Is Boris Jeltsin een nieuwe wereldleider? Als je het zuiver politiek beschouwt zit er niets anders voor hem op. Gorbatsjov zal nooit meer worden wat hij geweest is, Jeltsin is op de tank gaan staan die zijn president had verjaagd, hij heeft op het goede moment goed gekozen en hij weet het. Dat is iedere seconde op de televisie aan zijn gezicht te zien, hij wordt gedragen door een orkaan van succes. Maar zal dat voldoende zijn?

Laten we eens naar vroegere wereldleiders kijken. De soort is nog jong. Het is een staatsmensmutatie die samenvalt met het ontstaan van de supermachten. Hitler kunnen we beschouwen als voorloper van de wereldleider (Het gaat niet om het moreel gehalte maar om de macht en de bereidheid die op zo'n manier te gebruiken dat de wereld weet: hier hangt mijn lot van af). Hij was de eerste die ongeveer had begrepen hoe men wereldleider kan worden, maar verder had hij alles tegen: zijn denkbeelden, de macht van zijn land en vooral zijn voorstellingsvermogen en zijn zelfoverschatting. Dat zal hierna misschien nog blijken: een van de belangrijkste eigenschappen van een wereldleider is dat hij in de belangrijkste ogenblikken precies weet hoever hij kan gaan.

De eerste echte wereldleiders zijn geboren in Jalta, d.w.z. de leiders van tweeëneenkwart supermacht hebben daar geprobeerd een nieuwe wereldorde te scheppen door de wereld te verdelen in "invloedssferen'. Het woord supermacht bestond toen niet. Naderhand is gebleken dat het vestigen van "invloedssferen' geen garantie voor orde biedt, maar wel dat de wereld sindsdien leiders heeft.

Achteraf herkennen we op de foto voor het Livadja Paleis in Stalin en Churchill het onverzettelijk fysiek en de oogopslag van wereldleiders die aan alle eisen van Madame Tussaud beantwoorden. Roosevelt, die de enige echte had moeten zijn, zat in een rolstoel en was al doodziek. In Potsdam heeft Truman veel goedgemaakt. Hij wist toen al dat hij de atoombom had en die waarschijnlijk zou laten gooien. En passant blijkt dat een wereldleider zich wel een frivoliteit kan veroorloven: een van de mooiste foto's van Truman is die waarop hij piano speelt terwijl Lauren Bacall, de vrouw van Humphrey Bogart, erop zit.

Nog wat politieke poëzie ook: uit de rook en het puinstof van de oorlog doemden de nieuwe saurussen op: de twee supermachten aan het hoofd waarvan dus onvermijdelijk de wereldleiders stonden. Nadat Stalin was gestorven en daarmee de echte bloeddorst uit de soort verdwenen, ontstond onder wereldleiders de gewoonte, met enige regelmaat bij elkaar te komen, als de saurussen bij de drinkplaatsen. Zo heeft de wereld van lieverlee haar leiders leren herkennen.

Hoe ziet een wereldleider eruit? Of hoort hij eruit te zien? Bij Malenkov wist je het meteen: die niet. Dat is ook gebleken. Eisenhower en Chroesjtsjov waren het onmiskenbaar wel, en Boelganin heeft het tot niet verder dan assistent gebracht. Brezjnev had alles nog mee: macht, tors, wenkbrauwen en cynische onverzettelijkheid of doofheid, zoiets is nooit helemaal zeker. In Reagan heb ik geen wereldleider gezien: het kwam door zijn mimiek en motoriek. Met beide was iets waardoor ik altijd heb gedacht: man, doe gewoon. Maar als hij dat had gedaan, had hij het niet tot wereldleider gebracht, en hij was het onmiskenbaar wel.

Gorbatsjov is de eerste die bij het afnemen van zijn macht, zonder de gimmicks van de camera- en microfoondemagogie, alleen door zijn moed en zijn denkbeelden, wereldleider is geworden. Vandaar misschien dat ik zo'n zwak voor hem heb, maar ik erken: zijn beste tijd voorbij, na vijf moordende jaren van omwenteling is hij verbruikt. Maar als we het woord leider in zijn strikte betekenis nemen, is hij een van de weinigen die het verdienen.

Bush volgens mij ook. Met hem is het merkwaardig gesteld. Toen hij vice-president was, zag nog niemand het aan hem. Wat hij in het Iran-Contra-schandaal heeft gedaan en gelaten, weet behalve hij niemand, of Barbara misschien. Where was George? werd toen gezegd. Ook in zijn verkiezingscampagne ging het niet goed. Read my lips, we verwachtten dat hij met die uitdrukking ten onder zou gaan. Maar vorig jaar is er opeens iets in hem gevaren - of het had er altijd ingezeten maar de omstandigheden waren er niet naar - waardoor hij liet zien dat hij moedig en goed kon beslissen. Eerst in de Golfcrisis, en nu door op het juiste moment met Boris Jeltsin te telefoneren. En passant wordt zo ook aangetoond dat lichaamsbouw en vrijetijdsbesteding niets met wereldleiderschap te maken hebben. Brezjnev: een gorilla die auto's verzamelde, en Bush, broodmager, zijn tijd verdelend tussen joggen, vissen en golfen.

Wat moet de wereld nu met Boris Jeltsin? Wordt hij een wereldleider? Waar zal hij staan op de denkbeeldige groepsfoto waarvoor in Jalta de eerste afdruk is gemaakt? Een moedig man die tot dusver voor de demonstratie daarvan altijd het goede ogenblik heeft gekozen, volhardend tacticus, genie in public relations, flink orator. Is dat voldoende? Waarom denk ik telkens als ik hem op de televisie zie, in het parlement, op een balkon of een tank, en altijd in een goed zittend pak, dat er iets aan hem niet is dat ik bij die anderen wel zie? Of moet het nog komen?