Techniek van de revolutie

“Trotski's stormtroep bestaat uit een duizendtal arbeiders, soldaten en matrozen.

De elite van dat korps wordt gevormd door een keur van arbeiders uit de fabrieken van Poetilov en Vyborg, matrozen van de Baltische vloot en soldaten uit de Letse regimenten. Onder aanvoering van Antonov-Ovsjenko voeren de rode gardisten en de stormtroep van Trotski tien dagen lang een reeks "onzichtbare' manoeuvres uit in het centrum van de stad. Tussen de drommen deserteurs die de straten versperren, in de chaotische situatie in de regeringsgebouwen, op de ministeries, in de kantoren van de generale staf, in de telefoon- en telegraafcentrales, in de stations en de kazernes, in de kantoren van de stedelijke technische diensten oefenen de ongewapende mannen op klaarlichte dag in groepjes van drie of vier de oproertactiek zonder dat iemand het merkt. Die tactiek van de "onzichtbare manoeuvres', van het oefenen van de opstand, waarvan Trotski bij de staatsgreep van 1917 het eerste voorbeeld heeft gegeven, maakt nu deel uit van de revolutiestrategie van de Derde Internationale. In de handboeken van de Komintern vindt men een opsomming en een gedetailleerde beschrijving van de door Trotski toegepaste principes.''

't Is een lang citaat, maar het dient dan ook om aan te geven dat de acht heren in Moskou hun klassieken niet kenden. Dat hun putsch zo klungelig is mislukt komt misschien ook wel omdat ze Trotski nooit mochten lezen. De beschrijving hierboven is de methode Trotski volgens Curzio Malaparte; te vinden in de Nederlandse vertaling van zijn Technique du coup d'État, op pagina 115. “Het probleem van de opstand is voor Trotski slechts een probleem van technische aard. Om de moderne staat in handen te krijgen, heeft men een stormtroep en technici nodig: groepen gewapende mannen onder bevel van ingenieurs.”

Malaparte behandelt in zijn Techniek de staatsgreep van de bolsjewisten in 1917, de mislukte van Trotski tegen Stalin, en de revolutionaire avonturen van Pilsudski, Kapp, Bonaparte, Mussolini en Hitler. In Warschau was hij ooggetuige, bij de beschrijving en analyse van de andere gebeurtenissen heeft hij vertrouwd op zijn niet gering verbeeldingskracht waarmee hij later nog veel beroemder is geworden: Kaputt en De Huid zijn boeken die geen jongen in de tweede helft van de twintigste eeuw ongelezen mag laten: hoe een heel eskadron van het Rode Leger in het Ladogameer bevriest, hoe in Napels Amerikaanse bevrijders op een gekookt meisje worden getracteerd, al die melodramatische symboliek, de snik, de lange neus, het fantastische tot zuivere waarheid verwerkt en omgekeerd, dat kan niemand zo als Malaparte. Op die manier wordt de lezer ook al in de Techniek bediend.

Het is een handboek voor revolutionairen maar het is ook een indianenboek (en zoals iedere lezer van indianenboeken wel weet: die zijn ook als handboek te gebruiken). Het belooft adembenemend avontuur en macht en aan wie het goed gebruikt een mooie plaats in de geschiedenis. Malaparte is er waarschijnlijk aan begonnen toen hij in 1929 voor La Stampa naar de Sovjet Unie ging. In hetzelfde jaar werd hij tot hoofdredacteur van die krant benoemd. Mussolini was hem oppervlakkig goed gezind maar koesterde in de diepte achterdocht; niet onredelijk jegens een zo onberekenbare schrijver. Het was trouwens wederzijds. In 1931 vond Malaparte het veiliger, zijn boek in Parijs, in het Frans te publiceren. Als hoofdredacteur had hij toen al zijn congé gekregen.

Door de Techniek is hij beroemd geworden. Beweerd wordt dat Mao Zedong het op zijn nachtkastje had liggen (Had Mao een nachtkastje? Burgerlijk trekje.), maar dat hij het heeft gelezen is niet onwaarschijnlijk. De Voorzitter is zelf zes jaar later met zijn Techniek van de guerilla gekomen. Daarna was het hek van de dam: Marighella, Warren Hinckle met zijn stadsguerrilla en eindelijk The Anarchist Cookbook, met het recept voor en de technische tekening van de Molotovcocktail. Door de redactie van The New York Review of Book in een onberaden ogenblik op de voorpagina gezet.

Omdat dit allemaal alweer was opgeborgen in de oude doos, die nu even wordt geopend dank zij Janajev c.s., omdat we toch aan het uitpakken zijn, voeg ik er een herinnering aan toe. Het was, ik denk 22 april 1961, op een congres in Italië, georganiseerd door het tijdschrift Il Mulino, en het zal wel gegaan zijn over de toekomst van Europa. Daar was ook Raymond Aron die ik bewonderde; nog wel trouwens. Op zo'n congres heb je de koffiepauzes die het interessantst zijn. Aron en ik stonden koffie te drinken, zo was het, toen de boodschap kwam dat de generaals Massu en Salan in Algerije de macht hadden gegrepen. Aron zette zijn koffiekopje neer, sloeg de hand voor de ogen en riep: "fous! Les fous! Les fous furieux!'

Aan die diagnose dacht ik toen ik maandagochtend hoorde wat er in Moskou aan de gang was. Het verbaast me dat nog niemand op het idee van een vergelijking tussen Salan en Jazov gekomen. Even groot gebrek aan verbeeldingskracht, even slechte schatting van wat er de laatste jaren was veranderd, en allebei een pet op.

Revoluties zijn vandaag de dag niet meer mogelijk in het Westen en ook niet meer in het Wilde Oosten. De grote revolutie daar is voorbij. Zo bekeken is Malaparte's Techniek niet eens meer een indianenboek maar een sprookjesboek uit de goeie ouwe tijd toen revolutionairen nog op de treeplank van een auto konden staan. Dat detail is niet zonder betekenis: de auto's hebben geen treeplanken meer.

Op de valreep schiet het me tebinnen: Rinus Ferdinandusse kan met zijn De brede rug van de Nederlandse maagd wel worden beschouwd als de Malaparte van Nederland, want daarin beschrijft hij hoe de conservatieve revolutie bij ons in zijn werk zou kunnen gaan. Ik ga het herlezen.