De rode vlag op het bolwerk van de partij wordt gestreken

MOSKOU, 24 AUG. Het duurt even. Eerst moeten er nog wat “technische kwesties” worden opgelost, zoals een volksvertegenwoordiger uit het Russische parlement via een megafoon uit een der ramen laat weten. Maar binnen is alles “onder controle”, voegt hij er ter gerustelling aan toe.

Klokslag half zeven krijgt het publiek op het Oude Plein in Moskou uiteindelijk dan toch waar het voor gekomen is. De rode vlag op het dak van het gebouw van het centraal comité wordt gestreken. Al anderhalve dag bivakkeren burgers voor dit communistische bolwerk dat al die jaren het Kremlin heeft geregeerd. Overal elders in het land wordt de partij op de tweede dag van de "overwinning' nog forser aangepakt. Gebouwen worden bezet, toegangsdeuren verzegeld, kranten verboden en partijleiders gearresteerd. Is de finale afrekening in aantocht?

Op het Oude Plein lijkt dat er nu nog niet op. De blokkade van het centraal comité van de CPSU heeft vooralsnog meer weg van een mediamieke gebeurtenis. De camera's zoemen en dat willen de democratische activisten weten. Pal voor de deur van het voormalige machtscentrum van de Sovjet-Unie staat een fysiek niet erg gevaarlijk uitgevallen dikkige jongen in volledige wapenuitrusting op wacht. “Vroeger was dit het gebouw van de partij, nu is 't het gebouw van het volk”, analyseert hij. Waarna hij de rechterhand in V-teken strekt om de machtsovername te illustreren. Eindeloos kan hij dit ritueel herhalen. Elke minuut duikt er wel weer een nieuwe televisieploeg op, nerveus rennend uit angst iets te zullen missen.

In de meute tref ik een woordvoerder van president Gorbatsjov aan, de tweede na Vitali Ignatenko. Ooit heeft hij onder Aleksandr Jakovlev zelf nog bij het centraal comité gewerkt. Hoe het met hem gaat? “Goed, ik heb een hoop lol.”

Bij een van de achterdeuren om de hoek van het gigantische complex, waarvoor in de jaren zestig een der oudste kerkjes van Moskou is gesneuveld, is de sfeer iets grimmiger. Daar houden tientallen burgers piket om medewerkers en bestuurders van de partij op te vangen. Zeker als het gerucht zich verspreidt dat Aleksandr Dzasochov, de derde man in de partijtop en een oud vriendje van putschleider Gennadi Janajev, op het punt staat naar huis te gaan. "Dzasochov gaat weg, Dzasochov gaat weg' trilt het door de menigte. Tientallen mensen hollen dan naar de zij-ingang.

Maar Dzasochov komt niet. Er komen alleen mindere goden naar buiten. Die hebben niet de leukste dag van hun leven. Sommige moeten hun koffertjes openen aan het publiek om te tonen dat ze geen documenten meenemen. Allen worden toegeschreeuwd als “vijanden”. Maar niemand wordt daadwerkelijk gemolesteerd. De ordedienst van de Mossovjet, de gemeenteraad van Moskou, houdt de gemoederen in toom. “Maakt u zich niet ongerust. Onze mensen hebben dit hele gebouw in bezit. We hebben alles onder controle. De archieven, de kantoren, alles”, houdt de leider de mensen per megafoon voor. “Ook de proviand”, roept een vrouw terug. “Ook de voorraden. Zelfs de riolering hebben we onder controle”.

Of dat werkelijk waar is, is echter de vraag. “Binnen is alles rustig. We werken gewoon door”, aldus een functionaris die op deze manier het metrostation Plozjad Nogina moet zien te bereiken. Hij heeft even in de rats gezeten toen hij de ruim honderd mensen achter het toegangshek voor zich zag. Maar eenmaal veilig op straat, doet hij weer alsof hij de rust zelve is. Dat heeft wellicht iets te maken met zijn functie bij het centraal comité. Hij blijkt te werken op de afdeling "ideologie en propaganda'.

De relatieve showsfeer bij het hoofgebouw van de CPSU neemt desondanks niet weg dat er dezer dagen een anti-communistische storm door het land woedt. In de Baltische landen heeft die de meeste windkracht gekregen.

In Moskou dreigt ook voor partijchef Joeri Prokofjev het lot van zijn gearresteerde Baltische collega's. Want hij zou wel eens tot de "inner circle' van de junta kunnen hebben behoord. De gebouwen van de partij zijn in de hoofdstad, net als in Leningrad en vele andere delen van het land zoals Kirgizië, Moldavië, Tadzjikistan, in ieder geval alvast in beslag genomen.

In Rusland heeft president Boris Jeltsin nog harder toegeslagen. De Russische partij is er nu verboden. Per decreet heeft hij tevens haar dagblad Sovjetskaja Rossia alsmede de arbeiderskrant Rabotskaja Triboena, het vakbondsblad Troed, het communistische weekblad Glasnost en zelfs het partij-orgaan Pravda verboden. De halve naamsverandering die de Pravda gisteren heeft doorgevoerd - van krant van het centraal comité naar krant van de CPSU - heeft hem niet kunnen vermurwen. Jeltsin heeft ook nieuwe hoofdredacteuren benoemd bij de persbureaus Novosti en TASS. Dat is gedurfd omdat dit, op de eerste na, allemaal massamedia zijn voor de gehele Sovjet-Unie en niet alleen voor Rusland.

Behalve in Litouwen worden al deze maatregelen genomen door bestuurders (bij voorbeeld Jeltsin, burgemeester Popov van Moskou, zijn Leningradse collega Sobtsjak en de Letse president Gorbunovs) die een jaar geleden vaak zelf nog lid waren van de partij. President-partijleider Michail Gorbatsjov heeft hier de afgelopen dagen niettemin niets aan kunnen veranderen. Donderdag waarschuwde hij nog tegen een "heksenjacht'. Gisteren riep hij het Russische parlement op zich niet over te geven aan een "anti-communistische hysterie' maar alleen individuele communisten in persona aan te pakken op hun verantwoordelijkheid bij de mislukte staatsgreep. Maar wat Gorbatsjov dezer dagen denkt en zegt, wordt niet meer gehoord.