Centraal gezag brokkelt verder af; Standpunten Gorbatsjov en Jeltsin moeilijk te verzoenen

Voor het mislukken van de staatsgreep in de Sovjet-Unie zijn vele oorzaken aan te wijzen, maar de fundamenteelste is toch wel dat de leiders zich hebben verkeken op het verzet dat de coup bij het volk zou oproepen. Zij hoopten dat het afzetten van de binnenslands impopulair geworden Gorbatsjov op weinig verzet zou stuiten, maar verkeken zich op de populariteit van Jeltsin. Zij dachten met vage beloften over hogere lonen, lagere prijzen en beter gevulde winkels het volk te kunnen paaien, maar beseften niet dat het verlangen naar vrijheid en democratie althans in Moskou en Leningrad even sterk leefde als in Warschau, Praag en Boedapest. Zelfs tot in de strijdkrachten was dit waarneembaar. Een deel van het leger weigerde de leiders van de coup te gehoorzamen en koos de zijde van Jeltsin.

Het blijft een raadsel dat de Westelijke hoofdsteden zo volledig door de staatsgreep zijn verrast, ondanks de uitdrukkelijke waarschuwing enkele dagen tevoren van een zo goed geïnformeerd man als Jakovlev, de man die Gorbatsjov inspireerde tot de befaamde perestrojka. Gorbatsjov is in het Westen vaak vergeleken met een surfer. Telkens dreigde hij door de golven te worden overspoeld, maar toch wist hij zich steevast weer op te richten. Zo vaak dat men ten slotte vergat dat zelfs de beste surfer wel eens het evenwicht verliest.

Bonn, bevangen door de angst dat het terugtrekkingsschema van Sovjet-troepen uit de voormalige DDR in gevaar zou komen, leek aanvankelijk geneigd de coup als een fait accompli te aanvaarden. Het accent werd gelegd op de noodzaak dat het nieuwe regime de door Gorbatsjov aangegane internationale verplichtingen zou naleven. Ook Mitterrand liet zich maandag weinig strijdbaar uit. Inmiddels had Jeltsin al opgeroepen tot verzet. Maar kennelijk werd dit maandag in Bonn en Parijs als nagenoeg kansloos beschouwd. Niet geheel onbegrijpelijk, want het verzet beperkte zich die dag nog tot enkele duizenden mensen en een paar wachten bij het Russische parlementsgebouw. In Washington scheen men echter eerder te beseffen dat het verzet niet uitzichtloos was. Het was Bush die het eerst de later door de landen van de Europese Gemeenschap onderschreven eis stelde dat Gorbatsjov in zijn ambt diende te worden hersteld.

Nog raadselachtiger is het dat Gorbatsjov zich door de staatsgreep heeft laten verrassen. Op zijn persconferentie donderdag zei hij nog dat hij had gemeend vertrouwen te kunnen stellen in de mannen die hem maandag afzetten - mannen die zonder uitzondering door hem op hun sleutelposten waren benoemd. Maar hoe kon hij dit vertrouwen de afgelopen maanden behouden nadat keer op keer was gebleken dat deze figuren, of hun plaatsvervangers, al het mogelijke deden om zijn politiek te ondermijnen? Gorbatsjov heeft erkend dat hij een beoordelingsfout heeft gemaakt. Maar deze fout zal hem in het nieuwe klimaat, dat na de mislukking van de staatsgreep in de Sovjet-Unie is ontstaan, zwaar worden aangerekend.

Het optreden van Gorbatsjov na zijn terugkeer van de Krim heeft tot het herstel van zijn geschokte prestige weinig bijgedragen. De communistische partij heeft, tot vlak vóór het mislukken van de staatsgreep, gezwegen over het feit dat hun aanvoerder gevangen werd gehouden. Veel wijst erop dat grote delen van de partijleiding bij de coup waren betrokken of althans de nieuwe machthebbers hun steun gaven.

Met deze ervaring voor ogen, eist Jeltsin een drastische inperking van de in allerlei sectoren van het maatschappelijk leven nog steeds aanzienlijke macht van de partij. Maar Gorbatsjov, die zijn communistische overtuiging nooit heeft verloochend, treedt op zijn persconferentie voor de partij in de bres, al kondigt hij een, vermoedelijk halfslachtige, zuivering van de meest reactionaire elementen aan. En dit, terwijl zijn vroegere naaste medewerkers, Sjevardnadze en Jakovlev, de partij de rug hebben toegekeerd, en bovendien al voor de staatsgreep een massale uittocht uit de partij op gang was gekomen. Zeker na de coup had Gorbatsjov het morele recht de partij de rug toe te keren. Hij geeft er echter blijkbaar de voorkeur aan met dit blok aan het been voort te strompelen. Gorbatsjov ziet blijkbaar niet in dat na de mislukte staatsgreep de Sovjet-Unie definitief het post-communistische tijdperk is binnengetreden.

Wat voor de aanstichters van de coup kennelijk de emmer heeft doen overlopen, was het nieuwe Unie-verdrag dat op 20 augustus zou moeten worden ondertekend. (Het vermoeden dat het vooral de mislukte pogingen van Gorbatsjov zouden zijn geweest om het Westen tot een grootscheeps hulpprogramma te bewegen, is kennelijk onjuist). Het Unie-verdrag zou tot een zodanige verschuiving van macht van het centrale gezag naar de diverse republieken hebben geleid, dat in de ogen van de conservatieven de desintegratie van de Sovjet-Unie - en daarmee van hun eigen machtsposities - onvermijdelijk zou worden. Maar met hun mislukte putsch hebben zij nu juist bewerkstelligd, dat de afbrokkeling van het centrale gezag veel verder zal gaan reiken dan aanvankelijk voorzien. Als president van de Russische federatie heeft Jeltsin, zich bewust hoezeer de ontwikkelingen van de afgelopen week zijn prestige en zijn machtspositie hebben versterkt, aangekondigd dat meer economische bevoegdheden aan zijn republiek moeten worden overgedragen. Bovendien zal een Russische Nationale Garde in het leven worden geroepen. De Oekraïne komt met soortgelijke eisen.

Gorbatsjov, die met een sterk verminderd prestige naar Moskou is teruggekeerd, zal vermoedelijk niet in staat zijn zich tegen deze eisen te verzetten. Het centrale gezag zal nog meer bevoegdheden moeten afstaan. Dit heeft potentieel gunstige maar mogelijk ook nadelige consequenties. Positief is dat dientengevolge in de grootste en economisch belangrijkste republiek het proces van economische hervormingen wel eens veel sneller zou kunnen verlopen dan wanneer op economisch gebied het hoofdaccent zou blijven liggen bij het centrale gezag onder leiding van Gorbatsjov die nu juist op dit terrein heeft getoond over weinig inzicht te beschikken. En naarmate economische hervormingen sneller gestalte krijgen zullen voor het Westen ook eerder mogelijkheden ontstaan om met zinvolle hulpprogramma's te komen. Een mogelijk politiek nadeel is dat een reeks ingrijpende staatkundige hervormingen, vermoedelijk gepaard gaande met een stevige dosis van ook economisch nationalisme van de diverse republieken, ontwrichtend op het economisch hervormingsproces zou kunnen inwerken.

Voor de toekomst van de Sovjet-Unie zou het van groot belang zijn indien Gorbatsjov en Jeltsin de handen ineen zouden slaan. Maar veel wijst erop dat zij, ook al komen zij incidenteel tot afspraken, op fundamentele punten tegenover elkaar zullen blijven staan. Over kernvraagstukken als de verdeling van de macht tussen het centrale gezag en de republieken, over de kwestie van de onafhankelijkheid van de Baltische republieken en het inperken van de macht van de communistische partij nemen zij standpunten in die moeilijk te verzoenen zijn. Maar terwijl Gorbatsjovs ster meer en meer verbleekt, lijkt Jeltsin - in tegenstelling tot Gorbatsjov in vrije verkiezingen gekozen - een machtspositie te hebben veroverd die hem in staat stelt zijn stempel te drukken op de ontwikkelingen binnen de Sovjet-Unie gedurende de komende jaren. Niet uitgesloten is overigens dat deze man, voor wiens optreden de afgelopen week men alleen maar grote bewondering kan hebben, soms tot keuzes zal komen die in het Westen minder applaus zullen oogsten. Te denken valt bijvoorbeeld aan de populistische neigingen van Jeltsin die hem ertoe zouden kunnen bewegen te veel voet te geven aan het Russische nationalisme.