De Nederlandse Bridge Bond heeft onlangs een ...

De Nederlandse Bridge Bond heeft onlangs een ambitieus plan gelanceerd om binnen enkele jaren het ledental van 80.000 op 100.000 leden te brengen om zo tot de tien grootste nationale sportorganisaties te behoren. Niemand twijfelt eraan of dit doel wordt gehaald.

Als een generaal in oorlogstijd heeft de voorzitter van de bond, André Boekhorst, de kaart van Nederland bestudeerd. Het was een bijzondere kaart, want er was op aangegeven wat per postcode-gebied de "bridgedichtheid' was. Het aanvalsplan dat hij vervolgens ontwikkelde, lijkt even simpel als doeltreffend: naar die gebieden waar de bridgedichtheid relatief laag is, wordt een divisie bridge-leraren gedirigeerd met de opdracht mensen via allerlei promotie-activiteiten te verleiden zich voor bridgecursussen aan te melden. "Per 1 september breekt bridge in Nederland los', is de slogan van de NBB in Utrecht. De volgende stap is dat zelfs in het kleinste gehucht een bridgeclub wordt opgericht om de gewonnen zielen meteen op te vangen in de bondsorganisatie.

Met deze sprong voorwaarts zal de bridgebond weer flink afstand kunnen nemen van de Franse bond die de laatste jaren steeds meer een bedreiging begon te vormen voor de positie van de NBB als de op een na grootste bridge-organisatie ter wereld. De grootste is de Amerikaanse bond met tegen de 200.000 leden.

De groei van de NBB zal voorlopig nog geen overeenkomstig effect te zien geven op de bridgeboekenmarkt. Hier heeft Nederland ten opzichte van Amerika naar verhouding een veel grotere achterstand. Nederlandse bridgers zijn geen enthousiaste kopers van bridgeliteratuur. Beginnersboeken doen het betrekkelijk goed, maar bridgeboeken die het spel op een wat hoger niveau behandelen, worden in vergelijking met de Angelsaksische landen maar mondjesmaat uitgegeven. Maar misschien lezen de meeste wat ambitieuzere bridgers net zo gemakkelijk Engels.

Het is in ieder geval verheugend dat dezer dagen twee belangrijke publikaties het licht hebben gezien. De bekende speler en publicist Chris Niemeijer schreef het boek "Biedermeier', met de ondertitel: "De Nederlandse standaard voor Acol' (Becht, Haarlem 1991). Niemeijer nam enige jaren geleden het initiatief om via een enquête onder Nederlandse topspelers de meest gehuldigde biedopvattingen te achterhalen. Uit die gegevens stelde hij een coherent biedsysteem samen dat met recht het Nederlandse standaardsysteem mag worden genoemd. Niemeijer over de titel van zijn boek: ""Biedermeier, dat is eigenlijk precies wat je van een biedsysteem verwacht: je moet je er lekker in voelen en het moet goed doortimmerd zijn.''

Kennis van dit standaardsysteem effent de weg naar succes voor nieuwe partnerships of gelegenheidcombinaties. Niemeijer heeft zijn boek verluchtigd met intermezzo's van gevarieerde inhoud. Neem deze Amsterdamse "evergreen':

V 9 3 H 7 5 2

Dit was de troefkleur van een door Bennie geboden 6-ß4-contract! Bennie was in de jaren '70 een Zuidafrikaanse dominee die aan de Vrije Universiteit studeerde, en zich ontpopte als een volbloed bridgespeler met een grote fantasie. Die fantasie leidde nogal eens tot contracten als het onderhavige. Zijn partner was de latere international André Mulder en die zal met stijgende verbazing de verrichtingen van Bennie hebben aangezien. Zonder hulp van de tegenpartij zou zelfs Bennie met al zijn fantasie kansloos zijn geweest.

W kwam met ß4 B uit. Ineens lijkt zich een kans aan te bieden. De uitkomst kan wijzen op ß4 B-10-x bij West en dan kan de leider, die buiten troef geen verliesslagen had, er met één ß4-verliezer afkomen door ß4 B in de hand te nemen en daarna over W te snijden met N's ß4 9. Zo niet Bennie. Die nam ß4 B op tafel met ß4 V. O won met ß4 A en toen Bennie weer aan slag kwam, speelde hij ß4 9 uit N voor. Bij O verscheen ß4 10 (!) en onder Z's ß4 H viel bij W ß4 8 (!). Na naar N te zijn overgestoken liet Bennie nu ß4 3 volgen en dekte O's ß4 4 met ß4 5. Natuurlijk bekende W niet meer en hierna was het verder kinderspel. Met ß4 7 trok hij O's ß4 6 en de rest van de slagen was voor hem.

Het andere boek is het in eigen beheer uitgegeven "Een vierpersoonssysteem, transfers als antwoord in competitie', van Paul Rijckevorsel (Utrecht 1991). Het boek gaat over het competitieve bieden en in het bijzonder over de toepassingsmogelijkheden van transferbids. Een transferbid is een bod dat van de partner verlangt de opvolgende kleur te noemen. De oorspronkelijke bedoeling was om de partner in die kleur te laten spelen, bijvoorbeeld omdat hij beter de uitkomst naar zich toe kan krijgen: 1 SA - 2 ß6, 2 ß7 - pas. De partner van de SA-bieder is zwak met een lange ß7-kleur en wil het ß7-contract door de SA-bieder laten spelen. De toepassingsmogelijkheden van de transfers zijn echter veel groter en Van Rijckevorsel, op dit gebied een expert, doet een fascinerend onderzoek naar de mogelijkheden die transfers bieden in competitieve biedsituaties. Een voorbeeld:

ß7 A ß6 A 6 5 ß5 6 5 4 3 ß4 H V B 9 4

ß7 9 5 3 ß6 B 9 7 2 ß5 B 10 ß4 A 10 7 5

ß7 V B 10 4 ß6 H 10 8 3 ß5 A V ß4 8 3 2

ß7 H 8 7 6 2 ß6 V 4 ß5 H 9 8 7 2 ß4 6

Biedverloop: Z:

1 ß7 3 ß5 4 ß5

W:

pas 2 ß6 pas pas N:

1 ß4 pas 3 ß6 5 ß5 O: dbl. pas pas

a.p.

Na Z's 3-ß5-bod was er voor NZ, de bekende Amerikaanse spelers Sontag-Kantar, geen weg terug. 5 ß5 ging kansloos 1 down. Van Rijckevorsel stelt voor in deze situatie transfers toe te passen. Z biedt dan 3 ß4 i.p.v. 3 ß5 en dat geeft NZ net gelegenheid in 4 ß5 af te stoppen. En als toch 5 ß5 wordt geboden, speelt N het contract, en maakt het.