Shakespeare kraait nog steeds victorie

Vorig jaar om deze tijd was al bekendgemaakt dat de twee Londense theaters van de Royal Shakespeare Company, de Barbican en de Pit, in de winter vier maanden dicht zouden blijven. Toen zij in maart van dit jaar weer opengingen werd erbij gezegd dat een winterreces misschien opnieuw nodig zou zijn omdat er nog steeds te weinig geld was voor een heel jaar. Sindsdien is de lucht opgeklaard. Het zal lang duren voor de RSC zich verheugd toont over de hoogte van haar overheidssubsidie; maar haar Londense theaters werken door.

Sterker nog, in Stratford komt er een zaal bij. Behalve over het grote Shakespeare Theatre en de Swan erachter beschikt het gezelschap daar van deze maand af ook weer over The Other Place in een nieuwe vorm. In de oude vorm was het een loods met tweehonderd plaatsen op houten banken. Die is afgebroken en vervangen door een minder brandgevaarlijk gebouw met net zo'n soort zaal als vroeger voor ongeveer tweehonderdzestig toeschouwers. Hoewel het een sober theater is heeft het 1,6 miljoen pond gekost. Het leek wel of de RSC opnieuw door een weldoener was bijgestaan, zoals tien jaar geleden voor de bouw van de Swan, maar deze keer heeft zij het geld verkregen uit de verkoop van land dat zij nog had achter de oude The Other Place.

Nu zijn er dus vijf theaters in gebruik, en in de tweede helft van dit jaar worden er in Londen en Stratford bij elkaar vijfentwintig stukken opgevoerd: elf Shakespeares, tien andere klassieke auteurs van Sophocles (The Thebans) tot Heinrich Mann bewerkt door Pam Gems (The Blue Angel). Het is een festival op zichzelf. Niet al de stukken staan iedere maand op het programma, maar een aandachtige plannenmaker zou er in oktober zes in een week in Londen kunnen zien, en acht in een week in Stratford.

Haast niemand zal zoiets proberen. Het vermelden van de cijfers is alleen de moeite waard om een indruk te geven van het RSC-bedrijf. Het overzicht wordt iets vereenvoudigd doordat vaak de stukken die het ene jaar in Stratford beginnen het volgende jaar in Londen worden vertoond. Toch blijft het zo dat wie er niet geregeld de ogen en gedachten op gericht kan houden telkens weer dingen mist.

Erger is dat wie er wel zijn gedachten bij houdt ook dingen zal missen. In de geannoteerde edities van Shakespeare is ongeveer tweederde van iedere pagina nodig voor ophelderingen van de tekst. Een Engelse toeschouwer kan het al niet allemaal volgen zonder voorafgaande studie thuis; een Nederlandse nog minder. Is het dan toch verstandig om te gaan kijken naar Engelse opvoeringen? Sommige toneelenthousiasten hangen de leer aan dat het er niet toe doet of wij een voorstelling verstaan; al is het in het Chinees of het Swahili, goed toneel zal ons altijd aanspreken. Een gematigder opvatting zegt dat het niet geeft of bepaalde delen van een tekst voor ons onbegrijpelijk zijn.

Dan resteert de vraag hoe groot die delen mogen zijn. Sommige stukken van Shakespeare hebben meer opheldering nodig dan andere. Uit het programma van de RSC voor dit najaar zou het onverstandig zijn om zonder voorbereiding King Lear (te lang), Measure for Measure (te dubbelzinnig) of Henry IV part I (te ingewikkeld) te gaan zien. Beter zouden waarschijnlijk overkomen Twelfth Night, waar Malvolio en Sir Toby Belch zich altijd duidelijk genoeg in aftekenen; en Henri IV part II, met de dood van de oude koning, de troonsbestijging van de nieuwe, de herinneringen van Justice Shallow en de teleurstelling van Falstaff; en Troilus and Cressida, met de botte vechtlust van Ajax, de humeurige gewetenloosheid van Achilles, de verstoorde liefde van de hoofdpersonen en de destructieve zedepreken van Thersites.

Dit laatste stuk heeft ook het voordeel dat het op het ogenblik in de Pit, het keldertheater onder de Barbican wordt opgevoerd. Bijna iedereen die in het Londense complex moet spelen, en velen die er naar de voorstellingen komen kijken, hebben bezwaren tegen het gebouw waar het menselijke richtingsgevoel even machteloos is als op een meervoudige kruising van autosnelwegen; maar het zicht op de acteurs is nergens duidelijker dan van de zes rijen plaatsen aan drie kanten om de speelvloer in de kelder. Het verhaal van Cressida die zich door Pandarus aan Troilus laat koppelen maar zonder moeite overstapt op een nieuwe liefde als het Trojaanse hof haar met de Grieken geruild heeft voor een officier is er in al zijn oogopslagen te volgen. Als er aan het slot twijfel blijft over de juiste waardering van de vloekende Thersites, de mooipratende Pandarus, de arrogante Achilles en de ontvankelijke Troilus blijkt daaruit dat de voorstelling de tekst recht heeft gedaan, want zo onzeker hoort het te zijn.

Van de rest van het repertoire moet op zijn minst nog vermeld worden 'Tis Pity She's a Whore van John Ford. Sommige toeschouwers vinden het lastig verteerbaar in dit stuk uit 1633 dat tegen het eind Giovanni de eetlust van zijn familieleden bederft door binnen te stormen met het bloedende hart van zijn zuster en minnares Annabella aan zijn zwaard geregen. Ook wie begrip wil tonen voor de zeventiende-eeuwse smaak zal het druipende hart niet gauw ernstig opvatten, maar lang voordat het verschijnt zijn wij al in het stuk opgenomen door de hartstocht en de ontoelaatbaarheid van de incestueuze liefde. 'Tis Pity is naar mijn smaak het sterkst voortlevende werk uit de kwarteeuw tussen Shakespeare's dood en de sluiting van de Londense theaters, en de nieuwe produktie van de RSC bevestigt die waardering. Op het ogenblik wordt het gespeeld in Stratford, in de Swan; dus waarschijnlijk volgend jaar in Londen.

Ford is makkelijker te volgen dan Shakespeare; Tsjechov nog makkelijker, en de RSC voert in Londen in een nieuwe vertaling van Michael Frayn een Seagull op die lang naklinkt. Susan Fleetwood is de zwierigste en onuitstaanbaarste Arkadina die iemand zich zou kunnen voorstellen, en Simon Russell Beale, de schreeuwerige Thersites van ander avonden, dringt zich stil in de herinnering als haar bedrukte zoon; maar niemand in de bezetting schiet tekort.

En anders is er voor het eind van het jaar, in november, een bewerking van R.L. Stevenson's Dr Jekyll and Mr Hyde door David Edgar aangekondigd in de Barbican. Het houdt niet op.