Tranen rolden over de wangen van de Nederlandse zwemsters op de estafette; Eerste goud op EK-zwemmen in een kwart eeuw

ATHENE, 23 AUG. Hand in hand stonden vier Nederlandse zwemsters gisteravond in Athene op de hoogste trede van het erepodium. De tranen rolden over hun wangen. Het was te mooi om waar te zijn voor Diana van der Plaats, Inge de Bruyn, Marieke Mastebroek en Karin Brienesse, die bij de Europese kampioenschappen de gouden medailles veroverden op de 100 meter vrije slag estafette.

De moeizame aanloop van Van der Plaats, De Bruyn en Mastebroek was dan toch nog met goud beloond dank zij Brienesse, die pas in de laatste meters de zege veilig stelde. Brienesse probeerde te kijken alsof zij het had verwacht, maar dat lukte niet. De opluchting over de ontsnapping was daarvoor te groot. Boven de aantikplaat sloegen De Bruyn en Van der Plaats de handen voor het gezicht, toen de Duitse Ogysus zienderogen inliep op Brienesse. Maar de Nederlandse, die ooit heeft gezegd dat ze zich in estafetteverband nooit zal laten inlopen, knokte zich eruit. “Dat is het karakter van Karin”, jubelde bondscoach Ton van Klooster.

De medailles betekenden het eerste Europese goud voor Nederland in vijfentwintig jaar. In 1966, toen het EK in Utrecht werd afgewerkt, haalde Oranje drie hoofdprijzen: Ada Kok (100 meter vlinderslag), Betty Heukels (400 meteter wissel) en het vrouwenkwartet op de vier keer 100 meter wisselslag. Na de teleurstellende prestaties van de dag tevoren, had Van Klooster met enige peptalk de zaak weer geprobeerd op scherp te zetten. Zijn "nu of nooit' was overgekomen. Een betere kans zou zich de volgende jaren niet voordoen, prentte Van Klooster de zwemsters in. De vroegere DDR-meisjes zijn weliswaar ruimschoots in de gezamenlijke Duitse ploeg vertegenwoordigd, maar zonder de vertrouwde medische begeleiding zijn ze nergens. Het was zaak van deze windluwte gebruik te maken. Dat lukte, “dank zij de geweldige teamgeest”, zoals Mastebroek benadrukte. “Een vriendenploegje vrij van haat en naijver.”

In het verleden lag dat met de Marianne en Mildred Muis wel iets anders. Al staat daar tegenover, dat de vakantie vierende tweeling samen met de inmiddels gestopte Conny van Bentum en uiteraard Brienesse bij de Olympische Spelen van Seoul twee volle seconden sneller waren. Maar de crawl is bij de vrouwen in Athene nu eenmaal zwak bezet. Het beste bewijs daarvoor leverde de 400 meter vrije slag. Annelies Maas zou met haar Nederlands record van 4.09,40, waarmee zij veertien jaar geleden als tweede eindigde, nu moeiteloos eerste zijn geworden.

Op de overige onderdelen gaat het in de Griekse hoofdstad wel hard. Er werd zelfs een nieuw wereldrecord op de rugslag gezwommen. Niet bij de mannen, waar de Spaanse kilometervreter Martin Lopez-Zubero zich door onoplettendheid op de 200 meter in de ongunstige buitenbaan had laten manoeuvreren, maar bij de 100 meter vrouwen. Krisztina Egerszegi, zeventien jaar jong nog en toch reeds Olympisch, wereld- en Europees kampioene, schoot in perfecte kadans door het water, dook zoals de veranderde reglementen dat toelaten naar de keerpunten en finishte in 1.00,31. Dat was een verbetering van het zeven jaar oude wereldrecord van de Oostduitse Ina Kleber met 28-honderdste seconde.

Egerszegi behoort niet tot de kampioenenschool van Tamas Szechy - haar trainer heet Laszlo Kiss - maar zij valt wel onder de patronage van de miljonair, weldoener, teammanager en voorzitter van de Hongaarse zwembond, Gyorgy Zemplenyi. Die maakt zich nogal druk over de geruchten dat de Hongaarse topprestaties niet naturel worden behaald. Na Roszas wereldrecord op de schoolslag dwong hij zijn pupil eigenhandig richting dopingcontrole om daar te ontdekken dat er niemand aanwezig was. “Deze kampioenschappen worden georganiseerd door idioten”, voer hij bij die gelegenheid uit. “Als de Grieken dit niet kunnen, hoe denken zij dan de Olympische Spelen te kunnen houden. Daarvoor is meer nodig dan een mooi complex. Als je het hebt overintelligentie, cultuur en logica zul je dat in Athene niet vinden.”

Hard ging het ook op de 100 meter vrije slag mannen, waar twee-meter-man Alexander Popov met 49,18 seconden het Europese record van de thuisgebleven Stephan Caron evenaarde en Giorgio Lamberti, de Italiaanse gouden jongen, weer met een troostprijs werd afgescheept. Maar voor het Nederlandse contingent was dat alles bijzaak. Het ging om het slotnummer: de 4 x 100 meter vrije slag. En dat leverde spectaculair goud op.

“Bij de voorbereiding voelde ik al dat het zou lukken”, aldus Mastebroek. De Groningse had juist een moeilijke tijd achter de rug. “Thuis doe ik van iedereen waarschijnlijk het minst. In het trainingskamp was het voor mij verschrikkelijk afzien. Ik was zo doodmoe, dat ik vijf dagen zowat niet heb kunnen zwemmen.” De eerste sprong van Van der Plaats eindigde in de valse startlijn. Het hele veld was het tweede schot van de starter ontgaan. Het maakte de Utrechtse zwemster nog feller. Ze roffelde de eerste honderd meter af in 56,92 seconden (slechts drietiende seconde boven haar persoonlijke record) en gaf in derde positie over aan Inge de Bruijn. De razendsnelle wissel leverde winst op (56,22) en toen Mastebroek (56,20) overnam, groeide de voorsprong tot bijna twee meter.

Het consolideren had een eenvoudige zaak moeten zijn. Maar Karin Brienesse koos voor de zekerheid van een late start en was bij het keerpunt al vrijwel ingelopen. Toen werd de oude vechtlust in haar wakker, die na het zilver en het brons goed was voor goud. De 56,02, die voor haar werd genoteerd, was bijna een volle seconde langzamer als destijds in Seoul. Maar Brienesse was de laatste om daar op dat moment treurig over te zijn.