Communisten in Praag laten hun idealen niet zomaar los; "Communisten oude stempel willen werken, linkse intellectuelen niet'

PRAAG, 24 AUG. “O ja! Natúúrlijk zijn er in onze partij nog mensen die Gorbatsjov een renegaat vinden. Die blij waren dat hij was vertrokken. Die al hun hoop op Janajev, op Krjoetsjkov, op Jazov hadden gevestigd. En die nu zwaar teleurgesteld zijn.”

Ontspannen, zonder omhaal van woorden geeft Hanna Entlirova (38), lid van het Uitvoerend Comité (“ja, het vroegere Politburo”) van de Tsjechische Communistische Partij, een beeld van de met haar verleden tobbende partij, die nog altijd 47 van de 300 zetels in het Tsjechoslowaakse parlement bezet. Ook als de thema's niet van gevoeligheid zijn ontbloot, zo kort na de mislukte machtsovername in de Sovjet-Unie, vlucht ze niet in langdradige, klassiek-communistische betogen. De bij het gesprek aanwezige partijwoordvoerder, Peter Wilhelm (39), heeft die neiging soms nog wel, en dan tikken de vingers van Entlirova - lerares, blond, punky kapsel - ritmisch mee met de popmuziek die de radio op haar kamer uitzendt.

Het was een spannende week, ook voor de Tsjechische communisten. Hun partij doet er alles aan een eigentijds pluriform imago te ontwikkelen - leider Jiri Svoboda, een mondaine televisieregisseur, verwierp dinsdag de putsch tegen Gorbatsjov - maar in de gelederen bevinden zich nog altijd representanten van het oude denken. “En wij wisten niet wat die gingen doen toen in de Sovjet-Unie toch weer leiders van het verkalkte soort waren opgestaan”, zegt Entlirova. “De conservatieven steunden Janajev en zijn mensen - uiteraard! - maar we konden niet achterhalen hoe ver ze daarin wilden gaan. Er zit veel verschil tussen verklaringen afleggen en in actie komen.”

In actie komen?

“Nou, wat denk je? Onverstandige daden stellen - uit heimwee naar de oude tijden. De kans daarop was niet groot, de Tsjechoslowaakse bevolking zou ze bovendien volledig hebben weggehoond, maar toch. De meesten van de conservatieven hebben de afgelopen jaren hun partijlidmaatschap opgezegd, de voormalige leiders van het land zijn geen lid meer. Maar naar onze schatting hebben we, op ons officiële totaal van 430.000 leden (in werkelijkheid zitten we op 350.000, denk ik), toch nog altijd enige duizenden conservatieven in ons midden. Het is moeilijk exact te zijn. Niet iedere conservatief geeft zich als zodanig uit. Er worden nog steeds bijeenkomsten gehouden over het marxisme-leninisme, waaraan zo'n drieduizend partijgenoten deelnemen. Maar op die bijeenkomsten komen ook modern denkende mensen, terwijl sommige conservatieven zich er nooit laten zien.”

Waarom worden dergelijke conservatieven niet uit de partij gestoten?

Entlirova: “Wij hebben de partij hervormd, vernieuwd. We steunen de democratie en dragen niet langer één ideologisch concept uit. Wie zich in deze uitgangspunten kan vinden, mag zich aansluiten. Het zou toch ondemocratisch zijn als we mensen zouden verbieden lid te zijn van de partij?”

Wilhelm: “Bovendien, communisten van de oude stempel willen werken. Dat kan je van linkse intellectuelen niet zeggen. Heb je die ooit een poster zien plakken? En dat is wel nodig. Ik weet het, buitenstaanders vertrouwen ons niet. Die denken nog steeds aan communistische complotten. Laat ze ons volgen, dan stellen ze vanzelf vast dat het overgrote deel van de partij niet meer zo denkt”.

Zoals zovele partijen in Tsjechoslowakije, splitsten ook de communisten zich het laatste jaar in een Slowaakse en een Tsjechische groepering. In het Tsjechoslowaakse parlement zijn de beiden weliswaar nog één, maar dat zal na de volgende verkiezingen verdwijnen. De Slowaken hebben de term "communistisch' al uit hun naam geschrapt. De Tsjechen blijven de oorspronkelijke titel voeren en heten "Communistische Partij van Bohemen en Moravië'.

Waarom schrapt u die term niet?

Wilhelm: “Als we dat zouden doen, verliezen we tienduizenden leden. Het is loyaliteit, sentiment, romantiek mag je het ook wel noemen. De keerzijde is dat de term misverstanden oproept. Men blijft ons ervan verdenken terug te willen naar het type orthodoxe partij dat we na 1968 zijn geworden. Maar vergeet niet dat de communistische parlementariërs in Tsjechoslowakije na de oorlog - toen we de grootste partij werden - langs democratische weg zijn gekozen. We zijn niet aan de macht gekomen zoals de anderen in Oost-Europa”.

Over ideologie valt met deze communisten niet langer een overzichtelijk gesprek te voeren. Entlirova noemt Heidegger, Marx en Sartre als inspiratiebronnen. “Dat is toch niet zo gek in een pluriforme partij?” Punten uit het partijprogramma zijn: voorstander van een markteconomie, corporatisme en “maximale” privatisering van overheidsdiensten. Landen als Israel, Italië en Spanje hebben “de meest ideale” maatschappij, zegt Entlirova, en bijvoorbeeld Zweden vindt ze “te bureaucratisch, economisch inefficiënt en te veel op gelijkheid gericht”.

Waaruit blijkt uw communistische karakter nog?

“Dat is een gevoel, geen rationeel streven. In mijn ogen.”

In dat geval zal de partij weinig sympathie hebben voor de binnenlandse politiek van Gorbatsjov, tegen wiens afzetting ze deze week ageerde. Wilhelm: “Wij wezen de coup ook niet af omdat wij zoveel in Gorbatsjov zien maar omdat de mensenrechten niet in acht werden genomen. Of we Jeltsin beter vinden? Nee. Dat is een populist, een onbetrouwbare man. We steunen niemand. Noch Gorbatsjov, noch Jeltsin, noch Janajev”.

Maar sommige partijleden steunden de laatste wel. En de relaties van deze Tsjechen met Moskou zijn wellicht beter dan die van Entlirova en Wilhelm. “Ongetwijfeld”, zegt de eerste. “We mogen daarom blij zijn dat de coup maar drie dagen heeft geduurd. Anders hadden er zich ook in ons land, in elk geval in onze partij, zeer moelijke situaties kunnen voordoen. Dat moet men zich in de Sovjet-Unie ook goed blijven realiseren: machtsposities kunnen veranderen, maar oude idealen blijven vaak veel langer bestaan dan men voor mogelijk houdt.”